Typisch bij stilhangende buien is de aanwezige onderstroming. Tijdens de buien stond er een matige zuidwestenwind die de toestroom van relatief wame, vochtige lucht in stand hield. Bij het ontbreken van die onderstroom zal de outflow de 'brandstof' toevoer afsnijden en de levensduur van de bui beperken. Het is de zwakke, tegengestelde wind in de bovenlucht die de bui op z'n plaats houdt.