Uitleg bij onderstaande figuren
In figuur a is de situatie getekend zoals deze plaatsvindt boven +/- 1 Km hoogte. Door het hogedrukgebied aan de onderkant en het lagedrukgebied aan de bovenkant ontstaat de gradiëntkracht (Fgrad). Het gevolg van deze kracht is dat de lucht van hoog naar laag stroomt. Maar er is nog een kracht in het spel, de Corioliskracht (Fcor). Deze is evenredig met de snelheid. Dus als de lucht harder gaat stromen wordt de Corioliskracht en dus de afwijking naar rechts groter. Deze is zo groot dat de lucht niet meer van hoog naar laag zal stromen maar langs de isobaren.
Echter speelt in de onderste kilometer wrijving een grote rol. Deze is in figuur b getekend. De wrijvingskracht(Fw) zorgt ervoor dat de snelheid minder wordt. En omdat de Corioliskracht evenredig is aan de snelheid zal deze dus ook kleiner worden. De Corioliskracht zal in evenwicht raken met de resulterende kracht(Fres: welke de som van de gradiëntkracht en de wrijvingskracht is). Hierdoor zal de lucht met een afwijking (naar rechts) naar het lagedrukgebied toe stromen.
Quote selectie