Alsof we vandaag naar het spiegelbeeld van gisteren keken, begonnen we de dag nu onder een stralende, veelbelovende lentehemel. Er was een weinig Cirrusbewolking aanwezig en het was tijdens de nacht ook aardig afgekoeld door de opklaringen, namelijk tot 5,8 graden. Overdag kwamen dan uitgestrekte Stratocumulusvelden opzetten en deze waren al snel zo dominant dat we een paar uur zonder zon kwamen te zitten. Wel bleef het droog en in de loop van de namiddag begon het weer terug om te slaan in de goede richting: de Stratocumulusbewolking rafelde weer uiteen en steeds bredere opklaringen zorgden voor een terugkeer van het zonnige weersbeeld waarmee we vanochtend van start zijn gegaan. We konden aldus nog een maximumtemperatuur van 19,7 graden uit de brand slepen. Tijdens het tweede deel van de namiddag zag het er terug uit als dezelfde periode gisteren, namelijk wat verspreide restanten van Cumulusbewolking en Stratocumulus partijtjes. Tijdens de avond evolueerden we verder naar een helder weertype waarmee het etmaal werd afgesloten. Het was terug een droge dag waarbij de wind voornamelijk uit het zuiden kwam en snelheden tot 16,1 km/h heeft gehaald.
De dag begint rustig maar nog steeds erg fris met temperaturen die op 1,7 graden zijn uitgekomen. De bewolking bestond uit Cirrostratus en Altostratus toen het eerste daglicht in het Malderse luchtruim doordrong, en opvallend hierbij was dat de Altostratusbewolking scherp begrensd was tot een aaneengesloten band in het zuidoosten. Overdag kregen we vooral Cirrostratusbewolking te zien die de hemel een melkachtige aanblik gaf terwijl het ook opvallend heiig was. Naar de middag toe ontwikkelden zich flinke stapelwolken, maar door de nevelige omstandigheden, zijn ze nauwelijks van de rest van de witte hemel te onderscheiden. Dit verandert in de late namiddag toen er heldere lucht werd aangevoerd en de sluierbewolking zich terugtrok naar het zuidoosten. Deze weersomslag was behoorlijk indrukkend want nog geen twee uur later keken we weer tegen een donker tot zwartblauwe hemel aan waarin de aanwezige Cumulus, Stratocumulus en Cumulus fractus sterk contrasteerden met hun spierwitte uiterlijk. Tijdens de avond verdwijnt alle bewolking en blijft er enkel in het zuidoosten nog wat Cirrusbewolking over. Het koelt hierbij weer flink af zodat er al snel niet veel meer overblijft van de 15,3 graden die we overdag haalden. Voorts werd deze dag nog gekenmerkt door een west- zuidwestelijke wind met snelheden tot 30,6 km/h terwijl er geen (meetbare) neerslag meer is bijgevallen.
Het hoogzomerse weer kreeg ook vandaag een schitterend vervolg aangebreid, toen we het daglicht onder brede opklaringen en in een zwoele atmosfeer zagen weerkeren. Met dat convergentielijntje in de buurt was de boel echter niet zo stabiel te noemen, en werden er al snel stapelwolken gevormd. Deze concentreerden zich vooral ten oosten van Malderen, niet toevallig de plaats waar dat lijntje zich bevond. In de loop van de namiddag ontpopten zich hierin de eerste onweersbuien, maar net als gisteren waren ze enkel voor de 'kenners' onder ons herkenbaar. Voor de weerkundige leek was het immers een bedrieglijk onschuldig ogende zomerlucht waarin wat vredig ogende bloemkooltjes en aambeeldvormige wolkenplukken voorbijdreven. Dat we in deze omstandigheden heel wat zonne uurtjes konden kloppen is maar al te logisch, en de temperatuur had dan ook weinig moeite om naar een zomerse 23,5 graden op te klimmen. De wind ging een beetje minder brutaal te keer dan gisteren, maar met snelheden tot 27,4 km/h uit het zuiden was ze toch niet te onderschatten. Later volgde een in warme kleuren getinte zonsondergang als inleiding tot een gevoelig frissere avond die ons tegen middernacht naar de minima van 11,3 graden bracht. Terwijl er uit Nederland onweersmeldingen aan de lopende band binnenkomen, en er ginder in het noorden zelfs 'hagelstenen als duiveneieren' werden gemeld op de weersfora, sloot Malderen opnieuw af met een mooi rond neerslagtotaal
Het leek vandaag wel alsof het vroege zomerweer eindeloos zou blijven duren, want we konden ons terug koesteren in zachte minima van 6,2 graden waarna de krachtige zon er weer vurig tegenaan ging. Toch was dat einde dichterbij dan men zou denken, want op de satellietbeelden moesten we met lede ogen toekijken hoe omvangrijke polaire luchtmassa's met veel kracht naar het zuidoosten werden gestuwd. Tussen de subtropische luchttong en de opstomende poollucht bevond zich een zwak koufrontje dat reeds tijdens de voormiddag en ochtend voor Cirrus en Altocumulusbewolking zorgde. Voor het front uit ontstond een convergentielijntje waardoor het erg typerend was voor een zomerse configuratie, maar wie hiermee op een onvergetelijk klank en lichtspel hoopte kwam uiteraard bedrogen uit. De aangevoerde lucht was te droog, de invloed van het wegtrekkende hogedrukgebied was nog te groot en zo vroeg op het seizoen was de instraling van de zon nog niet sterk genoeg. We kregen dus enkel dreigende wolkenvelden te zien die vooral uit Stratocumulus castellanus en Cumulus congestus bestonden terwijl er tijdelijk een westelijke bries met snelheden tot 33,8 km/h opstak. Het kwik had ondertussen haar hoogste stand bereikt met een voor de tijd van het jaar indrukwekkende 24,3 graden. Tijdens de avond stroomde er geleidelijk sluierbewolking binnen vanuit het westen en werden er aan de kustgebieden reeds een aantal regenbuien gespot die komende nacht ook ons deel zouden worden. Voor vandaag konden we echter nog asluiten met een neerslagtotaal van 0,0 mm.
Het wegtrekkende koufront was nog net in het oosten te zien bij zonsopgang in de vorm van Altostratusbewolking. Deze was scherp begrensd en dus was het luchtruim elders zo goed als helder. De koude lucht achter het front is nog niet volledig over ons uitgestroomd waardoor we ondanks de schaarse bewolking vorstvrije minima van 5,0 graden konden optekenen. Maar de lucht was vochtig en de hogere luchtlagen koud, en zodra de zon erbij kwam zorgde dat meteen voor de vorming van stapelwolken. Dit begon reeds vroeg in de voormiddag als losse wolkenflarden die er vredig en onschuldig uitzagen, maar nog voor de middag kwam het tot Cumulus congestus wolken waartussen zich in het westen van het land de eerste buien ontwikkelden. Daarna werd de buienactiviteit er alleen maar groter op en werden veel plaatsen gegeseld door felle hagel- en regenbuien. Hier zat ook onweer op en ook Malderen kon hiervan een graantje meepikken in de vorm van zwoele donderslagen in het zuidoosten omstreeks 17H. Of het eerder op de dag daar al tot onweer kwam is niet duidelijk, maar verspreide hagelbolletjes op Malderse bodem bij thuiskomst wezen erop dat het er in elk geval niet rustig is gebleven. Niettemin bedroeg het neerslagtotaal op dat moment nog maar 3,2 mm. Kort voor zonsondergang en later op de avond volgden nog een paar gezapige maar onweersvrije buien die het dagtotaal verder aanvulden tot 5,2 mm. De aangevoerde lucht was van polaire oorsprong maar dankzij de zon die zich vaak in meesterlijk fraaie en diepblauwe opklaringen en dito wolken landschappen vertoonde kon het nog opwarmen tot 13,2 graden. De wind was tamelijk zwak en haalde slechts eventjes 32,2 km/h uit het zuidwesten door toedoen van valwinden uit één van de buien.
Terwijl het gisterenochtend al aangenaam zacht aanvoelde, was het vanmorgen nog stukken warmer bij minima rond 10 graden. Doch de temperatuursverschillen boven de Benelux waren weer opvallend groot met slechts een drietal graden in het noorden van Nederland en een ruime tien in delen van België. Het oogst dan ook weinig verwondering dat er ergens in dat overgangsgebied een regenzone ligt, en het was deze die vooral het tweede deel van de nacht in druipnatte omstandigheden liet verlopen. Het neerslaggebied was bij zonsopgang al een eind naar het noorden geschoven waardoor het in Malderen droog was en nu in Nederland volop regende. Er volgde een zwaarbewolkte dag waarbij we steeds tegen Stratus, Stratocumulus en Stratus fractus aankeken, doch op sommige momenten ontstonden er opklaringen. Daarin viel op hoe de bovenlucht zeer diepblauw kleurde, bijna tot het blauwzwarte toe. Verder dan die opklaringen kwam het echter niet en de bewolking bleef overheersen met nu en dan nog wat lichte regen of motregen. Er stond opvallend veel wind, en deze is naar het westen gedraaid met snelheden die tot 45,1 km/h opliepen. Vanuit het zuidwesten kwam op het einde van de namiddag een zwak buiengebiedje aangezeild, en dit werd gevolgd door nieuwe opklaringen. We kregen de zon dus alsnog te zien, maar de lentesfeer was ver te zoeken want de wind bleef flink doorwaaien terwijl het nog tamelijk kil was bij maxima van 13,9 graden. De bewolking bestond nu uit Cirrostratus en Altostratus terwijl er Cumuluswolken onder voorbijdreven. De Altostratusbewolking zag er dreigend uit op sommige momenten maar toch bleef het op deze lokatie droog. De buien die wat verderop in het stromingsgebied lagen zouden ons immers maar pas in het tweede deel van de nacht bereiken. Wel werd de bewolking nu overal dikker met vooral Cumulus fractus in zeer grote hoeveelheden en Altostratus die eventjes geel oplichtte door de ondergaande zon. We sloten de dag af met een neerslagtotaal van 4,4 mm. en het koelde flink af zodat we nu pas de minima van 6,9 graden bereikten.
Tijdens de nacht is er wat meer bewolking binnengedreven waardoor de minima iets hoger uitkwamen met 9,1 graden. Het ging om Stratocumulusvelden terwijl Cirrostratusbewolking en Stratus nebulosis voor melkachtige, fletse en nevelige kleuren zorgden. De omgeving deed dus weer erg denken aan een kleurenafdruk van een printer die net de laatste druppels uit zijn inkttoners heeft geperst. Er dreef meer Stratus en Stratus fractus bewolking binnen maar na een uurtje trok de bewolking zich terug en werd het terug aangenaam en zonnig lenteweer bij niet al te veel wind uit noordelijke richtingen. De bewolking bestond uit Cumulus humilis, doch tijdens de late namiddag nam de Stratocumulus bewolking die ondertussen weer verscheen, toe waardoor de zon het moeilijk kreeg. Het kwik mocht dan ook vroeger huiswaarts keren van haar werkdag die op 17,9 graden eindigde. Daarna volgde een korte, sombere episode die gelukkig weer gevolgd werd door nieuwe opklaringen. Daarbij kregen we een afwisseling van Stratocumulus en Cumulus bewolking te zien in nog steeds fletse kleuren die later op de avond overgingen in oranjetinten. Dit stond garant voor een prachtige zonsondergang waardoor deze met bleekmiddel behandelde dag toch nog een kleurrijk einde kende. Daarna moesten we ons schrap zetten voor een frisse avond want de afkoeling na zonsondergang was er eentje om gevoeld te worden zonder dat er echter onmiddellijk gevaar dreigt voor nachtvorst. We sloten af met een neerslagtotaal van 0,0 mm in een verder uitklarende hemel waarin geleidelijk nevel werd gevormd.
Geen Flashback op Weerwoord wegens ziekte, panne of buitenlandse reis? Lees de Flashback nu ook op mijn website! Elke dag automatisch bijgewerkt vanaf 0H01 Belgische tijd, voor alle datums vanaf 1 mei 2004.