Bij de dagrecords in de Bilt zijn de warmterecords gevestigd ná 1987 (1988 klimaatsprong) duidelijk in de meerderheid. De aangegeven percentages zijn t.o.v. de 366 dagen. Dus 56% van de warmetrecords en 8% van de kouderecords dateert van ná 1987
Als je zin en tijd hebt zou je een grafiekje kunnen maken waarin te zien is hoe het jaarlijks aantal warmte- en kouderecords met de tijd verloopt. Je moet dan uiteraard beschikken over alle data om ook de oude records daarin te kunnen verwerken. Het eerste meetjaar zijn er alleen maar records maar in de loop der jaren neemt de kans op een dagrecord steeds verder af. Dat er na ruim 100 jaar metingen zoveel warmterecords sneuvelen is dus juist extra bijzonder.

( 554)
( 554)
( 424)
( 340)