Na een erg stormachtige nacht en ochtend is de regenzone uiteindelijk toch nog met veel geweld doorheen het land gespoeld. Kort voor de passage van het front liepen de rukwinden op tot 61 km/h en het ging gedurende korte tijd vrij intens regenen. Het uiteindelijke neerslagtotaal maakt echter weinig indruk met 0,6 mm en kort voor de middag zaten we meteen weer in de opklaringen en kalmeerde de wind snel. De rest van de dag verliep in redelijk mooie weersomstandigheden en zonder nieuwe neerslag of buien maar de aangevoerde lucht werd steeds frisser waardoor de temperatuur daalde van 12,1 naar 7,1 graden. Hoewel we buiten een heldere sterrenhemel kunnen aanschouwen, zijn de vooruitzichten voor morgen niet meteen mooi te noemen want vanuit het zuiden zal de bewolking weer geleidelijk toenemen op nadering van een nieuwe depressie die de regenzone van deze morgen weer naar het noorden zal duwen. Zeker naar de avond toe kan er weer regen vallen en ook overdag zal de bewolking ons zeker parten spelen.
De ochtend en voormiddag werden vandaag behoorlijk opgefraaid door netjes geordende Stratocumulus stratiformis translucidus duplicatus - wolkenvelden, de keerzijde was echter dat de zon het hier behoorlijk lastig mee had en het duurde tot tegen de middag eer deze bewolking zich terugtrok en vanuit het oosten brede opklaringen hun intrede maakten. De namiddag verliep dan grotendeels in mooie zonnige omstandigheden, zij het dat in het tweede deel van de namiddag vanuit het zuiden en zuidwesten terug wolkenvelden kwamen opdagen die vooral bestonden uit Stratocumulus en Cirrostratus. Het bleef desondanks droog en als we het thermisch verloop van deze dag onder de loep nemen blijkt dat het een erg normale winterdag was voor begin januari. De temperaturen schommelden tussen 0,2 en 4,6 graden, wat bij de zwakke zuidoostelijke wind (hooguit 11 km/h) niet al te koud aanvoelde. Nog steeds houden de weermodellen het op rustig en droog winterweer met een mengelmoes van ongeveer 60% wolken en 40% opklaringen. Het gevaar voor acute of chronische mistvelden lijkt voorlopig geweken te zijn daar er door het aanhoudend getrek en geduw van regenzones net ten westen van ons een voldoende sterke luchtstroming behouden wordt. In deze stroming, die later van subtropische oorsprong wordt, zal zachtere lucht aangevoerd worden wat we dan natuurlijk zullen merken aan de kwikstanden.
Na heel wat getreuzel gisterenavond, heeft de regenzone uiteindelijk toch een doorbraak kunnen forceren in het tweede deel van de nacht. Hij was echter snel genoeg weer het Malderse grondgebied uit om de pendelaars een droge ochtendspits te gunnen en wat later buitelden ook de eerste opklaringen het Malderse luchtruim in. Het aandeel blauwe lucht en zon was zelfs beduidend groter dan gisteren terwijl de resterende bewolking vooral uit Cirrostratus, Altocumulus en Cumulus congestus bestond. Maar hoe aanlokkelijk de zon er ook uitzag, de erg nijdige zuidwestenwind die net als gisteren piekte op 41,8 km/h, drong de meeste zonneliefhebbers al snel weer terug naar meer beschutte plaatsen. Na zonsondergang kwamen we weer onder invloed van een nieuwe regenzone die de hemelsluizen gedurende een paar uur weer wagenwijd openzette, maar uiteindelijk werd het weer droger op wat fijne motregen tussendoor na. Rustig wordt het echter allerminst want de wind lijkt ondertussen aan kracht te winnen waardoor de maximumsnelheid voor dit etmaal nog kan overschreden worden deze avond. Het zelfde geldt voor de temperatuur die zich vandaag tussen 8,6 en 11,6 graden ophield maar ondertussen weer langzaam begint te stijgen. Qua neerslagtotaal zitten we voorlopig op 2,0 mm.
Tijdens de nacht en een stukje van de ochtend konden we nog genieten van brede opklaringen die werden afgewisseld met wat verdwaalde Stratus fractus ertussen. Deze wolkenflarden begonnen zich tijdens het verstrijken van de ochtend steeds meer te organiseren terwijl ze snel talrijker werden, en het was dan ook al snel duidelijk dat deze dag niet zo helder en zonnig zou verlopen als gisteren en eergisteren. Reeds kort na zonsopgang zat het Malderse luchtruim potdicht en tot overmaat van ramp opteerden de weergoden voor een zeer saai weertype met de gevreesde Stratusbewolking die af en toe wat lichte motregen voortbracht tijdens de voormiddag. Gelukkig werd er met het kwik een stuk royaler omgesprongen en konden we weer temperaturen die zich tussen 4,6 en 9,6 graden ophielden, registreren. Net als de voorbije dagen stond er weer relatief veel wind: deze kwam nu uit het zuidwesten en haalde pieksnelheden tot 35,4 km/h. Rond de middag werd de regen tijdelijk wat intenser om na pakweg een uurtje weer te verminderen. De bewolking werd hierbij wat dunner om vervolgens over te gaan in Stratocumulus, waar de zon heel af en toe nog door kon priemen. De Stratocumulusvelden bleven tot halverwege de namiddag het weersbeeld bepalen maar ze werden steeds magerder om vervolgens plaats te maken voor brede opklaringen die een met een flinterdunne laag Cirrostratus bedekte hemel ontblootten. Ook deze bewolking liet het na een poosje afweten, maar later waren de Stratocumulusvelden er weer die samen met Stratus fractus een hernieuwd offensief tegen de opklaringen inzetten. Het bleef echter droog en een paar kleine opklaringen slaagden er nog in om stand te houden tot laat in de avond. Het neerslagtotaal bleef de ganse dag stabiel op 0,0 mm.
De vochtige, afkoelende atmosfeer is afgelopen nacht een ideale voedingsbodem gebleken voor mist en laaghangende bewolking. Deze vroor natuurlijk meteen aan, maar doordat het wegdek er flink gepekeld bijlag, zorgde dit niet voor grootschalige problemen. Bij het intreden van de ochtendschemering ontstonden er opklaringen en leek het een stralende winterdag te worden. Op de veel plaatsen bleef de mist echter hangen zodat het voor de meeste mensen toch nog een kille en sombere dag werd. Vooral de grootsteden leken bevoorrecht te zijn waarbij in Brussel van zonsopgang tot zonsondergang niet het kleinste wolkjes te bespeuren viel. Enkel tijdens de vroege ochtend toen het nog donker was, dreven er nog wat wolkenflarden voorbij van de optrekkende mist. Malderen was duidelijk een heel ander verhaal: de volledig berijpte omgeving liet 's avonds vermoeden dat het dorp de hele dag door in dichte sluiers gehuld werd en de zon er niet of nauwelijks is doorgekomen. De temperaturen bleven er dan ook negatief met maximaal -1,9 graden. Op de koop toe zijn er in de loop van de dag koelere luchtmassa's binnengestroomd waardoor de temperatuur al snel begon te dalen tijdens de namiddag. Na zonsondergang, maar vermoedelijk ook overdag vertoonde de mist een zwakke neiging om uit te sneeuwen waardoor er af en toe wat vlokjes naar beneden dwarrelden. De mistlaag bleek echter vrij dun te zijn want het bleke silhouet van de maan was er 's avonds regelmatig in te zien. De afkoeling ging onverminderd verder waardoor we later op de avond reeds aan -5,8 graden zaten, wat ook de minimumtemperatuur voor dit etmaal werd. De aanvriezende mist deed 's avonds de schoepjes van de anemometer vastvriezen waardoor er geen windsnelheden meer geregistreerd werden. De maximale snelheid van 9,7 km/h uit het oosten kan dus mogelijk onderschat zijn, al zijn er vandaag beslist geen rukwinden met orkaankracht geweest. De sneeuw kon uiteraard ook niet gemeten worden (0,0 mm) maar de totale hoeveelheid zou sowieso vrijwel nihil zijn.
Langzaam maar zeker zonk het loodzware kwik afgelopen nacht verder naar beneden, tot we op een ijzige -11,8 graden uitkwamen. Het was volledig helder maar omstreeks 6H 's ochtend werd er opeens mist en laaghangende bewolking gevormd zodat het bij zonsopgang een grijze en kille bedoening werd. De nevelige atmosfeer heeft echter massale vorming van rijp op gang gebracht zodat het landschap er ondanks de grijze hemel een poskaart- achtig uitzicht op na hield. De laaghangende bewolking en nevel hield vervolgens enkele uren stand, tot ze op het einde van de namiddag weer open brak op nadering van een depressie vanuit het zuidoosten. De door de bijhorende stijgbewegingen gevormde opklaringen brachten wat zonneschijn met zich mee, waarbij het zwakke zonlicht een opvallende amberkleurige gloed kreeg. De bewolking bestond bij dit alles uit Stratus fractus, Stratus nebulosis en een dunne laag Cirrostratus. Het kwik kon bij dit alles stijgen naar -1,7 graden, maar door het weerwerk van een hogedrukgebied ten noorden van ons werd het vooral naar de avond toe erg winderig. De snelheden liepen op tot 33,8 km/h uit noord- noordoostelijke richtingen. De neerslag kon ons dit etmaal nog niet bereiken, zodat we ondanks de vreemde uitschieters van de door ijskristallen en kortsluiting geplaagde pluviometers een neerslagtotaal van 0,0 mm konden optekenen.
Na een erg regenachtige nacht zaten we vanochtend opnieuw ten zuiden van het warmtefront en konden we genieten van brede opklaringen. De temperaturen daalden niet beneden een 11-tal graden en bij dit zonnige weertype voelde het dan ook aan als een doordeweekse lentedag ergens in de eerste helft van april. Het warmde op tot 12,2 graden en de resterende bewolking bestond uit Altocumulus floccus en Stratocumulus. Later kwam er vanuit het westen Stratus fractus opzetten die geleidelijk overging in rafelige stapelwolken die een steeds grotere omvang kregen. Dit was onmiskenbaar de eerste voorbode van het warmtefront dat terug als koufront naar het zuiden werd getrokken terwijl de krachtige zuid- zuidwestenwind met haar snelheden tot 57,9km/h eveneens een teken aan de wand was voor het naderende onheil. Uit de dikke banden van aaneengesloten stapelwolken begonnen na verloop van tijd dikke regendruppels te vallen die eveneens typerend waren voor een naderend koufront. Het was nog maar amper middag toen het front met veel gedruis doorheen het land trok en de warmte letterlijk en figuurlijk uit de atmosfeer werd gewassen. In hoeverre het in Malderen tot stortbuien kwam is onduidelijk maar het uiterste westen van het land kreeg in ieder geval de volle lading. De frontpassage was kort en werd gevolgd door een aantal mooie opklaringen waarin de zon stevig kon doorbranden. De temperaturen bleven echter dalen waardoor de lentestemming er geleidelijk weer uit ging. Zeker toen er tijdens de namiddag weer laaghangende wolkenvelden binnendreven die voor een zwaarbewolkt maar overwegend droog weertype zorgden. Tijdens de avond werd de afkoeling een versnelling hoger gezet in de geleidelijk tot rust komende atmosfeer en tegen middernacht hielden we slechts 7,2 graden over wat uiteindelijk ook de minima voor vandaag werden. De regenzones van afgelopen nacht en deze middag hebben het dagtotaal op 2,2 mm weten te brengen.
Het warmtefront zorgde vandaag voor een mix van Stratocumulus, Cirrus en Stratus fractus bewolking, maar de opklaringen wonnen het pleit en we konden van een lenteachtig weertype genieten waarbij het in de zon zelfs aangenaam toeven was. Er stond immers weinig wind met niet meer dan 29,0 km/h uit het west- noordwesten en de temperaturen liepen op tot 8,9 graden. Door de opklaringen is het afgelopen nacht niettemin afgekoeld tot 4,4 graden. De hele dag door was het droog, maar de neerslag van gisterenavond is tijdens de nachtelijke uren nog een tijdje doorgegaan waardoor we alsnog een dagtotaal van 1,0 mm konden optekenen.
Nog steeds was somberheid troef vandaag en daar waar we gisteren nog drie grijstinten en rafelige Stratus fractus van de egale Stratus konden onderscheiden, waren er vandaag maar twee grijstinten (middengrijs en donkergrijs) terwijl de Stratus fractus ontbrak. Wel warmde het een beetje op, we bevonden ons namelijk in een heel flauw afkooksel van een Spanish Plume aan de voorzijde van een koufront zodat het kwik een opwippertje kreeg tot 7,9 graden. Daar waar het in de zomer enorme MCS complexen met zwaar onweer zou opleveren werd er op het einde van de namiddag een klein Stratus fractus wolkje gevormd net ten zuiden van Brussel terwijl de bovenliggende wolkenlaag de neiging kreeg om over te gaan in dichte Stratocumulus bij zonsondergang. Deze ging evenwel terug over in Stratus zodat het roestproces van onze camera's statieven en bijhorende batterijen ononderbroken kon verdergaan. Het koelde weer wat af tot 6,1 graden en het werd wat nevelig terwijl de wind erg zwak was met maximaal 27,4 km/h uit het zuidwesten. We sloten af met een neerslagtotaal van 0,0 mm.
We begonnen de dag opnieuw met opklaringen maar deze keer waren er Stratocumulus lenticularis velden binnengedreven die de hemel voor 2/8 bedekten. Ze losten op maar maakten plaats voor Cirrus en Cirrostratus bewolking met daaronder een wat bizar ogende eenzame rol van Stratocumulusbewolking. Het leek een beetje op een morning glory maar hing wellicht samen met de laag Cirrostratus die in het noordoosten te zien was. Later dreef deze bewolking binnen en kregen we verschillende rollen te zien die allen overgingen in de Stratocumulus lenticularis die we vanochtend vroeg reeds zagen. Dan verdwenen ze weer en was er alleen Cirrostratus en Stratus fractus te zien. De sluierwolken hadden zich over het luchtruim uitgespreid maar waren ondertussen dunner geworden zodat de zon terug volop voor lentesfeer kon zorgen bij temperaturen die tussen 8,1 en 12,7 graden schommelden. Naar de avond toe kregen we terug meer lenticularis bewolking te zien die zich vanuit het westen en zuidwesten over het luchtruim uitbreidde. Tot een volledige bedekking kwam het echter niet zodat we af en toe nog een glimp van de sterrenhemel konden opvangen. De zuidwestenwind bleef doorwaaien en omstreeks 21H30 vielen er wat regendruppels die echter niets meer toevoegden aan het neerslagtotaal van 1,1 mm.
Tijdens het tweede deel van de nacht is het tot felle stortbuien gekomen, maar omstreeks 5H30 ging de neerslag weer over in lichte regen en werd het tijdelijk weer droog. Dit verschafte ons een beetje tijd om in droge omstandigheden de minima van 3,3 graden af te lezen, alvorens we overspoeld werden door opnieuw veel intensere regenval. Daar hoorde natuurlijk een betrokken en somber weertype bij waarbij de hoger hangende Nimbostratusbewolking vrijwel onzichtbaar was door grote, contrastloze plakken Stratus en Stratus fractus. Dit weertype hield aan tot ergens in de late namiddag toen de lucht opeens afwisselend lichter en donkerder begon te worden. Een proces dat zelfs gepaard ging met het verschijnen van een paar opklaringen die een bovenlucht van Cirrostratus zichtbaar maakten. Amper een tiental minuutjes nadat we dit konden vaststellen volgde er opeens een wolkbreuk die gepaard ging met een plotse windruiming naar meer westelijke tot noordwestelijke richtingen waardoor meteen duidelijk was dat het koufront was gepasseerd. Daarna regende het nog een half uurtje lichtjes na, en de opklaringen achter het front waren nog net op tijd om een schitterende zonsondergang toe te laten. Terwijl de Altostratus bewolking boven ons donkerpaars kleurde, dreven talloze goudkleurige Stratus fractus plukjes voorbij terwijl in het westen de blauwe band van heldere poollucht zichtbaar werd. Lang konden we niet genieten van deze natuurpracht want de Stratus fractus plukjes verdwenen al na een paar minuten terwijl de blauwe band inclusief de zon door massale Stratus bewolking vanuit het westen werd verzwolgen. Toch was dit niet het begin van een betrokken en regenachtige of buiige avond, want na een tijdje verschenen er opnieuw opklaringen zodat er een fonkelende sterrenhemel en een heldere maan te bewonderen vielen. In het geelachtige licht zagen we dan het uiteindelijke neerslagtotaal verschijnen dat tot een vrij indrukwekkende 27,3 mm was opgelopen. Het koelde merkbaar af in de heldere lucht, en de maxima van 9,3 gradenwerden vlak voor de koufrontpassage in de late namiddag opgetekend.
We bevonden ons vandaag in heldere polaire lucht waardoor het aan de zon was om met de hoofdrol te gaan lopen. De lucht werd vanover zee aangevoerd en dit transport werd verzorgd door een zuidwestelijk briesje. In deze omstandigheden bleef het dan ook aanhoudend zacht met temperaturen die afgelopen nacht niet beneden 2,9 graden zijn gezakt en overdag weer flink gingen stijgen. De bewolking bestond uit Cumulus fractus en Cirrus terwijl er ook enkele condensatiestrepen hingen die erg dik waren en niet of nauwelijks oplosten. Maar voor de rest was het dus een en al zon wat de klok sloeg en leek het eerder lente dan winter te zijn bij temperaturen die tijdens de namiddag uitkwamen op een zachte 8,9 graden. De bewolking nam hierbij geleidelijk af waarbij het vooral de Cumulus fractus wolken waren die het moesten ontgelden terwijl de Cirrus en de conensatiestrepen min of meer een constante bleven op grote hoogte. Na zonsondergang veranderde er niet veel en bleef het licht bewolkt. Dabkzij luchtmenging en onverminderde aanvoer van zachte zeelucht koelde het slechts langzaam af en ziet het er niet naar uit dat we met nachtvorst te maken gaan krijgen. Wat we overigens ook van de neerslag kunnen zeggen want met 0,0 mm was daar ook niet veel van te merken vandaag.
We ontwaakten vanochtend in een kleine wereld toen zich onder de Stratusbewolking ook nog eens mist had gevormd. Toch was het licht vrij intens in vergelijking met gisteren wat erop wees dat er geen andere bewolking boven de Stratus en mistlaag hing. Het was ook droog en het warmde langzaam maar zeker verder op waarbij de minima van 1,3 graden al in het begin van de ochtend werden opgetekend (wat de maxima van gisteren dus waren). Tijdens de voormiddag werd er een voorzichtige poging gedaan om een gaatje in de bewolking te prikken maar dit leverde uiteindelijk niets op al trok de mist wel geleidelijk op. Tijdens de namiddag werd er een voorzichtige poging gedaan om twee gaatjes in het wolkendek te prikken, maar deze keer werd dit genadeloos afgestraft toen de Stratus bewolking opeens dikker werd en er ook weer mist kwam opzetten. Het doorvallende licht was nu ook een stuk zwakker wat op binnendrijvende hoge bewolking leek te wijzen boven het al aanwezige Stratus dek. Heel af en toe viel daar wat fijne motregen uit maar de neerslag was niet meetbaar met 0,0 mm als eindresultaat. Het sombere leed werd wel letterlijk en figuurlijk verzacht door de temperaturen die verder stegen naar 6,4 graden dankzij het binnenstromen van warmere oceaanlucht op een westelijk briesje.