ligt in het feit dat zowat alle strenge winters, ook al hadden ze hun zwaartepunt in januari, ook februari op dezelfde wintertoer meeging, terwijl er een heleboel strenge of koude winters zijn geweest die uitsluitend hun zwaartepunt in februari hadden. Een overzichtje, teruggaand in de tijd (alleen 1997 en 1987 bieden de uitzondering):
1997: jan.(eerste decade) - feb. zeer zacht
1996: jan. + feb (eerste decade).
1991: feb. alleen
1987: jan. alleen (feb. normaal tot iets te koud)
1986: feb. alleen (zeer koude integrale maand)
1985: jan. + feb.
1979: jan. + feb.
1963: jan. + feb.
1956: feb. alleen (zeer koude integrale maand)
1947: jan. (laatste decade) + feb. (met nadruk op februari - zeer koude integrale maand)
1942: jan. (zwaartepunt) + feb.
1941: jan. + feb.
1940: jan. + feb. (eerste decade)
De conclusie van de strenge en koude winters is dat er haast geen enkele winter voorkomt waarin een koude januari wordt gevolgd door een zachte februari. Omgekeerd is het juist wel vaak voorgekomen dat de strenge vorstperiode uitsluitend of hoofdzakelijk in februari is voorgekomen (met als archetypes 1956, 1986 en 1991).
Het overwicht van koud winterweer in ons land ligt dus ontegensprekelijk in februari.
Dat geldt overigens ook voor de normale en zachtere winters, waar de weinige of enige koudeperiodes van betekenis bijna allemaal in februari vielen. Van de afgelopen 10 jaar valt dat op in de volgende winters:
2004
2001
1999
1994
Quote selectie