Re: Mooie temperatuursdaling Jakoetsk

Bericht van: Theo Utrecht , 24-10-2017 14:33 

Niet iets voor mij

 

IN DE KOUDSTE PLAATS OP AARDE HEBBEN ZE HET ALLEEN MAAR OVER ETEN

HOME

FRANS DIJKSTRA 

Verchojansk, Siberië, staat te boek als de koudste bewoonde plek op aarde. De inwoners zijn daar al lang aan gewend. Hun conversatie gaat over een heel ander onderwerp: de maaltijd. En die blijkt niet echt besteed aan de Westerse maag.

 

Voor de echte kou moet je ver weg. Naar Verchojansk bij voorbeeld, volgens de schoolboekjes de koudste bewoonde plaats ter wereld. Daar, in het noorden van Oost-Siberië, moet de ware vorst nog heersen.

Maar na zes uur oostwaarts vliegen naar Jakoetsk plus nog bijna twee uur naar het noordoosten, lijkt ook daar een teleurstelling te wachten. “Het is een warme winter”, stelt journaliste Marina Vladis vast, als ze haar collega's van verre afhaalt op het vliegveldje van Batagai, dat met zijn vijfduizend inwoners de belangrijkste plaats van het district Verchojansk is. “Het is de laatste dagen niet kouder geweest dan een graad of dertig onder nul.” Dat is inderdaad warm vergeleken met de 67,8 graad onder nul die eind vorige eeuw als record werd genoteerd.

Vanuit de lucht had het er veel kouder uitgezien. In de schelle ochtendzon waren de scherpe, roomwit besneeuwde bergrichels ongenaakbaar. Blauwige nevels hadden zich aan de bleekrose horizon vermengd met ijzige wolken, tot een warreling van dampen die een hel van kou leken te beloven.

Maar in Batagai blijkt de sneeuw al bijna even vuil van de beschaving als in Moskou. De schoorstenen van de stadsverwarming leggen een waas van kolenroet over het plaatsje. Binnen in de houten appartementsgebouwen is het zo warm dat je al het bont en ski-ondergoed waarmee je de poolkou had willen overleven, zo snel mogelijk afpelt.

Marina is verslaggeefster van Vesti Verchojanja, de lokale krant die afwisselend verschijnt in het Russisch en het Jakoetsks, de taal van de oorspronkelijke, Aziatische bewoners van dit deel van Siberië. Zelf is Marina Russisch, maar ze woont haar hele leven al in het koude noorden. Voor haar heeft de kou niets exotisch meer. En zoals zoveel Russen in koude contreien droomt ze van een ander bestaan, een leven met meer vertier in een klimaat dat je niet dwingt tot lange winteravonden binnenzitten. Ze wil naar het zuiden, naar de bergen van de Kaukasus. Maar de oorlog in Tsjetsjenië maakt haar bang. “Ze praat al jaren over weggaan”, zegt een vriendin spottend, “maar volgend jaar zit ze hier nog. Iedereen droomt van weggaan, maar niemand doet het. We zijn zo gewend hier.”

Toch zijn er in Marina's vriendenkring ook mensen te vinden die niet weg te slaan zijn. Andrei bijvoorbeeld, de technicus van het radarstation op een heuvel naast het vliegveld. Hij kwam voor het geld, want de Russische staat betaalt bijna drie keer zoveel voor ambtenaren in de echte kou. “Mijn vrouw komt uit Letland en die voelde weinig voor het leven hier. Ze gaf me vijf jaar om hier geld te verdienen, maar die zijn al lang om. Nu wil ze zelf niet meer weg.” De verlatenheid buiten de spaarzame nederzettingen en vooral de natuur hebben hem verslaafd gemaakt aan het leven in deze streek waar de kou al in augustus binnenvalt en pas in juni het laatste ijs gesmolten is. “De mensen hier voelen zich met elkaar verbonden,” prijst Andrei de samenleving in Batagai. “Ik heb nergens zulke goede vrienden gehad als hier gehad.”

Ook in Verchojansk heeft Andrei vrienden, dus met plezier haalt hij zijn Lada-jeep met vierwielaandrijving uit de schuur voor de laatste zeventig kilometer naar de koudste plaats ter wereld. Het is die nacht flink afgekoeld en de sneeuw is zo droog en hard dat je er soms even op kunt staan voordat ze onder je voeten in korsten breekt. De Lada is niet voor deze winter uitgerust en heeft geen dubbele ruiten. Even buiten Batagai is het uitzicht al belemmerd door een matgrijze laag van ijs. De blazers van de voorruitverwarming slagen er alleen in twee kleine cirkels doorzichtig te houden. Turend door die gaatjes stuurt Andrei na een klein half uur over een hobbelige weg van verijsde sneeuw zijn auto naar de bedding van de bevroren Jana-rivier. Voorzichtig neemt hij de schuine afdaling en dan rolt de auto soepel over een prachtig wegdek. “Siberisch asfalt”, zegt Andrei tevreden over de dikke laag rivierijs. Het is inderdaad een van de betere wegen van Rusland. Zelfs verkeersborden voor haarspeldbochten in de Jana ontbreken niet.

Verchojansk kondigt zichzelf aan met een stenen pilaar van minstens tien meter. De bronzen cijfers '1638 - 1988' maken duidelijk dat hier een feestje is geweest voor het 350-jarig bestaan van deze 'pool van kou' die duizend inwoners telt. Wat heeft een mens in vredesnaam te zoeken in de koudste plaats ter wereld?

Voor Russen was dit eeuwenlang een gevreesd ballingsoord. Zoals voor Ivan Goedjakov, die in naam van de tsaar hier zijn dagen moest slijten. Dat zijn naam, anders dan die van talloze anderen, in herinnering is gebleven, is te danken aan de temperatuurmetingen die hij veertien maanden lang elk uur deed. Zijn mede-balling S. F. Koralik zette die traditie voort en dat bracht hem de eer in 1885 het record van 67,8 graden te noteren. “Ze hadden zeker niets te doen,” zegt de gids in het lokale museumpje schouderophalend. “Na hun leven in Moskou en St. Petersburg was het hier natuurlijk heel saai. Goedjakov is zelfs gek geworden. Een gevangenis zonder sleutel, noemde hij het hier.”

De gids is een mevrouw van Jakoetskse origine en ze kan zelfs geen vermoeden van belangstelling veinzen voor de vitrines in haar museum die de Russische geschiedenis van Verchojansk laten zien. Ze ontdooit pas licht als we bij de uitstallingen komen van de inheemse bevolking van mens en dier. “Kijk, dat is een sneeuwgeit, die is heel lekker,” legt ze uit bij een opgezet beest met grote, ronde horens. Ook verderop blijkt haar belangstelling vooral culinair van aard te zijn. “Deze Jakoetskse paarden leveren ons de beste lekkernijen. Bloedworst, ribben, ingewanden, alles is heel goed van een paard. Maar het lekkerst is de lever, die we bevroren in plakken schaven. Dat moet u eens proeven.”

De gelegenheid om de Jakoetskse keuken te keuren, komt al te snel. Aan het middagmaal bij onderwijzeres Ljoebov Rozjena blijkt alles wat deze streek te bieden heeft, op tafel te staan. Een schaal vol geelbruine krullen blijkt gekookte paardeingewanden te bevatten, een modderbruine darm houdt gestold, kledderig paardebloed bijeen, een berg witte en rose spaanders is het restant van een bevroren, rauwe vis. De trots van deze streek ligt op een bordje in kleine, delicate plakjes: bevroren, rauwe paardelever. “Bij ons is de gastvrouw pas tevreden als iedereen alles heeft opgegeten,” doceert de onderwijzeres aan haar aarzelende gasten. Maar alleen de schaal met brood gaat op. De weeë smaken van de Jakoetskse keuken zijn aan de beginneling niet besteed.

Onderwijzeres Rozjena is een bereisde vrouw. Op de een of andere manier heeft ze altijd geld en toestemming weten te krijgen voor bezoeken aan verre landen: Cuba, Jordanië, Griekenland, de muren in haar huis getuigen ervan. “Maar ik ben altijd weer blij als ik terug ben in Verchojansk. Van de kou heb ik geen last, daar zijn we kennelijk op gebouwd. Eén keer ben ik wel geschrokken. Toen kwam ik uit Griekenland, waar het boven de dertig graden was, ineens terecht in min veertig. Normaal gaat dat wat geleidelijker hier.”

In Verchojansk lopen de temperaturen in de korte zomer ook op tot een graad of dertig, wat de plaats ook het wereldrecord in temperatuurverschillen geeft. Met dromerige ogen vertelt de onderwijzeres over de heftige zomer. “Het is hier warm genoeg om meloenen te kweken. Alles komt tot leven. Iedereen is de hele dag buiten. Het is ook een drukke tijd. Dan moeten we alles bijeen zien te krijgen voor de winter. We verbouwen wat groenten en we plukken bessen die we inmaken ofinvriezen.” Ze haalt een schaal uit de keuken met keihard bevroren rode besjes. Ze drukt ze fijn in een zeef, voegt wat gesmolten sneeuw en suiker toe en haar frisdrank staat op tafel.

Buiten, in de twee straten langs de Jana die samen Verchojansk vormen, knerpt de sneeuw vervaarlijk. De kou is zo droog dat hij plezierig verfrissend aanvoelt na de warme huiskamer van de onderwijzeres. Alleen de neusvleugels jeuken terwijl de natte neushaartjes bevriezen. Het is rustig op straat. Mannen stapelen blokken brandhout. Vrouwen kuieren rustig met de boodschappentas over de weg. Veel zit er niet in de tas, want de winkeltjes zijn vrijwel leeg. “We hoeven niets te kopen. We zorgen overal zelf voor,” zegt Andrei triomfantelijk in de auto. “Je kunt hier zonder geld leven. Het vlees loopt in de bossen, de vis zwemt in de rivieren en de bessen en paddestoelen zijn ook gratis. Alleen meel, brandstof en sigaretten moeten we kopen.”

Op het verlaten sneeuwbaantje dat soms als vliegveld fungeert, bevestigt de bazin van het weerstation wat de neusvleugels al verteld hadden. Het is koud geworden in deze vallei temidden van de Verchojansker Bergen, die tot 2 300 meter oprijzen. “We hebben vannacht een minimum van min 45 gemeten en vandaag was het maximum min 38,” vertelt de 61-jarige Anastasia Bogdanova van de meteorologische dienst. Ze komt uit Centraal-Rusland waar ze als kind verhaaltjes hoorde dat het in Verchojansk zo koud is dat de vogels in hun vlucht bevriezen en dat het er zo hard waait dat de mensen zich op straat aan touwen moeten vasthouden. “Ik woon hier nu 42 jaar en ik kan u verzekeren dat dat allemaal onzin is. Je kunt hier gewoon leven en ademhalen. Alleen als het kouder dan vijftig graden wordt, is het ademhalen wat moeilijker. Je hoort het ook: alsof er iemand anders over je schouder ademt, zo klinkt je eigen ademhaling.”

Haar pensioen heeft ze al verdiend, maar het weerstation is haar leven. “Soms kan ik de temperatuur tot op de graad nauwkeurig raden als ik 's morgens de deur uitga. Hoe kouder het is, hoe makkelijker je kunt raden. Er is een groter verschil tussen 50 en 52 dan tussen 40 en 42.”

Toch worden de instrumenten buiten elk uur afgelezen. Ze verontschuldgt zich voor de eenvoud van het station. “Het is bij u vast allemaal veel mooier, maar zo gaat het ook,” vertelt ze terwijl ze rondgaat langs de witte kastjes met de thermometer en de oscillografen. Van een paal waaraan een stukje ijzerdraad is bevestigd, leest de ijsvorming af, een groen-emaille soeppan verzamelt de maandelijkse neerslag. Het deksel zit erop, want het sneeuwt toch niet.

De meteo-cheffin houdt van alle seizoenen. Maar het meest van de herfst, zegt ze. “Dan ruiken de bossen zo lekker en kan ik de hele dag paddestoelen zoeken. Nergens zijn de paddestoelen zo lekker als hier.”

Zodra het over eten gaat, wordt ook de dame van de thermometer lyrisch. “Als we over eten praten, dan is alles goed. Ergens anders praten mensen over theaters en bioscopen. Die hebben we hier niet. De beste ontspanning hier is een goed gedekte tafel.”


Mooie temperatuursdaling Jakoetsk   ( 1569)
Wim (Lomm) ( 18m) -- 24-10-2017 11:39
Re: Mooie temperatuursdaling Jakoetsk   ( 722)
Theo Utrecht -- 24-10-2017 11:55
Ze hebben daar toch allemaal staatsverwarming   ( 775)
Ruben (Ås, nabij Oslo, Noorwegen) ( 53m) -- 24-10-2017 12:08
En drievoudig glas in de vensters.   ( 316)
Cees-Rotterdam -- 24-10-2017 20:12
Re: En drievoudig glas in de vensters.   ( 347)
Theo Utrecht -- 24-10-2017 20:20
Kijk, da's aanpakken!   ( 599)
Leo (Oudeschild-Texel) -- 24-10-2017 12:33
Re: Mooie temperatuursdaling Jakoetsk   ( 655)
Theo Utrecht -- 24-10-2017 14:33
Re: Mooie temperatuursdaling Jakoetsk   ( 452)
Bert-Jan (Tholen) ( -1m) -- 24-10-2017 14:49
Re: Mooie temperatuursdaling Jakoetsk   ( 434)
Cees-Rotterdam -- 24-10-2017 18:29