We kregen opnieuw een aangename zomerdag voorgeschoteld vandaag. Hoewel het 's nachts wat koeler was met 11,8 graden en overdag eveneens minder warm was met 23,1 graden konden we genieten van zonnige perioden en een minder sterke wind. In de loop van de dag kwam er stapelbewolking opzetten terwijl er naar de avond toe wat hoge wolkensluiers zijn opgedoken terwijl de wind zwakker was met maximum 27 km/h. Neerslag kwam er niet meer aan te pas en zit er ook de eerstvolgende dagen niet meteen aan te komen behalve dan op woensdag wanneer een verzwakte regenzone voor wat gedruppel zou kunnen zorgen. Bestendig en heet zomerweer zit er voorlopig nog niet aan te komen maar we weten wel uit ervaring dat het ook veel slechter had gekund.
Opnieuw deden de weergoden flink hun best om de reeds bestaande hittegolf een dag te verlengen. En met succes want de temperaturen namen vlot de kaap van de vijfentwintig graden en het uiteindelijk maximum bedroeg net als gisteren 29,8 graden. Een vrij zachte ochtend bij 15,2 graden ging er aan vooraf. De hemel was vandaag echter niet meer maagdelijk blauw want vanuit het zuiden zijn hoge wolkensluiers binnengedreven die het weersbeeld in het eerste deel van de dag domineerden zonder echter afbreuk te doen aan het mooie weer. De wolkensluiers kregen in de loop van de namiddag gezelschap van middelhoge bewolking die sindsdien voor een zwaarbewolkt weersbeeld zorgd, al is het droog gebleven. De radarbeelden gaven evenwel aktieve neerslag aan over delen van het land waaronder Brussel, maar aangezien het op laatstgenoemde lokatie droog bleef, ging het wellicht om zogenaamde virga, regen die verdampt voor het de grond bereikt en de neerslagradar op een dwaalspoor bracht. De oorzaak van dit verschijnsel was de droge luchtlaag die zich boven de kurkdroge grond heeft gevormd. Desalniettemin kan de regen op andere plaatsen eventueel wel de grond bereikt hebben. De maximale windsnelheid van 23 km/h werd vanuit het noorden opgetekend, terwijl een Atlantische depressie vanuit het zuiden naderbij kruipt en daar waar beide luchtstromingen tegen elkaar opbotsen heeft zich een convergentielijn gevormd die samenvalt met een tong van warme subtropische lucht en een aantal stevige onweerskernen gegenereerd heeft, en het is deze waarmee we de komende uren zullen te maken krijgen, doch de buienlijn heeft de neiging te verbrokkelen zodat het linkergedeelte enkel het westen van het land zal aandoen en het rechtergedeelte langs de Ardennen of Duitsland zal trekken. Maar de noordelijke stroming doet krampachtige pogingen om de buienlijn terug te dringen waardoor deze wellicht niet verder dan zuid Nederland raakt en de buien slechts langzaam zullen oprukken, met langdurig onweer en wateroverlast als gevolg. Wat Malderen betreft zitten we net op de rand van het gebied dat voor rekening van het linkerdeel van de buienlijn is, zodat het weerom moeilijk te voorspellen is wat ons de komende uren boven het hoofd hangt. Het meest waarschijnlijke scenario is dat er komende nacht ten westen van ons licht onweer zal voorbijkomen waarvan we aan de westelijke horizon de lichtflitsen zullen zien terwijl de rand van het complex enkele druppels regen zal lossen, amper genoeg om het stof te blussen, en een tijdelijke toename van de wind door een zogenaamd gustfront dat zich door verdamping van regen in de droge lucht zal vormen.
De wolkenloze hemel heeft gelukkig de ganse nacht blijven standhouden waardoor we 's ochtends terug gewekt werden door de vrolijke stralen van de zomerzon. Het kwik heeft ondertussen wel een diepe duik gemaakt zodat het tijdens de ochtenduurtjes even bibberen was bij 8,1 graden. Het was voor de zon een hele klus om deze achterstand in te halen, zeker met die tot 17,7 km/h aangewakkerde noordenwind erbij, maar uiteindelijk konden we tijdens de namiddag een erg aangename 24,6 graden optekenen. Bewolking was er nog steeds, maar voor de middag waren dit slechts verspreide Cumulus humilis toefjes terwijl na de middag vooral plukjes Cirrus voorbijdreven. Neerslag kwam er dan ook niet aan te pas vandaag. De heldere hemel zorgt echter terug voor een flinke afkoeling die zich reeds aarzelend heeft ingezet en er terug een vrij kille avond zal van maken.
Ook vandaag was het weersbeeld bij aanvang van de dag zeker niet mis met een strakblauwe hemel waarin geen enkel wolkje te bespeuren viel. Er zat echter nog wat vocht in de atmosfeer gevangen en dit werd later in de voormiddag door de zon naar de hogere regionen van de atmosfeer geconvecteerd waardoor we stapelwolkjes zagen verschijnen die steeds talrijker werden. Een inversie hogerop zorgde ervoor dat ze zich uitspreidden tot Stratocumulus en we dus van buien of onweders niets hoefden te vrezen. Wel zag het er soms dreigend uit maar meer dan een enkele druppel (waarvan niet eens zeker was dat hij wel van meteorologische oorsprong was) viel er niet. Het convectieve karakter van de bewolking was 's avonds opnieuw goed merkbaar want naar zonsondergang toe verdween deze geleidelijk en eindigden we de dag aldus met een bijna heldere hemel. Bij zonsondergang was er nog een beetje Stratocumulus zichtbaar maar de Cirrostratusvelden die komen opzetten lijken reeds aan te kondigen dat het morgen een stuk minder fraai zal worden. Met temperaturen tussen 12,9 en 20,5 graden, een zuidwestelijke wind met snelheden tot 27 km/h en een neerslagtotaal van 0,2 mm verdween deze dag uiteindelijk in de statistieken.
De brede opklaringen waarmee we de dag gisteren afsloten, hebben vanochtend opnieuw plaats moeten maken voor uitgestrekte wolkenvelden. Deze keer ging het om een vormeloos Stratus wolkendek waaruit het af en toe motregende, maar waar tijdens de nacht ook lichte en matige regen zijn uitgevallen. De stratuswolken waren gelukkig geen lang leven beschoren want rond de middag gingen ze over in een mengeling van Stratocumulus en Cumulus waartussen opklaringen ontstonden die steeds breder werden en een azuurblauwe lucht ontvouwden. Het samenspel van stapelwolken en blauwe luchten was erg oogstrelend te noemen en de zon zorgde ervoor dat het kwik kon oplopen van 12,5 naar 24,4 graden in de namiddag. Minder leuk was dat de wind bij het binnendrijven van de opklaringen flink aanwakkerde om tijdens de namiddag weer voor de nodige hinder te zorgen met haar snelheden tot 41,8 km/h uit het west- zuidwesten. Tijdens de avond nam de Cumulusbewolking traditiegetrouw weer af, doch aan de horizon verschenen er kort voor zonsondergang Cirruswolken zodat het niet volledig helder werd. De wind bleef overigens nog lange tijd flink tekeer gaan. De regen en motregen die voor de middag naar beneden kwamen, zorgden ervoor dat het neerslagtotaal van deze dag 0,4 mm bereikte.
Uitbundige zonneschijn en bijhorende warmte waren ook vandaag ons deel. De convergentielijn bevond zich nog steeds ten noordoosten van Malderen zodat we voor onweer of regenbuien niet hoefden te vrezen. Wel verschenen er overdag stapelwolkjes die vanzelfsprekend forsere afmetingen kregen in het oosten en noordoosten. Het kwik kreeg eveneens flinke afmetingen: met 28,9 graden kunnen we gerust van zomerse omstandigheden spreken. Daar staat dan de ochtendlijke koelte tegenover die met minima van 14,7 graden best wel aangenaam was te noemen. Hetzelfde kunnen we zeggen van het noordwestelijke briesje dat erg zwak bleef met snelheden tot 12,9 km/h. De oostelijke helft van het land en een groot deel van Nederland was ondertussen nog steeds de speelbal van flinke onweersbuien die er voor heel wat overlast zorgden. De Malderse overlast kwam daarentegen van de droogte die met de huidige vooruitzichten nog minstens een volle week zou kunnen aanslepen. De bodem ligt er immers dor en droog bij met het neerslagtotaal dat opnieuw op 0,0 mm bleef steken.
De zwoele ochtend waarbij het kwik niet onder 14,2 graden zakte, werd gevolgd door een brandende zon die het kwik meteen weer de hoogte instuwde. De Cirruswolkjes deden niet meteen vermoeden dat er ergens in de buurt een koufront rondzwalpt, maar dit gebeuren bleef niet lang onopgemerkt. Kort voor de middag werden er immers stapelwolken gevormd die uitgroeiden tot flinke afmetingen en het weersbeeld een tropisch tintje meegaven door de drukkende warmte en het dreigende uiterlijk van de hemel. Ook de temperaturen hielpen aardig mee, want we haalden maarliefst 32,1 graden in de namiddag. Wie zich op een verkwikkende stortbui verheugde, kwam echter van een kale kermis thuis want er waren slechts wat lichte buitjes actief in het oosten van Nederland. Koele en stabiele zeelucht maakte vervolgens vanuit het noordwesten haar intrede en deed het vanuit deze hoek plots opklaren. De scheidingslijn tussen dreigende stapelwolken en de wolkeloze lucht was erg opvallend en wekte de indruk dat de kustlijn zich maar enkele kilometers ten noordwesten van Malderen bevond. De verkoelende bries die hierbij met snelheden tot 19,3 km/h uit het noordwesten opstak, bracht echter weinig verkoeling want het kwik bleef rond 30 graden schommelen. Toch was dit wel degelijk koele zeelucht aan de achterzijde van het koufront(je) want tegen zonsondergang werd het plots erg fris en was er van de zwoele hitte al snel niet veel meer te merken. De koelte was voor een groot deel psychologisch aangezien het omstreeks 23H nog steeds 22 graden was terwijl het bijna tien graden kouder leek aan te voelen. De 0,0 mm neerslag die er vandaag is gevallen, voelde even droog aan als ze was al scheelde het niet veel aangezien er net ten zuiden van de Franse grens nog een onweersbuitje tot ontwikkeling kon komen. Deze buienwolk was bij zonsondergang mooi te zien door de aambeeldvormige toppen die roodachtig oplichtten in de laatste stralenbundels van de ondergaande zon. Er waren ook Altocumulusvelden in die richting te zien, maar het ziet er niet naar uit dat we de komende uren met deze of andere buien te maken zullen krijgen.
Omstreeks 5H20 was het nog steeds zeer zacht bij temperaturen die rond 21 graden schommelden. Maar de atmosfeer was toen reeds flink onstabiel geworden wat werd bevestigd door de talloze Altocumulus castellanus wolken die reeds flinke afmetingen hadden. Vooral in het westen hing er veel dreigende bewolking, maar het eerste onweer van de dag bleek uiteindelijk pal boven onze hoofden te ontstaan terwijl hetzelfde ook in Brussel gebeurde met een andere onweerscel. Deze ontstond uit één van de castellanus torentjes dat plots doorschoot naar grote hoogte en in een mum van tijd uitgroeide tot een volwassen Cumulonimbus met verijzende toppen. De eerste cg- ontlading liet niet lang op zich wachten en de diepe dreunen die alles op hun grondvesten lieten daveren konden evenmin lang uitblijven. De buien ontwikkelden zich in een lijn die van NW naar ZO liep en geleidelijk naar het noordoosten trok. De neerslag was met momenten pittig terwijl talloze gevorkte bliksemschichten het uitspansel spookachtig deden oplichten. Na een tijdje klaarde het uit vanuit het zuidwesten maar (in Brussel) bleef het nog enige tijd naregenen. Vervolgens dreef er Cirrusbewolking binnen van een uitstervend Frans onweerscomplex terwijl het luchtruim nog steeds volgezaaid was met Castellanus. In het westen dreven nog een tijdje donkere wolkenmassa's voorbij maar uiteindelijk ging het overal opklaren wat onvermijdelijk in een snelle opwarming resulteerde. De dertig graden werd binnen de kortste keren overschreden en tijdens de namiddag piekte het kwik op een zinderende 34,8 graden terwijl er slechts wat Altocumulus floccus en castellanus bewolking hing. De naderende convergentielijn had ons ondertussen bijna bereikt en daar ontstonden in een mum van tijd nieuwe onweersbuien op die vervolgens Malderen in het vizier kregen. Veel stelden ze echter niet voor ondanks de dreigende wolkenstructuren, en meer dan 0,6 mm is er niet uitgevallen. Dit in vergelijking met het onweer vanochtend dat goed was voor 4,0 mm. Het onweer trok snel weg naar het noordoosten, maar de outflow zorgde nog voor een verrassing toen er een nieuwe buienlijn op ontstond die net vanuit het noordoosten binnenviel. Dit zorgde voor een kort maar krachtig 'salvo' van dikke regendruppels, maar deze neerslag bleek uiteindelijk nauwelijks meetbaar te zijn. Het klaarde vervolgens definitief op, maar ten westen van ons ontstond een nieuwe buienlijn waardoor we tegen zonsondergang terug tegen een muur van Cumulonimbus wolken aankeken. De wegtrekkende onweerszone ten oosten van ons ging bovendien golven waardoor een deel ervan eveneens werd terug geslagen naar het westen. Dit resulteerde al snel in dreigende luchten die vanuit het zuidoosten kwamen opzetten met opnieuw aanzwellend gerommel tegen zonsondergang. Samen met het oprukkende koufront dat ongeveer boven onze omgeving lijkt te zullen botsen met de onweerszone, belooft dit nog een erg woelige nacht te zullen opleveren...
Het was vanochtend zeer zacht bij temperaturen die niet beneden 17,8 graden zakten. Het luchtruim was bedekt met uitgestrekte velden Altocumulus floccus bewolking die in de loop van de voormiddag oplosten en plaats maakten voor Cirrus en Cirrostratusbewolking. Daartussen waren echter nog mooie stukken blauwe lucht te zien en we konden ons dan ook verwachten aan een stralende zomerdag. Het kwik ging als een raket de hoogte in, de wolken deden dat aanvankelijk nog niet en we kwamen uit op een tropische 32,1 graden. Vanuit het zuidwesten kwam ondertussen koude zeelucht dichterbij, en de gevolgen lieten lang op zich wachten in Malderen. Er ontstonden verschillende onweershaarden waarvan de eerste tegen de middag reeds boven Engeland gevormd was en in het westen van het land werd op het einde van de namiddag een tweede onweerscomplex gevormd terwijl een derde exemplaar net ten zuidoosten van het land voorbij scheerde. Deze onweershaarden genereerden een enorm wolkenscherm dat uit Cirrus densus en Altostratus bestond, en dat was meteen ook het enige dat we er in Malderen - dat zich net als een groot deel van Vlaanderen - tussen de cellen bevond, van merkten. Niettemin zag het er op sommige momenten dreigend uit terwijl er een mooie zonsondergang volgde toen het hele zaakje vanuit het noordwesten werd beschenen. Hierbij viel op dat de maan zelf spierwit bleef ondanks de warme oranjerode kleurentinten die overal te zien waren. Omstreeks 19H45 stak er een naar het zuidwesten draaiende bries op en waren we duidelijk in de polaire lucht achter het koufront beland (maximumsnelheid werd uit het oost- zuidoosten gemeten met 29,0 km/h). Koufront was echter veel gezegd, want het koelde nauwelijks af en zelfs om 23H 's avonds was het nog steeds 26 graden in Malderen. Het neerslagtotaal van 0,0 mm bestond dan ook voor het grootste deel uit zweetdruppels die niet zijn meegerekend.
De regenzone die ons gisteren al probeerde te waarschuwen door Altostratusbewolking naar Malderen te zenden, is afgelopen nacht gearriveerd waardoor er weer een flinke kwak hemelwater was gevallen. Bij het krieken van de dag was het terug droog en ontwaakten we onder een somber Stratus wolkendek waar na verloop van tijd nevel en mist onder werd gevormd. Echt heel koud voelde het niet aan door het ontbreken van wind en de hoge vochtigheidsgraad, maar tropisch was het al evenmin bij minima van 14,3 graden. De nevel en laaghangende bewolking had behoorlijk wat moeite om op te trekken en de voormiddag verliep hierdoor in grijze, sombere, kille maar rustige omstandigheden. Af en toe viel er lichte regen of motregen en het was wachten tot rond de middag voordat de bewolking dunner werd en er hier en daar een bescheiden opklaring ontstond. Opklaringen die het gevolg zijn van een nieuwe regenzone die de atmosfeer in beroering brengt en daardoor het Stratus wolkendek is gaan ondermijnen. Het was dus geen voorteken van beter weer want tijdens de namiddag zagen we inderdaad hoe een melkachtige laag Cirrostratus binnendreef die geleidelijk diker werd en overging in Altostratus. Tegen het einde van de namiddag was het terug volledig betrokken al volgden er nog een paar korte weersverbeteringen waarbij de bewolking weer dunner werd en een waterig zonnetje toeliet. Eén van deze micro- weersverbeteringen wist het kwik omhoog te duwen tot de uiteindelijke maxima van 17,4 graden en samen met de zwakke zuidwestenwind die maximaal 5 km/h haalde zorgde dit nog voor een paar aangename momenten. Ttijdens de avond was het echter definitief om zeep en werd de bewolking dikker waarop het omstreeks 20H lichtjes ging regenen uit een mengeling van Nimbostratus en Stratus fractus. De neerslag werd langzaam maar zeker intenser maar we slaagden er nog in om er met een neerslagtotaal van 0,5 mm tussenuit te kruipen. Volgens de radar zal er komende nacht echter nog een veelvoud daarvan vallen...
De dag begon in grijze omstandigheden met een waterig zonnetje dat doorheen Altostratus bewolking priemde terwijl het was afgekoeld tot 13,5 graden. Er hing ook veel Stratocumulus castellanus die opnieuw een onstabiele atmosfeer deed vermoeden. Af en toe vielen er inderdaad al wat druppels al was de neerslag niet meetbaar en bleef het meestal droog. Tegen de middag ontwikkelde zich ten westen van ons een buienlijn en leken we de volle laag te gaan krijgen, doch het ding trok weg richting Antwerpen waar het tot wateroverlast en zelfs onweer kwam terwijl het in Malderen bij wat druppels bleef. Zowat de ganse namiddag stond in het teken van dat gedruppel dat niet meetbaar was, maar toch voldoende intens en onvoorspelbaar om er menig buitenactiviteit onaantrekkelijk mee te maken. De temperaturen haalden nochtans 22,9 graden al werden deze waarden al voor de middag bereikt toen er nog wat zonnewarmte door de bewolking straalde en de wind uit het zachtere zuidwesten kwam. Tijdens de avond begon de neerslag dan toch nog iets voor te stellen en na zonsondergang kwam het zowaar tot een aantal pittige buien die het neerslagtotaal (na middernacht pas) lie en dus ook bij morgen horend) lieten oplopen tot 4,8 mm. De wind draaide naar het noordwesten en voerde steeds koelere lucht aan waardoor er een herfstachtig sfeertje ontstond tijdens de avond