Voor het eerst sinds heel lang geleden mochten we te Malderen kennismaken met wat men een "flink onweer" noemt. Bij het krieken van de dag zag het er al heel onstabiel uit terwijl de temperaturen snel de hoogte ingingen,beginnend bij 14,7°C en uiteindelijk eindigend op een tropische 31,3°C. De lucht was zwanger van het vocht en dat was te zien aan de dauwpunten die uitstegen tot 20°C. Om 17H30 was het hier dan prijs met een eerste onweer dat werd voorafgegaan door dikke druppels, en nadien felle rukwinden die opliepen tot 49,9° km/h. Vervolgens kwam er een flinke geut regen naar beneden, waarbij de intensiteit opliep tot 115,2 mm/h, en er zaten zelfs wat hagelsteentjes tussen gemengd. Ook opvallend was de bijzonder sterke stijgstroom aan de voorzijde van de bui die de wolken als in een versnelde film omhoog werden gezogen. We kregen nadien een vijftal minuutjes rust, waarna een tweede onweer opnieuw de hemelsluizen volledig openzette en de neerslagintensiteit nog eens opliep tot 108,6 mm/h. Dit bracht het totaal uiteindelijk op een erg hoge 14,2 mm. De bliksemintensiteit was ook erg hoog, maar de meeste ontladingen waren veraf en resulteerden in een eerder voortdurend gerommel. Voorlopig hebben we het wel gehad maar of het vanavond droog blijft is even afwachten want op de radar zijn er nog wat buitjes te zien die vanuit Frankrijk komen opstomen. Morgen zou er ook nog flink wat onweer inzitten, en dat blijft ook voor de eerste helft van de nieuwe werkweek zo.
Terwijl de neerslag op veilige afstand bleef, konden we vandaag andermaal genieten van een topzomerdag waarbij een diepblauwe hemel, een paar zeldzame wolkjes en een brandende zon de hoofdpunten uitmaakten. Het was vanochtend wel erg fris bij een minimumtemperatuur van 10,8 graden, maar uiteindelijk klom het kwik toch nog naar een erg warme 27,2 graden bij een zwakke noordwestelijke wind tot 11 km/h. De komende nacht zou het minder afkoelen door een tong van warme lucht die dichterbij komt en de afkoeling zal afremmen. Deze vormt de aanloop naar een erg heet etmaal dat we morgen zullen moeten trotseren, doch hierna lijkt de zomer het toch te laten afweten want een bel van koude lucht zal naar naar onze streken afzakken en de T850 die daalt tot waarden tussen 0 en 5 graden zou zich vertalen in temperaturen die rond of beneden de 20 graden zullen blijven. Vanaf woensdag lijken de regenzones toch hun weg te gaan vinden tot Malderen onder begeleiding van een aanspannende westen tot zuidwestenwind, en tot overmaat van ramp gaan de depressies die volgen hun koers verleggen naar het zuiden waardoor we steeds binnen hun invloed zullen blijven. Volgens de laatste runs van het GFS zou er enige verbetering optreden vanaf 24 juli, maar het is nog veraf en dus onzeker waardoor we best volop genieten van de laatste hittedag morgen en het misschien wel verstandig is om daar een dag verlof voor te nemen...
In onze vertrouwde diepblauwe hemel bracht de zon ons, in samenwerking met een oostelijk briesje tot 16,1 km/h, weer tropische temperaturen in een hoogzomers weersbeeld. Tijdens de ochtenduurtjes hing er nog een aangename koelte doordat het kwik zich in het met fluwelen nevelslieren bedeke landschap had teruggetrokken naar 14,7 graden, maar eens de zon goed en wel boven de horizon was opgerezen, was er geen houden meer aan en kwamen we opnieuw uit op een zinderende 33,7 graden. Enige animatie konden we verwachten van een paar Cirruswolkjes die af en toe voorbijdreven, maar daar bleef het dan ook bij. Ondanks een aardige afkoeling tijdens de avonduurtjes (vooral na zonsondergang) bleef het nog steeds zwoel en was vooral slapen in deze exotische atmosfeer een moeilijke opgave.
De dag startte lichtbewolkt (wat Cumulus fractus) bij temperaturen die naar 14,5 graden gedaald waren. Een goed begin dus maar korte tijd later nam deze bewolking gevoelig toe waardoor een aardig stuk van de voormiddag in grijze omstandigheden verliep. Niet zo heel lang voor de middag werden de schaarse opklaringen die overbleven echter snel weer breder en wat volgde was een niet eens zo slechte zomerdag waarbij de bewolking overging in de typische mooiweerscumuli, het kwik vlot steeg naar 25,2 graden, en dit bij een briesje tot 30,6 km/h uit zuidwestelijke richtingen. 's Avonds namen de stapelwolken weer af in volume en aantal zodat we de dag afsloten met een bijna heldere hemel, net als vanochtend. Het werd een eerder droge dag met 0,4 mm als neerslagtotaal, vermoedelijk afkomstig van buienrestanten van de onweders die gisterenavond in de buurt aktief waren.
De bewolking oogde vanochtend weer erg onstabiel met Altostratus en Altocumulus castellanus. We bevonden ons immers vlak achter een koufront(je) in luchtmassa's die vrij onstabiel waren. De koelere lucht achter het front kon nog niet helemaal tot ons doordringen waardoor de minima nog vrij zacht waren met 12,2 graden. Het bleef aanvankelijk rustig en droog, maar halverwege de voormiddag keken we aan tegen een aantal flinke Cumulus congestuswolken onder een nog steeds uitgestrekte laag Altostratus. Kort voor de middag hebben zich uit deze stapelwolken een aantal buien kunnen ontwikkelen die Brussel weliswaar links lieten liggen, maar in Malderen voor nog eens 1,2 mm extra hemelwater zorgden. Na de middag stabiliseerde het weersbeeld zich terug maar er bleef nog veel Altostratusbewolking hangen waardoor er van zon nauwelijks sprake was. De stapelwolken spreidden zich uit tot Stratocumulusvelden en zorgden op die manier voor nog een extra hindernis voor de zon. Deze was dan ook niet in staat om de temperaturen hoger dan 19,7 te krijgen. De wind was hierbij eerder aan de zwakke kant met 20,9 km/h uit het zuidwesten. Naar de avond toe kwamen er weer een paar opklaringen voorbijgedreven, maar veel meer dan een flauw waterzonnetje leverde dit niet meer op.
In het holst van de nacht werd een groot deel van de Vlaamse bevolking opgeschrikt door onweders die op de ene plaats al wat heviger waren dan de andere. Omstreeks 2H30 kwam het in Malderen eveneens tot een licht onweertje, maar het viel op hoe de bliksemactiviteit eruit ging toen het zootje de grens tussen Buggenhout en Londerzeel had overgestoken. Het werd dus een gezapig regenbuitje, dat werd voorafgegaan door een lichtjes aantrekken van de wind. Na zowat een half uurtje werd de rust opnieuw onderbroken door een paar zwakke donderslagen, en viel er nog wat lichte regen. De zwoele warmte bleef echter hangen, en bij het aanbreken van de dageraad hing er een erg tropisch aandoende sfeer door de vochtige warmte waarin we terechtkwamen. De neerslag is afgelopen nacht duidelijk beperkt gebleven en kon enkel de bovenste millimeters van de grond nat maken. Er volgden nog een paar lichte buitjes uit het onstabiel ogende wolkendek dat uit Altostratus, Cirrus densus, Cumulus en Stratocumulus castellanus bestond. Halverwege de voormiddag kwam er vanuit het westen een strakblauwe lucht aanzetten, maar nog voor het tot iemand kon doordringen dat deze een blauwe kleur had, werd deze plots dichtgeplamuurd met Stratus fractus. Deze ging over in Cumuluswolken die zeer dicht op elkaar aansloten en slechts minuscule blauwe stukjes overlieten. Van zon was er dus niet al teveel sprake, en de zomers aandoende minima van 18,2 graden waren we zo weer vergeten toen we er de frisse(re) maxima van 23,1 graden tegenover zetten. Naar de middag toe kwamen er forse stapelwolken tot ontwikkeling tussen de wolkentroep, en dit resulteerde in nog een aantal pittige buitjes waarvan voor zover bekend geen enkele onweer voortbracht. De stapelwolken werden in het tweede deel van de namiddag wat bescheidner en gingen zich meer uitspreiden tot Stratocumulus, wat een stabielere atmosfeer deed vermoeden. De opklaringen werden ook wat breder zodat het nog redelijk mooi werd. Hiertegenover stond een aanwakkerende zuidwestenwind die het met snelheden tot 41,8 km/h een stuk koeler deed aanvoelen. Tijdens de avond kregen we bezoek van een erg pittige buienlijn die het omstreeks 19H eventjes flink liet stortregenen, en zo het neerslagtotaal op 1,2 mm wist te brengen. De buienlijn werd voorafgegaan door een duidelijke shelfcloud, en een opvallend heldere, dubbele regenboog. Wat volgde was een rustig en droog weerbeeld, waarbij Stratocumulusvelden en Cirrusbewolking uit de ijskappen van de buienwolken in het oosten de dienst uitmaakten. Het koelde snel af en de minima van vanochtend werden bijgesteld naar 15,9 graden tegen middernacht.
Tijdens het tweede deel van de nacht kwamen er opnieuw een aantal buien binnengetuimeld waardoor het vanochtend een wisselvallige en enigszins vochtige bedoening was. De minima zijn uitgekomen op 12,0 graden, maar tussen de buien door kregen we opklaringen te zien en door de heldere lucht voelde het in de zon erg warm aan. De buien trokken weg naar het oosten waardoor het tijdens de namiddag droog bleef met brede opklaringen en een krachtige zon. Maar het wegtrekken van de buien betekende allerminst dat het rustig werd, want de wind wakkerde flink aan en ging voor de rest van de namiddag en een stuk van de avond als een furie tekeer. De snelheden liepen op tot 33,8 km/h uit het west- zuidwesten maar dankzij de uitbundige zon en de maxima van 23,2 graden voelde het niet koud aan. De bewolking bestond uit Cumulus en Cumulus fractus die naar de avond toe geleidelijk weer oplosten. Het was wachten tot kort voor zonsondergang voordat de wind er zich eindelijk bij neerlegde en het terug rustig werd. De stapelwolkjes warden ondertussen grotendeels opgelost en maakten plaats voor sluierbewolking die vanuit het westen kwam binnen gedreven. We sloten af met een neerslagtotaal van 0,6 mm, welke reeds sinds deze middag onveranderd is gebleven.
We bevonden ons vanochtend reeds diep in de polaire lucht waardoor we een afwisseling van azuurblauwe luchten en spierwitte stapelwolken te zien kregen. Er hing ook veel Stratocumulus en Stratus fractus maar de atmosfeer maakte een stabiele indruk terwijl het de hele voormiddag droog bleef. Na de middag werd de lucht wazig onder één van die onschuldige Stratocumulusveldjes en werden we verrast door een pittige regenbui met opvallend dikke druppels. Het was vervolgens een komen en gaan van wolkenvelden en opklaringen terwijl er af en toe een lichte regenbui viel. Tussendoor scheen de zon intens waardoor het ondanks de polaire lucht nog eventjes opwarmde tot 20,2 graden. Tijdens de late namiddag wakkerde de wind flink aan en vervluchtigde deze warmte meteen met snelheden tot 45,1 km/h uit het zuidwesten. Hierop volgde weer een lichte regenbui terwijl we later op de avond nog een paar exemplaren over de vloer kregen. Vrijwel alle buien begonnen 'veelbelovend' met zeer dikke druppels maar waren uiteindelijk amper voldoende om de stoep nat te maken. Het neerslagtotaal loog er dan ook niet om met 0,4 mm terwijl de rust tegen zonsondergang zowel op wind- als watergebied terugkeerde. Het koelde redelijk af maar de minima van 12,8 graden deze ochtend werden niet meer scherpgesteld.
Het was nog steeds grijs, nat en winderig terwijl de neerslag volledig uit motregen bestond. Het ene moment was dat lichte motregen die aan een druilerige herfstdag deed denken, en het andere moment kwam het water met bakjes naar beneden. Het tweede deel van de voormiddag verliep dan weer droog terwijl de bewolking overging in een mengvorm van Stratus en Stratocumulus waar ook veel Stratus fractus tussen zat. En weinig opklaringen, want de zonnestralen die er voor de middag doorheen raakten waren alles bijeengeteld goed voor minder dan vijf seconden. De wind zorgde voor het nodige koudegevoel door er met snelheden tot 32,2 km/h uit het westen tegenaan te vliegen. Na de middag werden de opklaringen breder, al waren ze ook dan alleen maar met een goede verrekijker zichtbaar. De Stratus fractus leek hierbij over te gaan in Cumulusachtige bewolking waarvan de toppen dwars door het Stratocumulus wolkendek boorden. Tijdens de tweede helft van de namiddag waren de opklaringen ook zonder technische hulpmiddelen of hypnosetechnieken zichtbaar en werd het weersbeeld een stuk vriendelijker en aangenamer. De bewolking ging steeds meer over in gebroken Stratocumulus en de zon kwam er regelmatig aan te pas. Het kwik kon dit natuurlijk niet zomaar laten gebeuren en toonde haar enthousiasme door op te springen van 15,0 naar 21,7 graden, al een heel verschil tegenover gisteren. Tegen zonsondergang was het nog maar 1/8 bewolking over (Stratocumulus) al zorgden de opklaringen wel voor een versneld invallende kilte.
Het was zwaarbewolkt vanochtend met veel Altocumulusvelden en Stratocumulus waartussen slechts kleine opklaringen te zien waren. Bij minima van 15,4 graden was het niet koud maar gewoon aangenaam koel. De bewolking loste geleidelijk op en uiteindelijk bleef er slechts sluierbewolking en een weinig Altocumulus over. Daaronder ontwikkelden zich na de middag stapelwolkjes die een opvallend hoge basis hadden, door hun grote hoogte kleiner leken en zich slechts langzaam voortbewogen. In deze lichtbewolkte en bijna windstille omstandigheden warmde het natuurlijk flink op zodat we maxima van 29,7 graden konden binnenrijven. De wind was ook iets aflandiger met het accent op noordoostelijke richtingen. Tijdens de avond verdwenen de stapelwolken en bleef er een mix van Altocumulus en Cirrus over die de zonsondergang weer een gezellige omkleding gaf. Niettemin werd er hier en daar wel eens op deze bewolking gevloekt: vooral in het westen was deze immers dik en somber door toedoen van een hoogtefront zodat er een rem op de temperaturen zat. Er waren veel valstrepen te zien van neerslag uit deze bewolking, maar aangezien de Malderse pluviometers zich niet op een hoogte van 5.000 meter bevonden konden ze deze 'spookregen' niet opvangen en kwamen we er alweer met 0,0 mm vanaf. Het bleef aangenaam zacht zonder dat het echt zwoel was.
De hemel zag er vanochtend heel apart uit met uitsneeuwende Altocumulus floccus virga wolken. Zo apart dat we de minima van 15,7 graden haast vergaten op te tekenen, maar deze wolken trokken al snel weg zodat het lichtbewolkt tot helder werd. Voor eventjes toch want er werden al snel stapelwolken gevormd. Vervolgens stak er een luchtig noordelijke briesje op dat de snelle opwarming tijdens de voormiddag opeens deed stoppen. Het leek hierdoor alsof we in koelere lucht waren terecht gekomen, maar deze conclusie was nog maar pas gemaakt of het warmde terug verder op aan een stevig tempo. Zo konden we dan toch nog drukkend warme maxima van 31,3 graden optekenen. De stapelwolken werden langzaam kleiner en afgeplatter al konden we toch de ganse tijd van Cumulus mediocris blijven spreken. Tegen de avond begonnen deze stapelwolken op te lossen en werd het weer helder op wat Cirrus en Cirrostratus bewolking na die vanuit het zuidwesten kwam binnendrijven. Er volgde een aangenaam zachte avond waarin we het neerslagtotaal van 0,0 mm konden optekenen