Een hogedrukgebied met het centrum boven het noorden van het land trekt langzaam noordoostwaarts, ligt komende middag boven de Duitse Bocht en bereikt donderdagmiddag het oosten van Duitsland. Aanvankelijk is er nauwelijks sprake van enige stroming, zodra het hogedrukgebied boven de Duitse Bocht ligt wordt de stroming oostelijk en op donderdag vervolgens zuidelijk. Donderdag wordt dan steeds warmere lucht aangevoerd. Een N-Z georienteerde vore bereikt het westen van het land donderdagochtend en verlaat het oosten aan het einde van de middag. Er is nabij deze zone sprake van hoge theta W waarden (lokaal 18 graden in het zuidoosten van het land). Na passage wordt de stroming westelijk en voert dan in de onderste regionen koelere lucht van zee aan. De vore wordt kort daarop gevolgd door een N-Z georienteerd zwak koufront. Aan het begin van de avond bereikt een volgend N-Z georienteerd koufront het westen van het land waarna een westelijke stroming polaire lucht aanvoert. In het bovenluchtpatroon is sprake van een trog die het land donderdag aan het einde van de middag bereikt.
Komende dag vooral in het noorden nog CU wegens de aanwezigheid van wat vochtiger lucht aldaar (aanvoer deze nacht is nog enigszins westelijk). Donderdagmiddag nabij de vore ontwikkeling van enkele CB's op hoogte (Hirlam en EC laten dit zien) en in het oosten van het land, daar waar het het warmst wordt, mogelijk ook CB's die gevoed worden vanaf de grond. Met uitzondering van Harmonie 38 laten alle modellen dit in meer of mindere mate zien.
Geen significante neerslag tot aan de passage van de vore op donderdagmiddag. In het westen laten EC en Hirlam al wat buiigheid op hoogte zien (AC hoogte). In het oosten is er nabij de vore ontwikkeling van buien mogelijk vanaf de grond. Vooral Harmonie 36 is erg actief. Of de buien ontstaan is afhankelijk van diverse factoren: Wat de buienontwikkeling tegen kan houden is de aanwezigheid van een zwakke inversie zoals door enkele modellen (Harmonie 38 en Hirlam) gesuggereerd wordt. Tevens is er op enige hoogte sprake van een behoorlijk droge laag waardoor de ontwikkelende CU ook zou kunnen verdampen. Verder is ook het moment van doorkomen van de vore cruciaal; na passage van de vore kunnen de buien nl. niet meer vanaf de grond gevoed worden. De modellen berekenen tevens wolkenvelden wat de temperatuur zou kunnen temperen. Verder zijn er ook diverse factoren aanwezig die de buiigheid juist kunnen aanjagen; temperatuur hoog genoeg om het in het oosten vanaf de grond te laten komen, de extra forcering die er is door het naderen van beide koufronten, PVA door de naderende hoogtetrog en tevens de aanwezigheid van zowel een rechteringang van een jet boven het noordoosten van het land als ook de linkeruitgang van een jet die aan het einde van de middag boven het zuiden van het land ligt. Als de buien zich ontwikkelen zoals in Harmonie 36 kunnen de toppen reiken tot een hoogte van zo'n FL350, lokaal zelfs FL400. CAPE waardes zijn het hoogst in het zuidoosten van het land (1000-1500 J/kg, lokaal 1500-2000 J/kg), tevens is er sprake van veel schering (rond 40 kn). Dit maakt dat er dan sprake kan zijn van goed georganiseerd multicells of zelfs supercells. Het is zeker een situatie die potentie heeft; met dit soort modi kan er sprake zijn van veel onweer, (grote) hagel en ook kans op forse windstoten. Of dit zich ontwikkelt is dus afhankelijk van de hiervoor benoemde factoren. Het is een situatie om goed in de gaten te houden. Na passage van de vore arriveren de koufronten, daarop is ook enige buiigheid mogelijk, maar dit zal veel minder om het lijf hebben dan nabij de vore. In alle modellen lijken beide fronten weinig actief te zijn.