De metingen in Vlissingen werden destijds gedaan op de Westhavendam in een thermometerhut die van onderen open was. De thermometers waren geplaatst in een zinken trommel met ventlatiekap en -bodem, die tijdens de waarneming geopend werd. De thermograaf stond naast deze trommel op een plank die alle straling naar de grond belette. Net als op de andere hoofdstations werden drie maal per dag waarnemingen gedaan met behulp van kwikthermometers. De extremen werden bepaald met een Six-thermometer. Er liep een thermograaf mee voor de overige uurlijkse waarnemingen die aan de hand van de gemeten waarden werden gecorrigeerd.
Bron: grotendeels Meteorologisch jaarboek KNMI.