3 mm neerslag in vloeibare vorm levert bij temperaturen van 0 graden circa 3 cm sneeuw op. Is de temperatuur iets boven nul, gaat de sneeuw steeds meer vloeibaar water bevatten, wordt zwaarder, zodat er minder snel een dikke laag wordt gevormd. Echter.. de luchtvochtigheid, dus ook de nateeboltemperatuur speelt ook een belangrijke rol.
Lage natteboltemperaturen treden op tijdens buien. Sneeuw kan dan vallen bij hogere temperaturen dan tijdens situaties met een hogere nateboltemperatuur, zoals veelal tijdens of voor de passage van een warmtefront of een occlusie. Er zijn echter ook hier complicaties. Zeer droge, veeal continentale lucht,. aangevoerd aan de voorzijde van het nereslaggebied tijdens temperaturen van enkele graden boven nul vergroot de kans op sneeuw.
Verse sneeuw bij 0 graden weegt dus tienmaal zo weinig per liter als een liter water. Bij een graadje of 5 vorst is de sneeuw luchtiger en kan het laagje een cm of 4 tot 5 zijn. Het zakt echter dan al snel in elkaar. Waait de sneeuw op tot sneeuwduinen, dan wordt het duin een compact geheel en is het soortelijk gewicht van de sneeuw veel groter. Over sneeuwduinen kun je soms gewoon lopen.
groeten, Arie
Quote selectie