Op 21 december lag het weer even stil. Welke kant zou het opgaan? Zoals ik gisteren al aangaf kon het KNMI in deze situatie geen goede verwachting maken. In de ochtend van 21 december zat men er volledig naast met de verwachting, die in de loop van de dag al gelogenstraft werd. Zie uit het dagboek 1963:
21 december 1962:
Een gedenkwaardige dag, om twee redenen. In de eerste plaats omdat in de avond van die 21-ste december de grote winter van 63 aan zijn ultieme vorstperiode begon, maar ook vanwege de onmacht van het KNMI om deze start een halve dag van te voren te voorspellen. Ik zal in dit journaal proberen te beschrijven hoe dat in zijn werk ging. In de vroege ochtend is in vrijwel het gehele land de temperatuur weer behoorlijk boven nul. Er is ook flink wat regen gevallen, en de zuidenwind neemt in de ochtend af. Om een uur of zeven draait in De Bilt de wind naar westnoordwest; het blijft daarbij bewolkt. Opmerkelijk is op dat moment, dat de luchtdruk weer iets is gaan stijgen. Het is verder zo’n sombere dag als gebruikelijk vlak voor kerst. We hadden geen idee wat er ging gebeuren, en evenzo het KNMI. In de ochtend kwam het volgende weeroverzicht (enigszins verkort):
"In Oost-Europa heerst hevige kou, terwijl het in Frankrijk en op de Britse Eilanden juist heel zacht is. Nederland bevindt zich in het overgangsgebied tussen twee weertypen; in het noorden van het land temperaturen om het vriespunt en in het zuiden 6 tot 8 graden boven nul. Aangezien grote luchtdrukstijgingen in onze omgeving voorkomen, is te verwachten, dat de wind afneemt en dat de scheidslijn tussen koude en zachte lucht boven ons land blijft liggen."
Daar zat het KNMI met de handen in het haar. Wat betekenden die grote drukstijgingen? In de vroege ochtend stond de barometer in De Bilt op 999 hPa ; om vier uur ’s middags op 1010 en om 11 uur ’s avonds al op 1020. Nog steeds ging die stijging door! Op de weerkaart van 1 uur in de middag zie je twee hogedrukgebieden, die aan het groeien zijn; één met centrum boven west-Rusland en één met centrum ten zuidwesten van Ierland. Daartussenin zit het front geklemd, dat de scheiding vormt tussen de koude en de zachte lucht; dat front ligt over ons land naar het zuidoosten. De grote depressie ligt nog bij Groenland, terwijl zich nu een afzonderlijke storing boven midden-Europa lijkt af te splitsen.
Wat deed ik zelf die dag? Ik weet dat natuurlijk niet zo precies meer. We hadden nog wat andere zaken aan het hoofd, zoals ’s avonds een bazar op de middelbare school voor één of ander goed doel. Natuurlijk zaten we wel in spanning met die kou zo dichtbij. Toen we ’s avonds naar huis fietsten zag ik iets moois : de maan scheen door een dunne altocumulus heen. Dat moest wel iets betekenen, anders dan een handhaving van de status quo. Is dit waar, dacht ik. Klaart het op? Wordt het al kouder? Op dat moment kende ik de laatste verwachtingen niet en ik vermoed, dat de meteorologen van het KNMI druk doende waren om elke nieuwe waarneming te interpreteren. Het was echt waar! De winter begon. Voor de volledigheid een overzichtje van de toestand in De Bilt op die dag. Achtereenvolgens staat in de tabel : Temp, windrichting (meest matige wind), luchtdruk.

HIer de weerkaarten. Wonderlijke weerkaaten zijn het omdat we twee hogedrukgebieden zien, één boven Rusland/Randstaten en één vlakbij Bretagne. Wat wordt dat?


Hoewel het in die avond ook bij ons al iets kouder was geworden, zonder dat het vroor, wisten wij niet wat er in het noordoosten gebeurde: bij in de ochtend al weer naar oost draaiende wind ging de temperatuur in Eelde al weer naar onder 0! Het was daar maar nauwelijks boven 0 geweest. Het front was kennelijk vastgelopen vlak bij het noordoosten van het land, en het keerde op de 21-ste terug door enorme drukstijgingen ten noorden van ons land. Een heel opvallende beweging in de atmosfeer met de ontwikkeling van een hogedrukgebied dichtbij ons (zoals we morgen zullen zien) Het was het kantelpunt.
