Wij waren onderweg in de Tegernseer bergen. Op de publiekstrekkers was het navenant druk. Onze route was in eerste instantie vrij kalm, van de weg naar de Achenpas omhoog naar de Amperthaler Alm:
Een eerste pauze. De föhn had een zwakke phase, daardoor was het wat killetjes. Een mooie alm uit het prentenboek, met hogere bergen in de achtergrond.
Lenticularis:
Verder ging het, soms redelijk droog zoals op dit plaatje, maar meestal glibberend door de kleiige modder, of springen van pol naar pol door de dras. Dat schoot niet op.
Een van onze doelen: het Seekarkreuz, zoals jullie zien, een geliefd doel. Helaas ook één groot modderfestijn, zeker aan de noordkant. Geef mij die berg maar als er flink wat sneeuw ligt.
Ervoor kwamen nog wat listige passages waar je door de rots moest klimmen (dat is wel fijn) of steil gras traverseren (minder tof). Enfin, op de top een lekkere boterham met kaas en mooi uitzicht. De föhn was weer sterker geworden, daardoor was het lekker warm, München was duidelijk te zien.
Uitzicht op de Rauhalm:
Op de Lenggrieser hut, in de achtergrond Lenggries en Brauneck:
Blik op het verdere verloop van de tocht, over de Kampenkam, waarvan een flink deel geexponeerd met steeds weer gebruik van de handen.
Zoals hier:
We kwamen pas in het donker in Wiessee aan, het was al flink fris geworden.
Eens kijken, of de nu begonnen winterinval in de bergen voor wat langduriger sneeuw gaat zorgen. In de bergen, in München zie ik het maar nauwelijks van sneeuw komen.
P.S.: sneeuwvalgrens inmiddels tot 1300 m gedaald...
Quote selectie