Het werd al een tijdje gevreesd dat er dit weekend zelfs geen twintiger meer zou inzitten maar gelukkig hebben we het hier toch nog voor elkaar gekregen om het loodzware kwik naar een aanvaardbare 21,3 graden op te tillen na een nachtelijk minimum van 13,8°C. Dit gebeurde bij een wisselend bewolkte hemel waarbij een stevige junizon er regelmatig aan te pas kwam. Het bleef ook droog al zorgde de noordwestelijke wind met pieken tot 26 km/h toch nog voor een sterk verkoelend effekt. Rond de middag was de bewolking het hardnekkigst en in de loop van de namiddag werd deze als maar schaarser wat me, mede door de diepblauwe lucht en de windrichting, een voorgevoel geeft dat het kwik vannacht wel eens een flinke duik zou kunnen nemen. Morgen zou ook vrij zacht worden met temperaturen tussen 20 en 24 graden terwijl het begin volgende verder opwarmt met vanaf woensdag behoorlijke onweerskansen. Aangezien de eerste helft van Juni de laatste jaren erg gevoelig was voor zwaar onweer is het niet onverstandig om de evolutie van deze onweders goed in het oog te houden.
Dat we de zomerse warmte weer kwijt zijn was vandaag meer dan duidelijk. Sombere grijze wolken dekten de zon bijna voortdurend af en een vrij krachtige westenwind tot 31 km/h alsook wat regen in de namiddag maakten er een sombere en onaangename boel van. De buien die langstrokken waren niet erg aktief en trokken meestal ten zuiden of ten noorden van Malderen weg waardoor het neerslagtotaal beperkt bleef tot 0,2 mm terwijl de temperaturen erg ondermaats bleven met waarden tussen 12,7 en 17,6 graden. Samen met de buitjes zijn er naar de avond toe ook wat opklaringen binnengedreven, maar de zon is er tot hiertoe nog niet in geslaagd om daarlangs haar weg tot het Malderse te vinden en zelfs als dat de komende uren nog zou lukken zou het maar nauwelijks bijdragen tot de weerskwaliteit. Op de satellietbeelden tekent zich ondertussen een storing af die van plan is om in haar lengte over de Lage Landen te trekken en dat belooft ook voor morgen een sombere dag waarbij wolken en perioden van regen het weersbeeld zullen bepalen. Vanaf dinsdag komen we gelukkig onder hogedrukinvloed maar de as van het hogedrukgebied lijkt vanaf donderdag meer ten westen van ons te zullen liggen waardoor we af te rekenen krijgen met onderkoelde noordelijke luchtstromingen...
Vanover de noordzee kwamen opnieuw uitgestrekte Stratocumulusvelden aanzetten die de zon het grootste deel van de dag maar nauwelijks ruimte lieten hoewel we van neerslag gespaard bleven. De temperaturen waren dan ook niet meteen zomers te noemen met waarden tussen 8,7en 20,2 graden bij een noordelijke bries tot 29 km/h, maar naarmate de namiddag vorderde, ging de bewolking meer over in afzonderlijke Cumuli die later in de vroege avonduurtjes snel in omvang afnamen en we aldus nog konden genieten van een aangename, zonnige avond, zolang we ons buiten het bereik van de wind ophielden tenminste. De laatste paar uur voor zonsondergang was er zelfs geen wolkje meer te bespeuren terwijl de hemel een azuurblauwe kleur had, maar dit had wel voor gevolg dat het snel afkoelde tijdens de avondlijke uurtjes.
Helemaal in tegenstelling tot gisteren was het vanochtend weer de zon die ons opwachtte aan een bijna wolkenloze hemel. Wat verspreide nevel en mistbanken waren de enige 'wolken' die we te zien kregen. Daar kwam echter snel verandering in want vanop de Noordzee in een omvangrijk Stratusveld landinwaarts komen drijven dat tegen zonsopgang reeds een groot deel van Nederland opgeslurpt had. Na een paar uur bereikte de vormeloze grijze massa het Malderse territorium en in een handomdraai viel ook de rest van Vlaanderen ten prooi aan het sombere weer. Het behoeft dan ook weinig verwondering dat de rest van de voormiddag maar weinig soeps was, en ook na de middag wilde het weer niet meteen kleur bekennen door de hardnekkige Stratus en Stratocumulusbewolking. Achter glas lijkt dit een kil en guur weertype te zijn maar niets is minder waar want de temperaturen zakten vanochtend niet beneden de 12,7 graden en na de middag konden we alweer een erg warme 25,8 graden optekenen, en dit bij een noordoostelijk briesje met snelheden tot 20,9 km/h. De opklaringen kwamen pas tegen de avond met mondjesmaat binnendrijven maar door de hoge temperaturen zorgde dit voor een aangenaam terrasjesweer dat veel goed maakte.
Warme, continentale luchtmassa's met brede opklaringen, overvloedige zonneschijn en tropische temperaturen zijn vandaag terug onze richting uitgestroomd waardoor we pal onder de scheidingslijn tussen koud en warm terecht kwamen. Dit resulteerde in een somber en kil weersbeeld waarbij het reeds een groot deel van de nacht heeft geregend en we ook tijdens de voormiddag niet van de nattigheid verlost raakten. De neerslag had een licht buiig karakter, maar tussen de vermeende buien door bleef het nog lang nadruppelen, vaak in de vorm van motregen waardoor er van droge periodes geen sprake was. De lucht bestond hierbij vooral uit Stratus fractus, maar soms was daartussen wat van de bovenlucht te zien die met Altostratus of Nimbostratus was bedekt. Na de middag veranderde er weinig aan de situatie, zelfs het kwik verroerde zich nauwelijks zodat we het grootste deel van de tijd rond de 14 graden bleven hangen. De wind speelde het saaie spelletje aardig me door niet meer dan 12,9 km/h te halen uit het noordwesten, waarbij het gemiddelde amper 0,5 km/h bedroeg. Bij deze temperaturen was het misschien wel beter zo. De maxima werden reeds afgelopen nacht bereikt met 15,2 graden terwijl de minima zich tijdens de vroege ochtend voordeden met 13,6 graden omstreeks halfzes. Het was wachten tot in de late namiddag/vroege avond voordat het droger werd, maar van opklaringen was nog niets te merken terwijl we bovendien alert moesten blijven voor buitjes van lichte regen of motregen die regelmatig vanuit het niets leken op te duiken. Kortom een typische winterdag voor het 'nieuwe klimaat' waarbij enkel de daglichtperiode doet vermoeden dat het weer niet zo typisch is als het lijkt. Het neerslagtotaal was navenant met 6,8 mm.
Vandaag leken de analysekaarten veel potentie te tonen in Wyoming, wat uiteraard onze volgende target werd om te chasen. Het luchtruim was nog steeds vergeven van Cirrus en cirrostratus, met een beetje Altocumulus en enkele Cumulus fractus wolkjes ertussen. Tijdens het rijden ging de bewolking geleidelijk over in Cirrostratus en Altostratus, wat deed denken aan een doodnormale, Belgische regenzone die dichterbij kwam. Maar niets was minder waar want in de late namiddag ging het er behoorlijk dreigend uitzien terwijl de Cumuluswolkjes die zich ontwikkelden volledig omkrulden door een zeer krachtige stroming (shear) op geringe hoogte. Eens we in Cheyenne arriveerden ontvouwde zich in de verte een wallcloud waaronder het vandaag allemaal zou gaan gebeuren. Toen we het zaakje dicht genaderd waren was er reeds sterke rotatie te zien in de vorm van regengordijnen die snel onder de wallcloud gingen ronddraaien. Temidden hiervan vormde zich een kleine funnel die geleidelijk langer werd en tenslotte tot op de grond reikte: de eerste echte tornado was een feit. Alsof het niet genoeg was, werd de funnel van bovenaf steeds breder en kreeg de tornado zeer indrukwekkende afmetingen. Bovenin de wolk verscheen ondertussen een tweede funnel die min of meer horizontaal door de lucht kronkelde.Op dit moment dwong een plotse hagelbui met baseball grote stenen ons echter tot een ijlingse vlucht naar het zuidoosten, waarna de tornado zich in dichte regengordijnen verschool. De weinige keren dat het ding hierin vaag zichtbaar was, was hij echter groter dan ooit tevoren terwijl er een wazige stofwolk onder verscheen. Zodra we op veilige afstand van de hagelbui raakten, werd de tornado langs de voorkant door de zon beschenen waardoor hij een felwitte kleur kreeg. We waren ondertussen bij de roping- out stage beland waarbij de hoos steeds dunner werd, maar als een zeer snel roterende en naar achter overhellende slang onder de wolk bleef kronkelen tot hij oploste. Wat volgde waren indrukwekkende uitzichten op de onderkant van de nog steeds in topconditie verkerende supercel waaronder de wallcloud nog een kleine, kortdurende funnel kon tevoorschijn toveren. Na een korte pitstop konden we het onweer snel weer inhalen vanuit het zuidwesten en kregen we nog een enkele gustnado te zien. Na zonsondergang zorgde een combinatie van felle bliksemactiviteit en voortdurende tornadowaarschuwen op de radio voor een onvervalst 'filmgevoel'. Het onweer bracht later op de avond nog een nieuwe tornado voort die volgens ooggetuigen in de buurt van Ogallala (Nebraska) de grond raakte. Opvallend was dat er 's avonds erg veel wind stond, ook op veilige afstand van de supercel.
Wie er vroeg genoeg bij was, kon vanochtend nog met volle teugen genieten van de weldadige ochtendkoelte bij 11,1 graden alvorens de krachtige zon een loden hitte liet neerdalen over Malderen. De sluierwolken die binnendreven waren machteloos tegen dit alles, al zullen er weinigen daar na het lange en frisse voorjaar om malen. Na de middag was het dan zover en konden we de eerste tropische dag van 2010 optekenen, wat gebeurde bij maxima van 30,3 graden. Veel wind stond er hierbij niet met snelheden van maximaal 16,1 km/h uit het noorden(!), maar het voelde niet plakkerig aan doordat de lucht erg droog was. Naarmate de namiddag verstreek, dreef er meer Cirrusbewolking binnen welke geleidelijk overging in Cirrostratus. Dit was reeds een eerste waarschuwing van het naderende koufront dat morgenmiddag een einde aan het prille zomerweer zal breien. Voor vanavond hoefden we ons daar echter geen zorgen om te maken, en duurde het tot na zonsondergang voordat het kwik onder 26 graden dook. Er verschenen wat Altocumulusveldjes in het westen, maar voor het neerslagtotaal en de uitgedroogde plantjes was dit uiteraard boter aan de galg met 0,0 mm.
Restanten van onweersbuien zorgden vandaag voor een sombere en kille start al was het zeker niet bijtend koud bij minima van 15,4 graden. Afgelopen nacht zijn er een paar flinke regenbuien gevallen die goed waren voor 2,9 mm. Dit zou ook het dagtotaal worden want er dreven opklaringen binnen vanuit het oosten en het duurde een eeuwigheid eer de voorspelde onweersbuien hierin ontstonden. Het werd met andere woorden weer stralend zomerweer en de maxima bevestigden dat met een plakkerige 25,4 graden. In het zuiden waren steeds aambeelden van onweersbuien te zien die voor wateroverlast zorgden in het zuiden van het land terwijl er in Malderen slechts wat inflow voelbaar was, goed voor snelheden tot 17,7 km/h uit het noorden. Toen het onweer afstierf, bereikte het ons alsnog wat uiteindelijk goed bleek te zijn voor 21 regendruppels en veel Altostratusbewolking. Tijdens de avond werd het weer droog maar de bewolking bleef overheersen waardoor het slechts de amberkleurige oplichting van de wolken was die ons op een ondergaande zon wees. Dit werd later bevestigd door de duisternis waarop een zwoele avond en nacht volgden.
Bij minima van 4,7 graden was het inderdaad erg fris vanochtend, zeker in juni- termen beschouwd. Er verschenen Stratocumulus castellanus partijtjes die zich in lange rijen gingen schikken en daardoor voor een erg bizar uitzicht zorgden. Het leek alsof een kunstenaar zich in het luchtruim heeft uitgeleefd, maar zijn/haar werk was vergankelijk, want de bewolking werd terug chaotischer met normaal uitziende Cumuluswolken ertussen. Niettemin was het een verademing om nog eens een diepblauwe lucht te zien (tussen de wolken althans) en de zon kon ons regelmatig aangename warmte toesturen. De Cumuluswolken dreigden eerst tot buien uit te groeien, maar werden alsnog kleiner en afgeplatter onder invloed van een mobiel hogedrukwigje dat over de Benelux wipte. Een proces dat erg snel ging want ondertussen zagen we de eerste Cirrostratus van de volgende regenzone reeds binnenschuiven vanuit het zuidwesten. Niettemin lukte het nog nipt om het tot zonsondergang droog te houden waarbij de snelle overgang van donkerblauws naar mattige Altostratus opviel. En uiteraard ook de temperaturen, want met maxima van 18,3 graden hebben we een enorme winst kunnen boeken tegenover gisteren. De wind was niet al te krachtig met snelheden tot 20,9 km/h uit het zuid- zuidwesten en de neerslag die in de late avond binnendruppelde, kon het dagtotaal nog aanvullen tot 0,2 mm.
Voor de verandering was het vandaag volledig helder en ontwaakten we onder een diepblauwe lucht met slechts één Cirrus plukje erin. Met 7,7 graden was het aan de frisse kant maar het warmde snel op en dit proces werd in de hand gewerkt door een aflandige wind die steeds meer het noordoosten tot oosten opzocht. De maximale snelheid werd opnieuw vanuit het noorden gemeten en bedroeg 20,9 km/h. Na de middag werden er stapelwolken gevormd en werd de sluierbewolking talrijker terwijl de diepblauwe kleur van de hemel fletser werd. Maar dit kon het kwik niet beletten om uit te vloeien naar een zomerse 25,4 graden. De stapelwolkjes losten tijdens de avond weer op en de sluierwolkjes zorgden voor een mooi ingekleurde zonsondergang waarbij vooral oranjetinten goed vertegenwoordigd waren. Het koelde redelijk snel af maar toch bleef de warmte al wat beter hangen dan gisteren en eergisteren. Neerslag is er opnieuw niet aan te pas gekomen zodat we terug met 0,0 mm konden afsluiten.
De blauwe band die gisteren in het zuidwesten verscheen, was helaas geen garantie voor opklaringen de volgende dag, want het luchtruim zat vanochtend alweer potdicht. Altostratus en Stratus fractus waren de boosdoeners en er stond ook nog een verlammend koude westenwind die geleidelijk aanwakkerde zodat de minima van 8,8 graden extra koud aanvoelden. Tussen de wolkenflarden zat ook Cumulus congestus en dit zorgde hier en daar al voor buien. Daarna werd de neerslag algemener en waren we weer vertrokken voor een kille, gure en sombere herfstdag met zomerse trekjes als we op de kalender keken. Deze zwarte bladzijde uit de Malderse weersgeschiedenis kon pas worden omgeslagen toen er rond de middag een actievere buienlijn voorbijtrok en het vervolgens vanuit het westen ging opklaren. Er waren aanvankelijk nog flinke stapelwolken te zien die plaatselijk wellicht nog buien opleverden, maar naarmate de tijd verstreek gingen de stapelwolken steeds lager reiken. Ze spreidden zich uit tot Stratocumulus terwijl er tussendoor ook wat spaarzame opklaringen verschenen. Hierbij warmde het op tot 20,3 graden en de wind zwakte wat af. Naar het einde van de namiddag toe leek de bewolking weer dikker te worden maar tegen de avond begon alles toch nog in elkaar te zakken waardoor we de dag afsloten met brede opklaringen en slechts verspreide Cumuluswolken die later ook oplosten. Dit proces ging gepaard met een duizelingwekkend snelle afkoeling die een maand eerder waarschijnlijk wel in nachtvorst zou geresulteerd hebben. Op een of andere manier hebben de eerdergenoemde buien het voor elkaar gekregen om Londerzeel te ontwijken waardoor we alsnog met een dagtotaal van 0,0 mm de dag zijn doorgekomen. In het laatste schemerlicht zagen we vanuit het westen weer Cirrus en Altocumulus opstomen, zonder verdere gevolgen echter.