7-1-63
Voor jongeren is het misschien moeilijk om zich een beeld te vormen van de wereld van 1963, ouderen van boven de 60 weten dat nog wel. De naoorlogse welvaartsexplosie moest nog komen, wat betekent dat het leven kariger was dan wat velen tegenwoordig gewend zijn. Een auto had misschien 20 % van de huishoudens en een TV iets meer maar geen 50%. Minder hoofdwegen, meer vervoer over water. Dat laatste betrof bijvoorbeeld het vervoer van steenkool in een tijd dat thuis nog erg veel kolen gestookt werden; zoals ook bij ons thuis. Huizen waren niet geïsoleerd en vochtiger dan nu doordat ventilatie gebrekkig was en veel meer mensen per kubieke meter woonden in huizen die buiten de woonkamer veelal onverwarmd waren. Dat laatste, samen met het ontbreken van dubbel glas, bracht het fenomeen ijsbloemen waar ik eerder over schreef. En die groeiden weer op 7 januari, nadat de boel er eind vorige week vanaf gedooid was. Eraf dooien betekende overigens na een week vorst dat er heel wat liters water af kwamen.
Wij middelbare scholieren hadden de hele vorstperiode beleefd in de kerstvakantie, vanaf de eerste zaterdag (22-12) tot afgelopen vrijdag (4-1), toen de temperatuur iets boven 0 kwam. En nu op maandag 7 januari begon het winterweer plotseling weer en nu voor ons als schoolgaande. Dat betekende voor ons om 10 over 8 op de fiets naar school, vrijwel altijd met tegenwind omdat de school noordoostelijk van onze woning lag. Fietsen over straten waar de sneeuw niet weg was (behalve die enkele hoofdroute) en uiteraard kregen wij grote handigheid in fietsen op sneeuw, harde sneeuw en ijsbobbels. Zo ook die ochtend van 7 januari toen het weer zo’n 5 graden onder 0 was bij een matige noordoostenwind. Op zonnige dagen werd de lucht al aardig licht maar op bewolkte dagen was het nog donker; zo begon ons nieuwe jaar op school.
Weinig spectaculair winternieuws in de kranten. Een bijzonder bericht uit het Nieuwsblad van het noorden over een veerboot die uren zoek was in de ijsvelden. Daaronder het weerbericht, waarin genoemd wordt dat de vorst uit het waddengebied niet is weg geweest!
Hier het dagboek 63 van 7-1:
--------
7 januari 1963:
De winter is terug! In de loop van gisterenavond is in het hele land de temperatuur weer onder 0 gekomen. En vandaag zien we de zon ook weer eens. Oorzaak is nieuwe drukstijgingen boven Scandinavië en de Noordzee. Eigenlijk is dit een uitloper van het Groenlandse hogedrukgebied, dat nu al weer een dag of tien op de kaart staat. Het is deze dag geweest waarop ik met een Aha-Erlebnis tot deze gedachte kwam : Zo ziet een strenge winter er dus uit! Wat we de jaren daarvoor, van 57 t/m 62 meegemaakt hadden was af en toe een vorstperiode die hooguit een dag of 5 à 8 duurde. Maar dit jaar gaat het zo : de vorst komt steeds weer terug! Het merkwaardige is, dat op de Europese weerkaart de depressies overheersen. De oude depressie die ons dooi bracht, ligt nu als een koud exemplaar aan de oostgrens van Finland. Daarachter is koude lucht weer naar het zuiden gestroomd; met hulp van en nog steeds aanwezig laag boven de Middellandse Zee trok bij ons de noordoostenwind iets aan en voilà : we zitten er weer midden in. Er liggen trouwens nog twee depressies op de kaart : een koude bij de noordkust van Noorwegen een warme op het zuiden van de Atlantische Oceaan. Geen van beide hebben ze kennelijk aspiraties om tot west-Europa door te dringen.
------------
Hoe dat er op de weerkaart uitzag? Het wordt eentonig: hoog boven Groenland en laag bij de Azoren. Dat gaat maar door. De lage druk in zuid Europa helpt de oostelijke stroming.
7-1-63 om 1 uur:

7-1-63 om 13 uur: De druk boven zuid Scandinavië en het Noordzeegebied is verder gestegen.
