Het is ruim 5 dagen na het invallen van de vorst en de winter heeft al twee gezichten laten zien: vorst en sneeuw. De ingevallen vorst heeft in De Bilt gezorgd voor een koudegetal van 30,1 (sinds 21-12). De sneeuw was niet overal even intensief; vlak aan de kust is ook nog wat regen gevallen, en in een deel van het land viel 4 tot 5 cm sneeuw.
Uit het dagboek 1963:
-----------
27 december 1962:
Het is met het weer als met de algemene sfeer in de dagen na kerst : een soort niemandsland. Na de sneeuw van gisteren is het rustig winterweer gebleven. Het is bewolkt met af en toe een vlokje sneeuw; de wind is ZZW maar het blijft gewoon vriezen. Bij ons is de vorst meest licht. Kouder is het bijvoorbeeld in Lapland, rond –15, in zuid-Frankrijk met –6 in Toulouse en in zuid-Duitsland met –13 bij München. Let wel, dat zijn temperaturen om 13 uur. Volgens het KNMI moet op aanhouden van de vorst gerekend worden.
-------------
Met die laatste prognose sloeg het KNMI de spijker op zijn kop. Het bleef koud in heel west Europa. Op de weerkaart van 27-12 om 1 uur zien we de kern van de kleine sneeuwstoring als een vlak lagedrukgebied van zuid Engeland naar Finland liggen. Opmars van minder koude lucht is niet in zicht. Zie eens hoe de druk boven IJsland is en bij de Azoren. Boven de Britse eilanden wordt een hoeveelheid zeer koude lucht vanuit de poolstreken aangevoerd met vooral op 500 hPa lage temperaturen. Het zorgt daar voor sneeuwbuien waardoor de winter ook daar een ander feller aanzien krijgt.

Op de kaart van 27-12 om 13 uur zien we de kern van de kleine storing bij Bretagne liggen. Een wel opvallend tegendraadse koers heeft deze gevolgd. Is er verder nog commentaar nodig?

Het is in het hele land licht blijven vriezen bij ZZWwind. Voor de verandering weer eens de gegevens van De Bilt:
