Een aanscherpende grootschalige bovenluchttrog bevindt zich ten westen van Ierland. Verder ligt er een hogedrukrug met de as van de Alpen naar Polen. Een sterke bovenluchtstroming is in eerste instantie aanwezig over de Britse Eilanden. Donderdagochtend en vroege middag is anticyclonale kromming nog overheersend boven het continent. Wanneer de grootschalige trog naar het oosten beweegt, wordt de stroming ook boven het Europese vasteland meer cyclonaal. Verder in de avond en nacht, kunnen enkele kortgolvige trogjes voor wat extra gedwongen opstijging zorgen. Als dat gebeurt, leidt dat tot meer initiatie van onweersbuien of versterking van bestaande convectie.
In de onderste atmosfeerlagen en bij de grond, zorgt een zuidwestelijke aanvoer langs de oostflank van de hoogtetrog, boven Frankrijk en de Benelux voor advectie van warme en vochtige lucht. De gronddauwpunten stijgen naar 15 tot 20°C en de Theta-E 850 hPa waarden stijgen naar 50-55°C. Dit leidt tot de opbouw van aanzienlijke onstabiliteit, met ECMWF ensemble uitvoer die komt tot ca. 50% kans op 1500 J/kg... en 30% kans op 2000 J/kg... aan CAPE. In het algemeen is er goede overlap met sterke windschering (0-6 km ~ 20-25 m/s).
Er is nog grote onzekerheid over twee facetten:
1. onstabiliteit, die afhangt van het herstel van de luchtmassa in de ochtend en vroege middag. Buienrestanten van de nacht zijn sterk bepalend voor de hoeveelheid instraling en de resulterende temperatuur en onstabiliteit.
2. initiatie, die ten dele dynamisch geforceerd wordt boven Zuid-Engeland en de Kanaalregio, maar verder landinwaarts vooral thermisch gedreven zal zijn. Er bestaat kans op destabilisatie van de luchtkolom door convergentie t.g.v. mesoschale grensvlakken, zoals een thermische convergentielijn of wellicht een zeewindfront.
Mijn beeld van de dag:
Tot later in de middag of zelfs vroeg in de avond nog geen wijdverspreide convectie, maar meer verspreide of zelfs geïsoleerde buien. Dit komt door het ontbreken van grootschalige optilling en (vooralsnog) niet te bepalen 'hotspots' zoals convergentielijnen. Opwarming van het grondoppervlak moet het grootste deel of nagenoeg alle convectieve 'remwerking' (inhibitie) doen verdwijnen, wat dus leidt tot verspreid buien. Er is echter nog veel onzekerheid over de 'coverage' van de buien. Hoe dan ook, is het grootste risico bij deze buien vooral grote hagel (3-5 cm), zeer veel neerslag en misschien lokaal een tornado, als de wind in de grenslaag in een regio voldoende kan krimpen.
In de avond en nacht wordt de dynamische ondersteuning steeds beter, met toename van de diepe windschering en overgang naar een cyclonale bovenluchtkromming. Het is mijn inschatting dat de convectie dan georganiseerder wordt en resulteert in één of meerdere buienlijnen/complexen. Hierbij is nog vooral gevaar voor (zeer) zware windstoten. Uiteindelijk loopt dan de donderdag redelijk door in de vrijdag. Er passeert dan een koufront over de Benelux dat de warmte weer doet verdrijven. Het front, en mogelijk een prefrontale convergentielijn, zijn dan de aangewezen gebieden waar nog zware buien kunnen ontstaan. Als het gaat om de periode met de grootste kans om ergens in de Benelux -iets- van onweer te krijgen, wil ik de (nacht naar) vrijdag aanwijzen. Maar de donderdag levert in potentie veel interessantere buien op.
Quote selectie