(Weersverslag Tenerife) Blijkbaar was de opdoemende Cirrusbewolking van gisteren niet voor ons bedoeld want de dag nam zijn aanvang met een vrijwel heldere hemel. Maar er hing wel een soort nevel die het eiland tegenover ons bijna helemaal onzichtbaar maakte. Zelfs de vulkaan Teide was van hieruit nauwelijks waar te nemen. Mogelijk hebben we te maken met woestijnstof want de wind komt duidelijk uit het oosten nu en komt dus rechtstreeks vanover de Sahara. In de loop van de dag werden er weer stapelwolkjes gevormd boven land en hierbij viel sterk op hoe het op de witte wolken weerkaatste licht reflekteerde in het stof wat zelfs in het midden van de dag resulteerde in een spookachtige witte gloed boven de wolken. Tegen zonsondergang was er een donkere band van 'nevel' te zien boven de horizon waardoor het leek of de zon vroeger onderging. Ook de kleuren van de hemel waren niet meer zo helder bij de avondschemering. Hoewel er weinig wind stond ging de oceaan met momenten erg flink tekeer hierbij afwisselend met periodes van lichte en zware deining zodat het leek of de grote en kleine golven zich afzonderlijk gegroepeerd hebben. Het is erg zacht en tot laat in de avond aangenaam vertoeven buiten
Vanochtend ontwaakten we nog steeds in zomerse omstandigheden waarbij de zon nog flink haar gang kon gaan en het met momenten wat drukkend aanvoelde. Bewolking was er echter ook en deze ging vooral na de middag flink toenemen waardoor het op dit moment zelfs volledig betrokken is. De aktieve golf op het koufront heeft onze streken inderdaad bereikt en over het westen van het land is er volgens de radar al een flinke kluts regenwater naar beneden gestroomd. Het kwik moest eveneens flink inleveren en we haalden maar 23,2 graden terwijl het vanochtend met 9,3 graden al een stukje frisser was. Voorlopig is het te Malderen droog gebleven op een verdwaalde regendruppel na, maar dichte regengordijnen aan de westelijke horizon tonen aan dat daar spoedig verandering zal in komen. Achter de golf die morgenvoormiddag gevolgd wordt door een paar buitjes zal de atmosfeer snel stabiliseren waardoor het weer terug vriendelijker zal ogen, doch de maxima zullen erg laag blijven door de aanvoer van polaire lucht. Toch lijkt er rond 6 juni een nieuwe opstoot van warme lucht op til te zijn, maar deze zal niet dezelfde proporties hebben als degene die we net achter de rug hebben. Toch ziet het er niet hopeloos uit voor deze zomer...
Bij zonsopgang was de hoofdkleur van het Malderse luchtruim opnieuw grijs. De bewolking vertoonde echter onstabiele trekjes (Altocumulus castellanus onder een Altostratuslaag) en het duurde dan ook niet lang eerde de eerste buien arriveerden. De buien zaten gegroepeerd in een langgerekte lijn die eerst voor intense neerslag zorgde en een uurtje later zorgde een afzonderlijke bui zelfs voor licht onweer te Brussel. Te Malderen liep het echter zo'n vaart niet en hielden we het bij gewone regen. We evolueerden vervolgens naar een droog weertype met steeds breder wordende opklaringen, maar de atmosfeer was nog steeds alles behalve stabiel waardoor de warme zonnestralen na de middag opnieuw buienvorming op gang brachten. De buien waren zeer plaatselijk en misten Malderen meestal waardoor het op deze locatie een best wel aangename namiddag werd, vooral dan uit de wind die met haar snelheden tot 31 km/h uit noordwestelijke richtingen aardig voor spelbreker speelde. De temperaturen hadden we ook niet mee in de polaire luchtstroom: we moesten ons tevreden stellen met 10,4 tot 16,4 graden. Bovendien is het naar zonsondergang toe snel gaan afkoelen terwijl een nieuwe lading buien er tijdens de late avonduurtjes wel in slaagde om ook hier voor matige regenval te zorgden. Het voorlopige neerslagtotaal bedraagt 3,0 mm al kan daar voor middernacht nog een weinig bijvallen.
Nog steeds was het al herfst wat de klok sloeg toen we vanochtend ontwaakten onder een grijs Stratus wolkendek waaruit met momenten miezerige motregen naar beneden kwam. De wind maakte het er niet meteen gezelliger op met haar snelheden tot 35,4 km/h uit het west- noordwesten. Gelukkig brak de bewolking wat open op het einde van de voormiddag en konden we zowaar een streepje zon meepikken bij een rustig en droog weertype. Cumulus en Stratocumulus wolken trokken het laken echter steeds naar zich toe en in combinatie met de aanvoer van sub- polaire luchtmassa's konden we op thermisch gebied dan ook niet meer verwachten dan 10,8 tot 15,7 graden. Naar de avond toe nam de bewolking steeds verder af en werd het bijna volledig helder tegen zonsondergang. De brede opklaringen zorgden ervoor dat het snel is gaan afkoelen en we misschien wel de koudste nacht van deze maand tegenmoet gaan. Ondanks alles was dit een bijna droge dag met slechts 0,2 mm neerslag (motregen).
Voor de verandering gingen we vandaag eens de november- toer op met een erg saaie en troosteloze dag waarbij de zon nauwelijks aan bod kwam en lage wolken het hoge woord voerden. Gelukkig herinnerden de temperaturen er ons met 14,4 tot 21,2 graden aan dat we toch nog in het juiste seizoen zitten. Vooral tijdens de voormiddag en ochtend viel er matige regen uit de laaghangende wolkenmassa, maar naar de middag toe werd het droger en hoewel de zon er niet doorkwam, kon je heel goed haar warmtestralen voelen die dwars door de wolken leken te gaan. In combinatie met de vochtige lucht was dit voor de planten een zegen en deze persten er dan ook weer een flinke groeispurt uit terwijl er tijdens de namiddag nog een paar lichte buitjes bijvielen. Met snelheden tot 19,3 km/h was de noordenwind ook nog eens erg bescheiden. Naar de avond toe werd het droger en beet de pluviometer zich definitief vast op het neerslagtotaal dat inmiddels 3,2 mm had bereikt. We kregen ook tijdelijk een waterzonnetje te zien maar deze liet het na korte tijd weer afweten. De echte opklaringen verschenen pas in het wegebbende schemerlicht en hoewel sommige wolkenresten er erg dreigend uitzagen, bleef het rustig en droog tot na middernacht.
We begonnen de dag(lichtperiode) met brede opklaringen terwijl er wat verspreide Stratocumulusveldjes zichtbaar werden. Deze maakten geleidelijk plaats voor Stratus fractus die vanuit het oosten kwam binnengedreven. Ze gingen op hun beurt over in Cumulus mediocris die de diepblauwe lucht een prachtig zomers uiterlijk verleende halverwege de voormiddag. Drogere lucht zorgde ervoor dat de stapelwolkjes weer kleiner en schaarser werden naar de middag toe zodat de zon opnieuw alle kansen kreeg om onze zomers gestemde harten te verwarmen. Tijdens de namiddag was de aangevoerde lucht zelfs zo droog dat er geen enkel spoor van bewolking meer overbleef. Het warmde dan ook snel op onder de brandende zon, zodat we temperaturen tussen 12,9 en 23,6 graden konden noteren. De noordoostenwind trok hierbij aan tot 22,5 km/h. Tijdens de avond veranderde er weinig aan het zonnige weerbeeld, al koelde het na zonsondergang weer aardig af. Dat we de dag afsloten met een neerslagtotaal van 0,0 mm was natuurlijk geen wonder.
Het rustige en droge weer van de voorbije weken leek vandaag haar einde te naderen toen een van activiteit bruisende regenzone op de Lage Landen afstevende. Zij deed het luchtruim al snel vollopen met Cirrus, Cirrostratus, Stratus fractus en Cumuluswolken. Toch liet dit alles een vrij zonnige en aangename voormiddag toe waardoor het nog een eindje kon opwarmen nadat we de minima van 8,4 graden hadden opgetekend. Toen het luchtruim zich na de middag vulde met Altostratus en Nimbostratusbewolking, ging het ondanks dat gewolk zelfs een beetje zomers aanvoelen bij maxima van 22,2 graden. Een koelbloedige zuid- zuidwestelijke wind hield ons echter met beide voeten aan de grond door ons bijna weg te blazen met haar snelheden tot 43,5 km/h. En even later volgde dan de regen die dat zomergevoel al evenmin kon ondersteunen en uiteindelijk 2,0 mm in het bakje zou brengen. Het was geen aanhoudende regen, want de bewolking werd na een uurtje weer dunner vanuit het zuidwesten en we kregen vervolgens een afwisseling van wolkenvelden, fletse opklaringen en lichte buitjes van regen en motregen. Het was wachten tot na zonsondergang voordat men met het zwaardere werk over de brug kwam, maar ook deze buien waren nog lang niet om van achterover te vallen. Er zat ook geen onweer op maar op sommige momenten werd het erg winderig.
Het warmtefront zorgde afgelopen nacht en vanochtend voor veel bewolking, maar het bleef droog en vooral zacht bij minima van 12,4 graden. De bewolking leek eerst niet van plan te zijn om te wijken, maar naar de middag toe werd ze dan toch dunner en kregen we geleidelijk de zon te zien. De Stratus ging over in Stratus fractus en deze ging op haar beurt over in Cumulus humilis die zich in wolkenstraten ging groeperen. Deze kregen een golvende structuur en kregen de neiging om over te gaan in lenticularis terwijl er op iets grotere hoogte ook gewone Altocumulus lenticularis aanwezig was. Duidelijke tekenen aan de wand dat we in een vochtigere luchtsoort zijn terechtgekomen en er regenzones in aantocht zijn, maar vandaag werd het nog op en top zomerweer. Er werd immers gevoelig warmere lucht aangevoerd en de temperaturen stegen vlot tot een aangename 23,9 graden. Net als de voorbije dagen was het opnieuw zeer winderig met snelheden tot 40,2 km/h uit het west-zuidwesten waardoor er van de weinige neerslag die een paar dagen geleden viel al lang niets meer overblijft. Tijdens de avond loste alle bewolking op en was er enkel nog Cirrusbewolking te zien in het zuiden. We sloten nog maar eens af met een neerslagtotaal van 0,0 mm.
De diepblauwe zuiderse luchten waren we vandaag duidelijk kwijt, toen we het daglicht zagen weerkeren bij overvloedige Stratocumulusbewolking. Er waren nog redelijk wat opklaringen tussen, maar deze keer terug met de fletse en contrastloze kleuren die we van vorige week nog kennen zij het in iets mindere mate. Koud was het vanochtend niet, maar een zwoele nacht was het evenmin bij minima van 11,9 graden. Tijdens de uren daarop dreven er veel Stratocumulus castellanus velden voorbij die er dreigend uitzagen maar uiteindelijk weken voor opklaringen vanuit het noordwesten. Hierin ontwikkelden zich in de loop van de namiddag stapelwolken die flink uitgroeiden en vrij snel het onweersstadium bereikten. Toen waren ze Malderen echter al voorbijgetrokken waardoor we met onze uitgedroogde vegetatie andermaal naast de waardevolle prijzen grepen. Op de satellietbeelden was nu duidelijk te zien hoe de talrijke onweersbuien begrensd waren door een scherpe lijn die van zuidwest naar noordoost liep met Malderen net ten noordwesten daarvan. Wie buiten een kijkje nam zag inderdaad hoe de aambeeldvormige onweerscellen net ten zuidoosten van ons paradeerden terwijl het ten noordwesten van ons nagenoeg wolkeloos was. Er stak een verkoelende bries op die snelheden tot 25,7 km/h haalde uit het noordwesten terwijl het een beetje nevelig werd. Na zonsondergang zwakte de wind weer af maar toch werd het een stuk koeler dan de voorbije avonden en was de aankomst van de nieuwe luchtsoort duidelijk merkbaar.
Het was vanmorgen zwaarbewolkt met tamelijk frisse minima van 8,7 graden. Wel was het droog, maar daar zou spoedig verandering in komen want een retrograads trekkende depressie stuurde vanuit het noordoosten een zeer actief regengebiedje onze kant op. Volgens de radar zat er zelfs onweer op, al ging de activiteit er langzaam uit zodra Londerzeel in het gezichtsveld van de buien begon te komen. En boeiende wolkenluchten hoefden we al evenmin te verwachten, want alles was bedekt met Altostratus, Stratus fractus en Stratocumulusbewolking. Tegen de middag bereikte het regengebied ons dan, en werd het terug nat, kil en guur bij mei- onwaardige temperaturen die niet boven 12,0 graden uitkwamen. Gelukkig was de wind niet overdreven krachtig, maar voelbaar was ze zeker met snelheden tot 25,7 km/h uit westelijke richting. Op het einde van de namiddag bereikte een compacte buienlijn Malderen en begon het terug te regenen met druppels die opvallend klein waren en het midden hielden tussen motregen en lichte regen. Doordat het er zoveel waren konden we enerzijds van een stortbui spreken terwijl het zicht er anderzijds flink van terugliep. Op een bepaald moment leek het alsof er mist hing met zichtbaarheden die beperkt waren tot enkele honderden meters. Tijdens deze stortbui was het rustig maar daarna stak er een ijskoude noordenwind op terwijl de bewolking gesloten bleef met vooral Altostratus undulatus. Na een half uurtje droog weer begon het terug te motregenen, en dit hield voor de rest van de avond aan terwijl er een Stratusveld onder de eerdergenoemde wolken doorschoof. Nu was het pas echt somber en kil want er kwam nog maar nauwelijks licht door de bewolking zodat het leek alsof de zon al rond een uur of acht is onder gegaan. De motregen kon het ondertussen al flink opgelopen dagtotaal nog verder aanvullen tot 6,4 mm.
Het zag er vanochtend een stuk vrolijker uit dan gisteren toen er brede opklaringen bleken te hangen waarin enkel Cumulus congestus en Stratocumulusvelden hingen. Een beeld dat we bij minima van 11,4 graden konden aanschouwen. Maar de Cumulus congestus wolken groeiden verder uit en er werden meer Stratocumulusvelden gevormd waardoor het er dikwijls donker en dreigend ging uitzien. De kenner wist natuurlijk dat het bij gedreig zou blijven aangezien de wolken zich op geringe hoogte tot de eerdergenoemde Stratocumulus uitspreidden. En dat bleek inderdaad zo te zijn zodat de bewolking zowat onze enige reden tot klagen bleef op enkele met zware waterbakken sleurende tuiniers na. Na de middag werd de wolkenvorming onderdrukt door advectiestromingen uit een regenzone die vanuit Nederland in onze richting begon af te zakken. Dit zorgde voor enkele fraaie opklaringen en hierin viel meteen de enorme kracht van de machtige meizon op, want terwijl het eerst nog erg kil aanvoelde werd het meteen puffen en zzweten in een zwoele, bijna windstille omgeving. Het was duidelijk alleen e straling van de zon die zo warm aanvoelde want zodra er weer een wolkenflard voorkwam, voelde het meteen weer koel aan en de maxima nodigden met 21,5 graden ook niet meteen uit tot puffen en zweten. Tijdens het tweede deel van de namiddag stonden we dan oog in oog met de regenzone die ondertussen gearriveerd was, maar het ding was ondertussen al zodanig uitgemergeld dat het slechts bij een dreigende wolkenlucht (Cumulus congestus en Cirrostratus die door de nevelige atmosfeer dreigender en massiever leek dan ze was) bleef die eerst ten noorden van ons hing en dan in het zuiden. Met een noordoostelijk briesje en de ondertussen weer helder geworden lucht in het noorden wisten we meteen dat we niet meer tot middernacht hoefden te wachten om 0,0 mm als dagtotaal op te tekenen en de laatste paar uur van de dag konden we nog van de laatste zwakke stralen van de laagstaande avondzon genieten.