Bij een voltooid deelwoord komt er nooit een extra letter bij.
Maar die eindletter die er dan wel staat, moet dat een 'd' of ene 't' zijn?
Daar is het handige ezelsbrugje van "'t kofschip" dus voor uitgevonden. Als de stam (bij 'schudden' bijvoorbeeld 'schud') van je werkwoord op een letter uit dat woord eindigt schrijf je een 't' achteraan.
-->Koken heeft als stam 'kook', dat eindigt op een 'k' en dus schrijf je 'gekookT'.
-->PAS WEL OP: 'beven' heeft bv. als stam 'beev' en niet 'beef'. Daarom schrijf je dus de vorm 'gebeefD' als voltooid deelwoord met een D achteraan, en niet met een T(maar ik ga het niet opschrijven want dan doe ik aan gewenning van fouten voor de ogen).
ALLE andere gevallen schrijf je met een D achteraan.
Maar je weerkennis is top

.
Mvg
Aart
Quote selectie