Wind is uit oost en daar is het een stuk kouder? Is het dan menging?
Ben en Jorrit gaven al de sleutel voor dit fenomeen. Hoe harder het waait, hoe meer menging met hogere luchtlagen. Je vraagt je dan af: is het boven (bv op 500 m) dan warmer dan aan de grond? Dat is niet nodig. Als bijvoorbeeld de laag tussen 0 en 500 meter stabiel is met overal dezelfde temperatuur, dan zal door menging een temperatuurverval optreden: dalende lucht warmt op door samenpersing en opstijgende lucht koelt af door uitzetting. Als deze processen adiabatisch verlopen, dwz zonder warmteuitwisseling, dan zou het tempertuurverval 1 graad per 100 meter worden. Boven -2,5 en beneden +2,5. In de praktijk zal het temperatuurverval iets minder zijn; het effect blijft van temperatuurstijging blijft aanwezig.
Heel sterk treedt het effect op als na een windstille heldere nacht de wind gaat toenemen. De koude luchtlaag aan de grond is dan dun en wordt heel gemakkelijk gemengd met warmere lucht daarboven. Of het stroomopwaarts aanvankelijk kouder was maakt niet uit, de menging gaat onderweg door. Dit is één van de redenen dat je nooit vanuit een situatie met (strenge) vorst in midden of oost Europa bij oostenwind deze vorst bij ons kan verwachten. Dan speelt ook vaak het sneeuwdek mee; ligt er stroomopwaarts een pak sneeuw en bij ons niet, dan kan de zon onderweg zijn werk doen dat hij boven het sneeuwdek nauwelijks kan. Even afgezien van een föhn-effect als de kou zich op enige hoogte bevindt.
Groet,
Cees