Er zit veel meer achter.
Eigenlijk moet je samen met deze ensembles de Oper-kaarten bekijken (of de individuele ensemble-leden) om te zien wat de mogelijkheden zijn en welk lijntje globaal voor welk scenario gaat en wat het meest voor de hand ligt.
(Doordat de oper niet vaak consistent is in het GKB zie je vaak welke lijntjes uit het ensemble voor welk scenario gaan omdat de Oper elk traject wel een keer aandoet)
Dan zie je bijv. ook waarom de spreiding op een bepaald moment zo groot is en naar welke kant het zou moeten gaan (op kortere termijn) om de betere lijntjes te laten uitkomen, wat daarvoor nodig is en hoe realistisch dat is. Dat kan je dan ook nog eens toetsen aan andere modellen, bijv. de pluim van EC of de verschillen op de +144/+168 kaarten.
Maar dat is me veel te ingewikkeld om hier in detail neer te schrijven. Ooit zal ik er wel eens een pdf-je van maken met voorbeelden. 
Dit vind ik een perfecte samenvatting, Ruben.
Je hebt gewoon de kaarten van de verschillende ensemble-leden nodig (en nog een boel andere informatie) om pluimen goed te kunnen interpreteren. Informatie die zelden vrij beschikbaar is voor amateurs.
Daarom vind ik de ECMWF-guidance elke ochtend een onmisbaar instrument bij de interpretatie van de EPS-pluim. De guidance-meteoroloog ziet die info namelijk wel en vat ze (meestal) goed samen, de ene al iets enthousiaster dan de andere
Quote selectie