Na een boterzachte nacht waarbij de temperatuur ruim boven de 14 graden is gebleven werd de bewolking steeds dikker en dreigender. Vervolgens kleurde de hemel volledig amber en een weinig later werden de hemelsluizen volledig open geslagen. Het water kwam met bakken naar beneden waarbij we om 10h20 een piekintensiteit van maarliefst 99,4 mm/h konden optekenen. Voor dit station is het een nieuw record tot nu toe. Het is al een dikke maand geleden toen we de laatste keer boven de 70 mm/h gingen. Het bleef vervolgens nog een poosje gezapig naregenen en in de late late namiddag werd het uiteindelijk weer droger met af en toe een vluchtig zonnestraaltje ertussen. Dit kon echter niet meer verhinderen dat de zachtheid van afgelopeen nacht letterlijk werd weggespoeld en de temperatuur verder zakte naar 12,7 graden. De maximum temperatuur was een stukje minder hoog dan gisteren met 16,0 graden terwijl de noordwestelijke wind uithaalde tot 21 km/h. Voor de warmteliefhebbers is er nog hoop: zondag zou het 28 graden kunnen worden, en daarna is het dan de beurt aan de onweersliefhebbers...
Vandaag verliep de ochtendspits weer in vergrijsde omstandigheden door de bewolking van een regenzone die nog een tijdje over het land sleepte. Maar in de loop van de voormiddag begon het wolkendek te breken waarna we regelmatig zon kregen, al was dit maar van tijdelijke aard want er waren veel stapelwolkjes aanwezig die zich geleidelijk aaneensloten tot een opnieuw betrokken hemel het resultaat was. Gelukkig is dit wolkendek naar de avond toe voor een deel verdwenen waardoor we de dag redelijk kunnen afsluiten. De aanvoer van warmere lucht is ndertussen stilaan op gang aan het komen en dat is al merkbaar aan de temperatuur die vandaag reeds 23,5 graden bereikte en de ochtendminima waren ook zeker niet mis met 13,8 graden, al was dit deels de danken aan het gesloten wolkendek waar afgelopen nacht nog 1,4 mm neerslag uit gevallen is. De wind haalde vandaag 23 km/h uit het noorden terwijl we westelijker op de weerkaarten en koufront terugvinden met enige neiging tot golfvorming. Het is dit koufront dat ons morgen onweer zal brengen, eerst door een thermisch lagedrukgebied aan de voorzijde ervan en vervolgens op het front zelf. Maar in tegenstelling tot gisteren wordt het accent nu op het oosten van het land gelegd waarbij het in Duitsland waarschijnlijk tot apocalyptische toestanden zal komen. Maar ook in Malderen kan het er stevig aan toegaan, waarbij de onweersdreiging zich tussen 14H30 en 20 H zal manifesteren. Indien het front meer gaat golven en later arriveert kan het onweer heviger worden door langere opwarming van de lucht aan de voorzijde ervan. Kortom, het wordt spannend...
Hoewel de ijsheiligen reeds ver achter ons zijn, konden we op de tweede ochtend van de meteorologische zomer onze ijskrabbertjes weer bovenhalen. Het kwik was onder de bijna heldere nachthemel immers gezakt naar 2,6 graden terwijl het aan de grond is beginnen te vriezen. Niet alleen het buitenslapende wagenpark vroor aan, maar ook een aantal plassen op onbeschutte plaatsen waren van een dun ijslaagje voorzien. Gelukkig was de zon er in deze tijd van het jaar reeds vroeg bij om de thermische achterstand in te halen, maar dit liep niet echt van een leien dakje want er vormden zich een paar uur na zonsopgang wolkenvelden, voornamelijk bestaande uit Stratocumulus die vervolgens overging in Cumulus humilis. Gelukkig steeg de bewolkingsgraad niet verder dan ongeveer 7/8 waardoor er af en toe nog een weinig zon tot op de onderkoelde aardbodem kon doordringen terwijl de geleidelijk opwarmende boveluchten eveneens een thermische impuls aan het kwik gaven. We haalden uiteindelijk waarden tot 19,8 graden in de late namiddag. Bovendien zwakte de wind af naar 16 km/h uit noordelijke richtingen. Meer zon kwam er in de loop van de namiddag: de Cumuli zakten geleidelijk in en werden steeds schaarser zodat er in de avonduurtjes hoofdzakelijk hogergelegen velden van Altocumulus overbleven, die duidelijk een veel zwakkere tegenstander zijn voor de zon. Een koude nacht ligt weer in het verschiet, al zou nachtvorst er niet aan te pas mogen komen doordat we vandaag wat thermische reserve konden opbouwen en de luchtaanvoer ook iets zachter is.
De laatste wolkenvelden zijn in de loop van de nacht in rook opgegaan waardoor we het daglicht zagen terugkeren in een heldere hemel. Er is hierbij veel warmere lucht komen binnenstromen waardoor we het kwik vanochtend al terugvonden op een minimum van 12,3 graden terwijl het bij de eerste zonnestralen al meteen flink ging opwarmen. Na de middag verschenen er stapelwolkjes die snel in volume en aantal toenamen, en in het zuiden van het land (Lotharingen) ontpopten zich zelfs kleine buitjes, maar het was allemaal thermisch van aard zodat de buien en bijhorende wolken naar de avond toe weer spontaan oplosten. Het was ondanks dit alles een hoogzomerse dag bij temperaturen die opliepen tot 27,2 graden, zodat de noordelijke wind met snelheden tot 25,7 km/h best wel een graag geziene gast was. Malderen hield het droog en ook de komende uren en dagen lijkt er niets te zijn dat op neerslag wijst, kortom de terugkeer van het droge zomerweer is een feit geworden.
De zomer schakelde vandaag meteen een paar versnellingen hoger toen we de dag begonnen met brede opklaringen en heel wat zon bij minimumtemperaturen van 15,7 graden. Voorbijdrijvende Altocumulus floccus en castellanus- velden gaven echter aan dat het voorlopig ook de laatste ademstoot van het warme zomerweer zou worden. Op de satellietbeelden was immers reeds een buienlijn te zien die net ten zuiden van de Westhoek al een paar onweders tot ontwikkeling liet komen. Dit zootje trok aanvankelijk evenwijdig met de Belgisch- Franse grens de Noordzee op, waardoor we tijdens de voormiddag en een groot stuk van de namiddag nog niets hoefden te vrezen. De temperatuur liep bliksemsnel op en tijdens de namiddag kwamen we uit op een zinderend hete 28,9 graden terwijl er Altocumulusveldjes bleven voorbijdrijven. De noordenwind kon met haar snelheden tot 25,7 km/h weinig verkoeling brengen doordat de lucht steeds vochtiger werd. In de loop van de namiddag verschenen er tevens Cirrus en Cirrostratuswolken aan de zuidelijke horizon terwijl de Altocumulusbewolking geleidelijk toenam. Maar nog steeds zag het er op geen enkele manier dreigend uit. Dit veranderde toen er plots een nieuwe buienlijn tot ontwikkeling kwam boven het zuiden van het land. Deze trok langzaam maar zeker naar het noorden terwijl de massale uitspreiding van aambeeldbewolking meteen merkbaar was tot ver ten noorden en zuiden van de eigenlijke buienlijn. Bovendien ontwikkelden zich enkele warmte- onweders voor de buienlijn uit. Tijdens de late namiddag begon het te Malderen te 'rommelen', waarbij opviel dat de aktiviteit erg hoog was terwijl de bewolking er nog niet echt dreigend uitzag en het nog een hele poos droog bleef. Wel was het reeds volledig grijs met enkel aan de noordelijke horizon nog wat blauw. Na een uurtje donderen verscheen in het zuiden een wallcloud en waren ook de eerste bliksems zichtbaar die bijzonder fraai waren en bijna allemaal wolk - wolk ontladingen waren. De wallcloud deed de wind een beetje aanwakkeren eens hij boven Malderen hing, maar veel stelde het niet voor terwijl de neerslag die vervolgens naar beneden kwam eveneens nauwelijks meetbaar was. De buienlijn lag al snel ten noorden van ons en volgens de radarbeelden zijn we weer netjes tussen een kleine opening in de neerslagband doorgeglipt, kortom een onweer op zijn Malders. Het spektakel was echter nog niet gedaan want de buienlijn bleef door golfvorming net ten noorden van ons hangen terwijl er ten oosten van Malderen nieuwe buien werden getriggerd die met de stroming recht op het weerstation afstevenden. Deze werden voorafgegaan door erg woelige luchten en in tegenstelling tot het eerste onweer een heleboel vertikale ontladingen die vrij dichtbij insloegen. Ook dit onweer bracht weinig neerslag op malderse bodem, maar toen het daarna eventjes droog werd, kwamen er plots zeer dikke regendruppels naar beneden die een korte maar erg pittige stortbui inluidden. Na deze bui verscheen er dan weer een dreigende, donkergrijze wolkenmassa die vanuit het zuiden kwam oprukken. Deze keer geen onweer echter maar laaghangende Stratusbewolking die tot op de grond reikte en plots voor opzettende mist zorgde die erg bizar overkwam. Tegelijk met het opzetten van de mist hield het donderen en bliksemen plots op alsof ze er hierboven opeens de stekker uittrokken. De mist trok nadien op en maakte plaats voor een sombere Stratuslucht die voor de rest van de avond het weersbeeld domineerde. Het leek hierdoor of er nooit onweer is geweest, maar wie zich op deze locatie bevond weet natuurlijk wel beter. Enkele opklaringen onderbraken de grijzigheid even rond zonsondergang, maar nadien sloot de bewolking zich weer en verliep de rest van het etmaal droog, grijs en rustig. Het onweersgeweld bleek uiteindelijk een nog vrij bescheiden neerslagtotaal van 1,2 mm te hebben opgeleverd.
Afgelopen nacht zijn we weer in koude luchtmassa's verzeild geraakt zodat het zuidwesten van Nebraska gekweld werd door laaghangende Stratocumulus, Cumulus fractus en (relatief) koel weer bij ongeveer 16 graden. We moesten nu een heel eind naar het zuiden rijden voor nieuw 'vuurwerk', namelijk het noordwesten van Texas. De opklaringen kwamen ons reeds in het vlakbijgelegen Kansas tegemoet, geflankeerd door Stratocumulus castellanus in het noorden. Vervolgens was het enige tijd helder zonder enige bewolking en vanaf de Texas panhandle verscheen er dan weer Cumulus humilis in het zuidwesten. Het oogde allemaal heel onschuldig, maar de Cirrus densus velden die uit die richting opdoemden waren wel degelijk afkomstig van flinke onweders van het classic supercel- type. Al snel stonden we oog in oog met een wallcloud waaruit zich zelfs een kleine funnel vormde. Ze loste al snel op, maar de wallcloud volhardde in haar boosheid en ontwikkelde zich tot een snel roterende cirkelvormige band onder de supercel. Het onweer leek hierdoor enige tijd op een mechanische klok waarvan de wallcloud één van de draaiende radarwieltjes was. Bij het achtervolgen van de bui doorheen een nabijgelegen stadje kwamen we vast te zitten en kon de bui ons inhalen met felle regen, maar al snel konden we weer ontsnappen met een nieuw uitzicht op de nog steeds indrukwekkende wallcloud. De supercel heeft zich ondertussen echter in twee gesplitst waardoor we voor de moeilijke keuze stonden welke cel we nu achterna moesten. We kozen voor de 'leftmover' en deze heeft ons in elk geval niet teleurgesteld met prachtige bliksemontladingen en apocalyptische wolkenstructuren. De bijhorende felle regen wist ons tijdens een korte pitstop in te halen, maar een ontsnappingsroute langs het zuiden wist ons hiervan te bevrijden. Vervolgens liet de bui haar kracht zien in de vorm van sterke spanningsvelden die resulteerden in Sint Elmsvuur en zoemende telefoonkabels bij iedere blikseminslag. Niettemin was de bui over haar hoogtepunt heen en stierf vervolgens vrij snel af. De vochtige en warme lucht wist ons echter nog met een fraaie zonsondergang te plezieren in de Texas panhandle waar we ook de nacht doorbrachten.
De bewolking is tijdens de nachtelijke uurtjes alsnog weggetrokken, waardoor we in een heldere maar enigszins nevelige atmosfeer de dageraad zagen aanbreken. Dit gebeurde bij relatief koele ochtendminima van 7,4 graden. De nevel werd vervolgens snel opgeruimd waarna we van diepblauwe en wolkeloze luchten konden genieten, die typisch waren voor de polaire luchtsoort waarin we nu zijn terechtgekomen. Na de middag werden hierin een paar stapelwolkjes gevormd, maar veel stelde het niet voor en de zon is er voor zover bekend niet achter weggedoken te Malderen. Tijdens de avond losten deze wolkjes weer op en ging het snel afkoelen onder de nog steeds zeer heldere hemel. Van de aangenaam warme maxima van 23,3 graden schoot al snel niet veel meer over, maar de tot 32,2 km/h aanwakkerende noordenwind was ondertussen weer grotendeels weggevallen zodat het niet nog kouder ging aanvoelen. Regendruppels waren zo mogelijk nog zeldzamer dan wolken vandaag, waardoor we terug met een dagtotaal van 0,0 mm konden afsluiten.
Na een andermaal frisse maar vorstvrije nacht bij minima van 6,5 graden gingen we weer een stralende zomerdag tegemoet. De regen en kilte van een paar dagen geleden was snel vergeten en onder een diepblauwe, zuiderse hemel liep het kwik op tot 25,4 graden. Maar er stak een strakke noordoostenwind op die met snelheden tot 32,2 km/h voor de nodige hinder zorgde. Van de verkloekende regenvlagen enkele dagen geleden was niet veel meer te merken want de luchtvochtigheidsgraad daalde tot rond 20% en de verdamping was zeer hoog. De laatste restjes vocht werden meteen weer weggezogen en dat enkele Cumuluswolkje kon daar tijdens de namiddag weinig aan veranderen. Ook 's avonds bleef het erg winderig waardoor het ondanks de zachte avond erg fris aanvoelde in de buitenlucht. Het neerslagtotaal sprak uiteraard boekdelen met 0,0 mm.
Ondanks de nogal pessimistische weersverwachtingen, werd het vandaag mooi zomerweer. We kwamen in een gebied tussen wolkenbanden in het zuiden en nog meer bewolking en koelte in het noorden terecht. Voor we hiervan konden profiteren moesten we wel nog door een zwaarbewolkte tot betrokken voormiddag heen waarin het luchtruim met Stratocumulus undulatus was bedekt. Deze werd dan geleidelijk dunner en er verschenen gaatjes tussen die uitgroeiden tot opklaringen. Er volgden flinke zonnige perioden waarbij de koele minima van 11,6 graden werden omgezet in aangename maxima van 21,1 graden. De zuidelijke wolkenband streek af en toe nog over Malderen en zorgde nu voor fraaie Altocumulusveldjes die mooi contrasteerden met de diepblauwe lucht errond. Naar de avond toe werden deze wolkenvelden terug uitgestrekter vanuit het westen en koelde het een paar graden af terwijl de zon verstek gaf. Er verscheen vervolgens Cirrostratus en Altostratus op het toneel terwijl er nog een aantal opklaringen voorbijdreven. Dit zorgde voor een sfeervolle en fotogenieke avond die na zonsondergang echter werd afgebroken door een aantrekkende noordwenwind die voor een onaangename verkilling zorgde. De maximale windsnelheid werd echter in de late namiddag gehaald met 17,7 km/h. Ondanks de aantrekkende wind en de terug opkomende bewolking bleef het echter droog.
Alle bewolking is afgelopen nacht weer verdwenen en we ontwaakten onder een diepblauwe lucht. Hieronder was het wel frisjes bij temperaturen die naar 5,7 graden zijn gezakt. Na een paar uurtjes werden er stapelwolken gevormd en werd de vrees voor een grijs en koud vervolg flink aangewakkerd. Maar op een gegeven moment werden de stapelwolken terug kleiner en evolueerden we naar licht bewolkt weer met slechts kleine Cumulus humilis wolkjes. Wel stond er nog een koude noordenwind die met haar snelheden tot 32,2 km/h niet te onderschatten viel. Dankzij de machtige junizon kon het niettemin opwarmen tot 19,2graden. De stapelwolkjes verdwenen tijdens de avond maar kort voor zonsondergang dreef er Stratus fractus bewolking binnen en op de satellietbeelden zagen we uitgestrekte velden van laaghangende bewolking dichterbij komen. Of we morgen een even fraaie start als vandaag kunnen maken is dus nog maar de vraag, al zorgt het wolkendek voor enige isolatie en nemen de kansen op grondvorst erdoor af. Niettemin zou een plotse nachtelijke opklaring nog voor een onaangename verrassing kunnen zorgen voor de jonge en kwetsbare plantjes. Neerslag was en is nergens op de radar te bespeuren dus als er al iets aanvriest zal het zeker geen regenwater zijn bij een dagtotaal van 0,0 mm.
Zoals verwacht was het vanochtend weer erg fris, maar toch waren de minima al een paar graden hoger dan gisteren met 9,7 graden. Het was zeer heiig en er hingen ook fraaie nevelbanken boven de velden terwijl we wat hoger in de atmosfeer Stratocumulusveldjes en een paar Cumuluswolken terugvonden. Deze waren er opvallend vroeg bij daar je ze eerder bij een hoger staande zon door de thermiek zou verwachten. Maar we hoefden neergens voor te vrezen, want het bleef overdag bij verspreide stapelwolken (mooiweerswolken) waarbij het schitterend lenteweer werd. Bij maxima van 24,1 graden was het geen loden hitte en ook geen Siberische bibberkou, al zorgde de nevelige melkkleur van de atmosfeer ervoor dat het niet echt een stralende zomerdag uit de fotoboekjes werd. Die nevelige waas leek zich naar de avond toe in het westen samen te pakken waar we later ook Stratocumulusvelden en een zweem van Altostratus leken op te merken. Die zag er door het tegenlicht zelfs erg dreigend uit al bleven verdere gevolgen uit. Op de satellietbeelden konden we een zwakke storing zien die zich iets verderop boven de zee bevond. Tijdens de avond koelde het erg snel af en was het maar een geluk dat de noordoostenwind niet al te sterk was en later weer stilviel. We sloten uiteindelijk af met een neerslagtotaal van 0,0 mm terwijl er in het zuidoosten 2 Cumuluswolken te zien waren en de overige bewolking weer leek te verdwijnen.