Na een vrijwel heldere nacht heeft het kwik inderdaad het vriespunt opgezocht. Her en der waren velden en grasperkjes voorzien van een laagje rijp terwijl de temperatuur daalde tot 1,7 graden in de hut. De grastemperatuur blijft een beetje een onbekende doordat bladeren en ander weggewaaid vuil zich rond de sensor hadden opgehoopt en deze erdoor niet verder afkoelde dan 4,4 graden. Er waren tegen zonsopgang opnieuw stapelwolken te zien die zich in de loop van de dag onder impuls van de toenemende zonnewarmte verder ontwikkelden en uiteindelijk een aantal buitjes opleverden, zodat het neerslagtotaal vandaag opliep tot 0,4 mm. De maxima bleven erg laag voor de tijd van het jaar, meer dan 13,8 zat er vandaag niet in terwijl de wind zich opnieuw in de noordelijke hoek heeft vastgebeten met 23 km/h als maximumsnelheid. Of het vannacht opnieuw tot vorst zal komen is een beetje twijfelachtig want de bewolking blijft hangen en zal wellicht de warmte beter vasthouden komende nacht. Morgen belooft dan weer mooi en zonnig uit te pakken onder invloed van de gisteren besproken hogedrukwig. Toch zit de kans erin dat het met de zon zal tegenvallen doordat zich in de onderste luchtlagen waarschijnlijk stapelwolken zullen vormen die zich zullen uitstrekken tot uitgestrekte Stratocumulusvelden en aldus voor een somber weersbeeld zouden kunnen zorgen, vooral na de middag.
Opnieuw werd het een dagje dat herfstachtig begon, zomers verliep en tropisch eindigde met hevige onweders. Het herfst-hoofdstuk werd een beetje voor de middag afgesloten toen de mist en laaghangende bewolking geleidelijk aan flarden werd gescheurd door de machtige meizon en we later onder een wolkenloze, zei het erg heiige lucht vertoefden. Het onweersgeweld viel in Malderen echter mee (of tegen): de eerste onweerscellen die omstreeks 15h boven de Ardennen tot ontwikkeling kwamen, stierven vrij snel weer af zodat we enkel wat sluierwolken hiervan te zien kregen. Nieuwe onweerscellen die zich ten oosten van Antwerpen vormden, misten Malderen rakelings langs het noorden en een derde onweerscomplex dat zich boven Leuven aarzelend ontwikkelde, was net Malderen voorbij toen het zich explosief begon te ontwikkelen, zodat we genoegen moesten nemen met enkele zeer dikke regendruppels die niet meer dan 0,2 mm opleverden. De bliksemontladingen waren vanop afstand echter vrij indrukwekkend wat dit alles enigzins compenseerde. Meer compensatie kwam van de temperaturen die met 10,1 tot 25,3 graden zeer aangenaam te noemen zijn terwijl de oostelijke wind ons niet teveel stoorde met haar maximale 17,7 km/h. Deze windstoot werd echter vanuit het westen genoteerd door de outflow van de onweerscellen.
Zowel de ochtend als de afgelopen nacht verliepen zwaarbewolkt en somber waarbij er tijdens de voormiddag weer regelmatig wat regen viel op Malderse bodem. Een pluspuntje waren wel de zachte minima (13,0 graden) die we aan de wolken te danken hebben. De temperaturen overdag vallen overigens ook best mee daar we ons tijdelijk ten zuiden van het polaire front bevinden. We konden in de namiddag dan ook maxima van 17,7 graden neerschrijven. Na de middag werd het trouwens weer wat droger terwijl de zon er heel af en toe in slaagde om een doorbraak te forceren. De wolken waren echter nog steeds in de overgrote meerderheid waardoor het nog steeds geen fraai weerstype kan genoemd worden. Bovendien stond er nog flink wat wind met snelheden tot 40,2 km/h uit het west- zuidwesten. Naarmate de namiddag vorderde, ging de bewolking wat meer breken waardoor het ook zonder microscoop mogelijk werd om stukjes blauw te herkennen in het sterk vergrijsde luchtruim. De Altostratusbewolking die nu steeds meer zichtbaar wordt door het afnemen van lage bewolking, zijn geen restanten van de regenzone die we achter de rug hebben (waar trouwens 1,4 mm uitkwam), maar reeds de voorboden van een volgend exemplaar dat ons de komende uren in haar vochtige producten zal onderdompelen. Samen met veel regen lijkt er ook een klein maar fijn stormpje in verwerkt te zitten waardoor we vooral rond morgenmiddag met stevige rukwinden zullen geconfronteerd worden. Door de reeds flink in de was gekomen vegetatie kan dit een best wel spannende situatie opleveren...
De felle zon zorgde ervoor dat de ochtendkoelte (12,5 graden) snel verdween en we opnieuw een zwoele, zomerse dag tegenmoet gingen. De Cirrus- en Cirrostratusbewolking van gisteren heeft zich echter over een groot deel van de hemel uitgebreid waardoor enkel in het noordoosten nog een wolkenloze lucht te zien was. De ijle vederwolkjes konden de krachtige zon echter nauwelijks temperen zodat het kwik weer uitkwam op een erg hoge 29,0 graden. Gelukkig stak er een briesje op dat met snelheden tot 29,0 km/h uit het oost- zuidoosten verkoeling bracht. Tijdens de avond verscheen er Stratocumulus castellanusbewolking, maar dit bleek geen verdere gevolgen te hebben voor het zomerse weersbeeld. We sluiten deze dag dus weer af met 0,0 mm als neerslagtotaal terwijl de warmte nog urenlang blijft nazinderen.
De opklaringen zijn afgelopen nacht opnieuw breder geworden, waardoor we vanochtend weer werden opgewacht door een vriendelijk lentezonnetje. Het was echter geen kraakheldere hemel waar we tegenaan keken, want er dreef behoorlijk wat Cirrus en Cirrostratusbewolking voorbij. Deze werd na een tijdje aangevuld met Cumulus humilis wolkjes die de hemel een typisch zomerse aanblik gaven. Na de middag kregen we ook veel Altocumulus en Stratocumulus castellanus te zien, welke een stuk minder onschuldig zijn dan de eerdergenoemde Cumuluswolkjes. Maar wie hoopte dat de tuinslang weer op zolder kon, kwam bedrogen uit want het bleef de hele dag droog en rustig. De Cirrostratusbewolking ging over in Altostratus translucidus, welke nog steeds niet in staat was om neerslag voort te brengen. Boven de uitgedroogde bodem warmde het snel op, en zo konden we vandaag weer genieten van zomerse temperaturen die zich tussen 5,2 en 23,6 graden ophielden. De wind was ook weer van de partij, maar met snelheden tot 22,5 km/h uit noordoostelijke richtingen heeft deze weinig hinder veroorzaakt, wat we dan weer niet kunnen zeggen van de pollen die erdoor werden voortgedreven. Tijdens de avond hielden de Cumuluswolkjes het voor gezien, en verdween de Stratocumulus castellanus ook grotendeels. Wat overbleef was een met Cirrostratus en Altostratus getooide hemel die met een paar Altocumulusbankjes in het zuiden werd opgesmukt, en voor aangenaam warme kleurentinten zorgde bij de ondergaande zon. Zoals enigszins verwacht kon worden, stelde het neerslagtotaal letterlijk en figuurlijk niets voor met 0,0 mm.
In tegenstelling tot de voorbije dagen zag het er vanochtend eens niet veelbelovend uit en lag alles toegedekt onder een dik Stratocumulus wolkendek. Daaronder hingen afzonderlijke Stratocumulus castellanus partijtjes waardoor het er best wel apart uitzag, al zullen de meesten onder ons aan dit alles geen boodschap hebben. De vorstvrije minima van 4,7 graden waren dan weer wel bruikbaar, net als de opklaringen die kort voor de middag langzaam kwamen aangetuft vanuit het zuidwesten. Deze werden op hun beurt echter gevolgd door nieuwe Stratocumulusbewolking die het grootste deel van het luchtruim in beslag nam. Er bleven nog enkele minuscule opklaringen over, maar dat het voor de zonnekloppers onder ons geen geluksdag zou worden was al snel duidelijk. Onder het Stratocumulus wolkendek was ook wat Cumulus en Stratus fractus te zien, maar geen enkele wolk slaagde erin om neerslag voort te brengen. Het zwaarbewolkte weertype zorgde in combinatie met de polaire luchtaanvoer terug voor lage maxima die niet boven 14,1 graden uitklommen. De wind zocht het vandaag in de noord- noordoostelijke hoek en blies 's avonds met snelheden tot 22,5 km/h nieuwe opklaringen het land in. Dit gebeurde bij een uitrafelend Stratocumulus wolkendek waarbij tussen de wolkencompartimenten opvallende stralenbundels te zien waren. Deze zijn het werk van een opstomende depressie die reeds extra vocht in de onderste luchtlagen aan het pompen is. Verder was hier nog niets van te merken, en tegen zonsondergang was het zelfs zo goed als helder. Het neerslagtotaal van 0,0 mm is dus opnieuw buiten schot gebleven en ook morgen zal het wellicht weinig voorstellen qua neerslag aangezien de regenzones ten zuidoosten van Malderen zullen voorbijtrekken. De bijhorende wolkenvelden zullen ons echter niet vergeten en hun reddingsoperatie van de nachtvorst afstraffen met een sombere en kille nawinterdag.
Het koufront slingerde nog steeds over de lage landen waarbij overvloedige bewolking in een zachte nacht met minima van 12,1 graden resulteerde. Op het koufront was echter een golfje ontstaan waardoor een deel van de regenzones actiever werd en we ons alsnog konden opmaken voor een broodnodig stortbad. De regenzone had een sterk buiig karakter, en trok langzaam van west naar noord terwijl er een zuidelijke stroming stond. Af en toe werd er een ontlading op geregistreerd maar het is niet duidelijk of daar in Malderen iets van te merken was. In Brussel bleef het in ieder geval onweersvrij en zagen we na een uurtje regenval weer opklaringen verschijnen vanuit het westen. De stabiele golf op de regenzone schoof geleidelijk weer Nederland in en de opklaringen veroverden vanuit het oosten opnieuw het land. De regenzone bleek uiteindelijk 3,0 liter vers hemelwater te hebben opgeleverd. Na de middag warmde het flink op door de brede opklaringen en door al het vocht dat is gevallen voelde het erg broeierig aan. De temperaturen bereikten 24,7 graden terwijl er wat verkoeling kon worden gezocht in een noordwestelijk briesje tot 12,9 km/h. Op het einde van de namiddag schoof er weer behoorlijk wat sluierbewolking binnen vanuit het zuiden terwijl er dreigende stapelwolken ontstonden. Deze zorgden echter alleen in het zuiden en oosten van het land voor nieuwe onweersbuien. In Malderen moesten we het stellen met een aantal kolossale stapelwolken terwijl de sluierbewolking geleidelijk weer wegtrok naar het noorden. Er stroomde gevoelig frissere lucht binnen en de temperatuur bedroeg tegen zonsondergang nog maar een ruime zestien graden. De resterende bewolking maakte nog steeds een wat onstabiele indruk terwijl er volgens de analysekaarten een troglijn op doortocht is. Maar als we de radar erbij nemen, is er in de verste verte niets te vinden dat op neerslag lijkt.
We begonnen de dag in tropische omstandigheden bij temperaturen die niet beneden 16,1 graden zijn gezakt. Bij dat tropische hoorden natuurlijk ook buien, en daar werd al vroeg in de ochtend voor gezorgd. Met momenten plensde het stevig door (Brussel) terwijl er tussendoor drogere perioden waren. De bewolking bestond uit Altostratus, Stratocumulus castellanus en Stratus fractus waartussen de buien verscholen zaten. Ten westen van ons was een koufront en een convergentielijn terug te vinden en deze trokken langzaam maar zeker het vasteland op. Aan de voorzijde hiervan werd het overdag drukkend en zwoel al hield de regen tijdelijk op. Na de middag waren er zelfs even opklaringen te zien, welke vooral in het oosten goed vertegenwoordigd waren maar uiteindelijk ook Malderen van 10 minuten zonneschijn konden voorzien. Dit leverde ons hoogzomerse maxima van 24,6 graden op terwijl de zonnestralen erg heet aanvoelden door de met vocht verzadigde lucht. Ten westen van ons ontstonden plots felle buien met onweer, waarvan eentje tot een roterende supercell kon ontwikkelen. Deze trok langs Gent en de wallcloud was nog net te zien aan de noordwestelijke horizon. De bui bleek zelfs een windhoos te veroorzaken met bijhorende schade al was er vanuit Malderen nauwelijks onweersactiviteit te merken met slechts twee donderslagen in de verte. Wat ons wel kon bereiken was de wind die er met snelheden tot 38,6 km/h uit het zuid- zuidwesten kort voor de middag maar ook 's avonds flink tegenaan ging. Het kwam ook even tot regen, maar de hoeveelheden waren nauwelijks meetbaar en daar de buien van deze voormiddag ook niet erg tuk waren op Malderen sloten we alsnog met een zeer bescheiden neerslagtotaaltje van 0,4 mm af. De invasie van polaire lucht leek wat vertraging op te lopen want het bleef tot diep in de nacht drukkend en zwoel bij temperaturen rond of dichtbij 20 graden.
Uitgestrekte wolkenvelden en een strakke zeewind zorgden ervoor dat het vandaag eerder aan herfst dan aan lente deed denken. De wind hield de luchtlagen wel goed gemengd waardoor de minima nog relatief hoog waren met 10,4 graden. Zoals zo typisch is voor pure zeelucht, kleurde de lucht bijna zwartblauw tijdens de weinige momenten dat er een opklaring voorbijvloog. Op andere momenten zagen de wolken er zeer dreigend uit (vooral bij tegenlicht) maar een stevige temperatuursinversie op tamelijk geringe hoogte zorgde ervoor dat de buien die zich door de krachtige zon in de vochtige lucht ontwikkelden beperkt bleven tot hooguit een paar spatjes regen die niet meetbaar waren. Voelbaar waren ze dan wel want opgejaagd door de furieuze west-zuidwestenwind tot 41,8 km/h gedroegen ze zich als winterse projectielen die ijzig koud aanvoelden wanneer ze op onze huid uiteenspatten. Tijdens de late namiddag werd het zonniger en tussen twee windvlagen in slaagde het gevelde kwik erin om weer overeind te krabbelen zodat we nog maxima van 16,9 graden haalden. Vooral achter glas voelde het aangenaam aan maar op een beschut terras viel het ook nog wel te (zuur)pruimen. Tijdens de avond loste de bewolking verder op en zwakte de wind af zodat het weer rustig, helder en zeer zonnig was. Voor wie aan accuut geheugenverlies lijdt moeten dit gouden momenten geweest zijn die voelden alsof ze deel uitmaakten van een eindeloze lenteperiode die er altijd al geweest is en nooit zou eindigen. Maar voor de mensen mét geheugen en een satellietbeeld op hun computerscherm was dit natuurlijk niet meer dan een korte adempauze als aanloop naar een weekend dat nog somberder, killer, guurder en ook nog eens stukken natter zal verlopen dan vandaag dat nog met 0,0 mm kon worden afgesloten.
De dag begon somber en guur met vlagen van motregen die door een snijdende west- noordwestenwind werden opgezweept. Dit alles gebeurde bij minima van 10,2 graden en onder een Stratus wolkendek. De motregen kreeg na een tijdje een buiig karakter met ook gewone regen ertussen en de neerslag kwam soms met een flinke intensiteie naar beneden. Daarna werd het weer wat rustiger en kregen we terug betrokken weer met af en toe vlagen van motregen. Dit ging zo verder tot omstreeks 16H40 toen er plots een zeer active buienlijn doorheen Malderen spoelde waarbij het water met bakken naar beneden kwam. Het neerslagtotaal werd in één uithaal omhoog geslingerd naar 10,7 mm maar voor we wisten wat er ons overkwam klaarde het plots weer uit in het westen. We zagen de buienlijn nu als een donkere wolkenmuur wegtrekken naar het zuidoosten en de zon kwam er nu zowaar door zodat het opeens weer wat aan zomer deed denken. De wind zwakte immers tijdelijk af, de zon brandde flink in de polaire lucht die over ons uitstroomde en het voelde ook drukkend aan door al het vocht in de lucht. De maxima werden nu pas bereikt met 15,2 graden en ze voelden een stuk warmer aan dan ze waren. Voor eventjes toch want er kwam als enel weer Stratus fractus bewolking binnendrijven waardoor de zon weer wegdook en de wind wakkerde terug aan zodat het alweer guur ging aanvoelen. De bewolking bestond op het einde van de avond uit een mengeling van Stratus fractus, Cumulus congestus, en wat Stratocumulusvelden al bleef het wel droog zodat het neerslagtotaal van daarnet ook het dagtot
.
Geen Flashback op Weerwoord wegens ziekte, panne of buitenlandse reis? Lees de Flashback nu ook op mijn website! Elke dag automatisch bijgewerkt vanaf 0H01 Belgische tijd, voor alle datums vanaf 1 mei 2004.