kwam niet door het ontbreken ve straffe ooster
niet door te hoge bovenlucht temps[die was -5 tot -10]
niet door Oostzee invloed,want die was er gewoon niet
niet door aanvoer uit het zuidoosten,ook niet op hoogte [want die waren er beide ook niet].
zou overblijven subsidentie en een beetje hoogteverschil.
Is subsidentie sterker naarmate de luchtdruk hoger wordt?Met andere woorden was het Scandihoog te sterk?
Moeten we daar voortaan ook al rekening mee houden?
Je zou de situatie beter moeten analyseren. Of er wel zo'n stroming vanuit Polen naar ons was betwijfel ik.
En dan zijn er verschillende bij-effecten;
1. Geen diepe kou op 850-hPa. Ik zag op een gegeven moment dat de koudste bel richting zuid-Scandinavië ging.
2. Samenhangend met bovenstaande: je moet altijd oppassen met dit soort verwachtingen. Als het -20 is in Moskou boven een sneeuwdek en de lucht moet over een groot gebied zonder sneeuw worden aangevoerd, dan kan het zomaar onder weg 10 tot 15 graden warmer worden. Was het Victor of Dieter die opmerkte dat bevriezing van de bodem warmte afgeeft aan de lucht? Ook dat speelt een rol.
Hierop zou je je zomaar sterk kunnen verkijken.
3. Zon en bewolking spelen een rol. In februari kan de zon bij een dunne koude luchtlaag veel doen. Bewolking kan de afkoeling door uitstraling sterk verminderen.
4. Tijdens het transport kan menging optreden met hogere luchtlagen, zie ook 1. Dit dan juist weer bij veel wind.
5. Soms speelt een Föhneffect of subsidentie. Bij subsidentie kan zich onder een inversie nog kou handhaven.
Overigens wordt de subsidentie niet zo zeer bepaald door de kracht van het hogedrukgebied maar door de mate van anticyclonale kromming van de isobaren. Bij cyclonale kromming, treed opstijging op.
Kortom: een temperatuur op plaats x en verplaatsing naar plaats y geeft niet dezelfde temperatuur op plaats y. Soms verre van dat.
Ook bij erkende stransportkou-situaties met zeer lage 850hPa-waarden zie je een temperatuurstijging tijdens het transport. Dat kan door menging met hogere lagen, door instraling van de zon, met name als er geen sneeuw ligt en eventueel door opname van warmte vanuit de bodem. Als alles meewerkt kan het een keer -12 tot -15 worden overdag. Maar die situaties zijn in ons land deze eeuw op de vingers van 1 hand te tellen. Denk aan 1 februari 1956, 31 december 1978 en februari 1929. Misschien komen 11 en 14 januari 1987 heel dicht in de buurt.
Groet,
Cees
Quote selectie