Nabij de occlusie en daar ten noorden van buiige regen en in het noordoosten ook enkele losse buien, toppen tot FL150. Naast dagelijkse gang speelt ook de linkeruitgang van een jet een rol als forcering. Cape-waarden in het noordoosten 400-700 J/kg, schering zo'n 15 kt. Single-cell, wellicht multicell. Ten zuidwesten van de occlusie nog lokaal lichte motregen (coalescentie) uit een pakket dat circa 3000 vt dik is. Op nadering van en bij de backbent weer wat (buiige) (mot)regen, in het noordwesten van de FIR door de kortgolvige hoogtetrog ook enkele ingebedde CB's. Tevens valt uit de modellen te herleiden dat kustconvergentie ook een rol speelt als forcering. Zaterdagmiddag neemt boven land op dagelijkse gang de onstabiliteitsdiepte weer wat toe naar FL100-150 en kan weer een enkele CB ontstaan. CAPE is wel erg laag, in de orde van 100 J/Kg. Op nadering van de scherpe trog op zondagochtend neemt de onstabiliteit en forcering (ook door kustconvergentie) toe en kunnen enkele (geclusterde) buien ontstaan, mogelijk met onweer (zie Harmonie).
Quote selectie