2 januari 1963
Nederland is volledig in de greep en in de ban van de winter. Hevige kou, wind en stuifsneeuw. Geïsoleerde dorpen komen in een groot deel van het land voor, maar het meest in het noorden. De kranten staan er vol mee. Enkele koppen : “Winter komt nu in siberisch stadium” en “Elfstedentocht ernstig in gevaar door sneeuw”; beide uit de Leeuwarden Courant. “Sneeuwruimers staan veelal voor hopeloze taak” (De Tijd). “Dorpen in Noord-Holland door sneeuw geïsoleerd” (Trouw, staat onderaan deze post). Iets te bont maken Volkskrant en Telegraaf het met de aankondiging van nog heviger kou, terwijl het in Den Helder (De Kooij) streng vriest bij windkracht 6; het ergste is na vandaag wel voorbij.
Aardig detail is het bericht dat de kou de politie in de nieuwjaarsnacht heeft geholpen: in Groningen en Den Haag waren er aanzienlijk minder incidenten dan vorig jaar (ook toen al).
Intussen is de nacht van 1 op 2 januari weer zeer koud. De minima van deze nacht: -6 in Beek, -9 in Rotterdam, -10 in De Bilt, -12 in Leeuwarden en Eelde. Overdag loopt het kwik nauwelijks op; zo is het op Eelde tot 18 uur onder -10! Daarbij is de wind nog steeds prominent aanwezig. Met nam in het uiterste noorden is het daardoor extreem koud voor het gevoel. In De Kooij vriest het de hele dag 9 à 10 graden bij een windkracht 6. In de late avond gaat het weer naar windkracht 7 bij -8 (zie ook onderaan). Het kan hieruit duidelijk zijn hoe de toestand in de Waddenzee en de waddeneilanden was: veel ijsvorming, barre kou en geen veerdiensten. Op Eelde gaat de wind in de late avond weer van matig naar vrij krachtig (5) bij -10. Een aanzienlijk verschil met Zuid Limburg waar het dan nog slechts -2 is maar wel met windkracht 5.
Een opmerking over het dagboek 1963: dit is achteraf geschreven uit herinnering, data en weerkaarten van het KNMI. Ik besteedde weinig aandacht aan het weer elders in Nederland. Daardoor is het barre weer in het noorden van het land er bekaaid afgekomen. Uit de krantenberichten blijkt dat de winter daar al een enorme impact had.
Uit het Dagboek 1963:
-----------------
2 januari 1963 :
De winter is bij ons elf dagen oud en geeft nog geen krimp. Bitter koud was het vannacht met op de meeste plaatsen strenge vorst bij matige oostenwind. Daarbij is het somber weer, wat op dit moment de winter een beetje saai maakt. Niet saai is het dikke pak sneeuw, waarvan we geprobeerd hebben een sneeuwhut te bouwen aan de overkant van de straat. Daar lag een trottoir tegen een haag, met daarachter een talud met sloot, die weer de afscheiding vormde met een sportveld.(Wie Den Haag binnen rijdt over de Utrechtse baan, komt er op een steenworp afstand voorbij ; op die plek lag dat sportveld). Om een lang verhaal kort te maken : op die stoep kon dat; niemand stoorde zich aan een berg sneeuw. Als ik er nu aan terugdenk, bedenk ik, dat mijn vader misschien over die sneeuwhoop de magische woorden heeft gesproken : “dat blijft er tot maart liggen” , in plaats van over het sneeuwdek van 30 december. Het KNMI verwacht, dat de vorst iets zal afnemen. Op de weerkaart domineren depressies, één bij noord-Noorwegen en één boven de Golf van Biskaje. De laatste houdt bij ons de oostenwind in stand, maar dringt ook langzaam op naar het noorden. Uit het weerbericht valt op te maken, dat de vorstgrens morgen dicht bij ons land komt te liggen. Op de 500-hPa kaart zien we twee takken van de straalstroom; één boven het noorden van Scandinavië en één boven de Middellandse zee. Daartussen bij ons een soort niemandsland. De winter lijkt in de knel te komen.
----------------
Op de weerkaart van 2-1-63 om 1 uur zien we de ontwikkelingen langzaam verder gaan: de depressie bij Portugal is iets naar het noorden gekomen. Fronten trekken verder Scandinavië binnen. Het blokkerend hoog strekt zich uit van noord Canada via IJsland in de richting van de Baltische staten.

Om 13 uur is op de weerkaart te zien dat de rug van hoge druk boven Scandinavië verdwijnt. De depressie uit het zuiden ligt nu met kern boven de Golf van Biskaje en lijkt nu een serieuze bedreiging van de winter te gaan worden.

Trouw van 2 januari 1963:
Berichten uit de Leeuwarder Courant
Tenslotte de waarnemingen van De Kooij. (Windkracht vanaf 108 is 6, vanaf 139 is 7 en vanaf 172 is 8
