18 januari 1963
Die wonderlijke 18e januari 1963, achteraf beschouwd als de slechtste dag om een tocht uit te schrijven. Volgens Jeen van den Berg had dat ook niet moeten gebeuren. Maar na 4 weken bar winterweer moest de tocht toch eindelijk komen en het Elfstedenbestuur was ook niet van plan langer te wachten dan noodzakelijk was. Daar moet dan bij in beschouwing worden genomen dat ook het KNMI een dag tevoren de factor wind niet goed in beeld had. Daags voor de tocht werd nog op “mooi weer” gerekend. Op de temperatuur kom ik zo in detail terug, die was in Friesland op zich niet extreem laag overdag. Op 10 en 11 januari was het een graad of 5 kouder geweest. Bovendien had op 18 januari het zuidoosten van het land de laagste temperaturen. In Maastricht was het maximum -10,8 en het minimum in de ochtend -18,0 met een gemiddelde van -13,8. Tegenover Leeuwarden max -3,6 en een minimum in de ochtend van -16,9; gemiddeld -9,6. Maar de overheersende factor in het weer was de wind die in Friesland in de loop van de ochtend opstak uit het noordoosten tot oosten.
Nu eerst iets over de situatie in het algemeen; met daarbij de aantekening dat windgegevens gaan over uurgemiddelden, tien-minuten-gemiddelden hebben af en toe hoger gelegen. Het leek een mooie winterdag te worden met weinig wind. In de ochtend vriest het op veel plaatsen zeer streng. Joure meldt -20,8 in de vroege ochtend, Soesterberg -20,3, De Bilt -18,2 en zelfs in Rotterdam vriest het zeer streng: -16,3 en dat is uitzonderlijk laag voor die plaats. De storing die van de Oostzee komt en over ons land trekt, doet in het noorden een zwakke zuidwestelijke stroming ontstaan. In de ochtend wordt daardoor iets minder koude lucht aangevoerd met in De Kooij maximaal -3,3 en Leeuwarden -3,6 om ongeveer 13 uur. Dan passeert de kleine storing, praktisch zonder sneeuw, waarbij om 10 uur de wind in Eelde en Leeuwarden naar oost draait. In De Kooij: na een nacht met -14 en een zwakke zuidenwind, later westelijk stijgt de temperatuur tot -5 om 10 uur; om 11 uur draait de wind van west naar oost. Eerst stijgt de temperatuur nog naar -3 om vervolgens de dalen naar -7 in de late avond. Van rond het middaguur tot middernacht staat er voortdurend een windkracht 7 uit het oosten. In Friesland trekt de wind na 10 uur steeds verder aan en de temperatuur daalt eerst snel naar -6 in de middag en vervolgens geleidelijk naar -10 tegen middernacht. Al die tijd is de wind matig tot vrij krachtig, kracht 4 à 5 en af en toe krachtig. Dit zijn gegevens van Leeuwarden; gezien de windwaarden van De Kooij zou het best kunnen dat ten noorden van Leeuwarden de wind nog sterker geweest is.
In de rest van het land is in zwakkere mate ook die omslag te zien: in Rotterdam is het windstil tot het middaguur. Dan steekt ook daar de oostenwind op omstreeks 13 uur. Dan is de temperatuur op -9 gekomen en bij de toenemende wind stijgt het kwik eerst naar -6,6 aan het begin van de avond om vervolgens te dalen tot ongeveer -10 om middernacht. Veel gelijkmatiger is het weer in Zuid Limburg waar de hele dag een zwakke, later matige wind uit het noordoosten staat, in de late avond even vrij krachtig, bij strenge vorst. Samengevat: bar winterweer.
Tussendoor even wat krantennieuws.
Zware kou in Europa: in Beieren is -32 gemeten. Grote brand in een fabriek in Diemen, begonnen in de vroege ochtend in de kantoorruimte.
Het wegverkeer heeft veel problemen, mede doordat het strooien met pekel niet goed werkt bij zeer lage temperaturen: veelal strenge vorst.
Trouw schijft over de wegen en de elfstedentocht, te vinden in deze link :
In het Nieuwsblad van het Noorden staat de uitslag al:
Nieuwsblad van het Noorden 18-1-63
Wat maakte de tocht nu zo zwaar? We lopen de omstandigheden nog even na: om 6 uur de start bij -17 tot -18 in de mist, de zwakke wind komt uit zuidwest, dus tegen voor de rijders. Het ijs was slecht en het tempo zakte door deze omstandigheden al snel terug naar 20 km/uur. Als het eenmaal licht is wordt het gemakkelijker voor de rijders bij een stijgende temperatuur tot plm -4 maar tegen 11 uur steekt een noordoostenwind op die geleidelijk aanwakkert terwijl de eerst rijders Harlingen verlaten. De sneeuw gaat stuiven en dat maakt het rijden steeds moeilijker. De kou wordt venijnig, met matige vorst en windkracht 5 (6?) tegen. Deze drie factoren, tegenwind (en kou), slecht ijs vanaf het begin en stuifsneeuw vanaf het middaguur maakte de tocht moordend. Reinier Paping was omstreeks 16:30 binnen en heeft, gezien zijn tijd al een extreem zware tocht volbracht. Ieder oponthoud bij de andere rijders maakte de omstandigheden slechter. Naar mijn mening is dit de factor die mede tot relatief grote verschillen tussen de verschillende rijders heeft geleid. Nummer 2, Jan Uitham, kwam 22 minuten later binnen. Nummer 10, F. Veldstra: 42 minuten. Hoezeer de tweede helft van de route moordend was blijkt-ook uit het volgende: in het youtube filmpje (zie link onder de tabel) wordt gezegd dat de koplopers in Bosward driekwartie achter liepe op het schema uit 1954. Bij de finish had Paping daar3,5 uur op ingeleverd, dus op de tweede helft nog 2 uur en drie kwartier. Zijn gemiddelde kwam op 18,18 km/uur.
Intussen was de grote schare toerrijders overgeleverd aan de elementen en had nauwelijks kans de tocht te volbrengen. Schaatsen ging over in ploeteren door de sneeuw en de weersomstandigheden werden met dalende temperaturen en doorstaande oostenwind extreem moeilijk. Wie niet over een zeer sterke conditie en goede schaatstechniek beschikte stapte vroegtijdig af. Velen uitgeput, een behoorlijk aantal met verwondingen en bevriezing en een aantal tegen hun zin. De organisatoren hadden besloten om rijders die geen kans meer hadden en/of gevaar liepen van het ijs te halen. Zo sprak ik in 1994 iemand die de tocht deels had gereden. Hij was nog boos dat hij in Bolsward van het ijs werd gehaald: hij meende als marathonloper over een ijzersterke conditie te beschikken maar kreeg de kans niet meer om een poging te wagen. Van de toerrijders kwamen er 69 over de streep op een totaal van 9.294, dat is 0,75%. Hoe zwaar het óók voor de wedstrijdrijders was, blijkt uit het feit dat slechts 57 van 568 rijders binnen 2 uur na Paping over de finish kwamen. Het was een monstertocht die voor mij het beeld van de tocht als onuitvoerbaar voor een gewone schaatser tot 1985 heeft bepaald. Nog zie ik de foto’s van Paping voor me: ik zag iemand die volledig uitgeput was zodat ik me afvroeg of een zinnig mens wel zoiets onderneemt. (Terzijde: ik moest mijn eerste 40 kilometertocht nog rijden)
Hier een tabel met wind, temperatuur en windchill op die dag in Leeuwarden, afkomstig van de site van het KNMI:

Zie ook: youtube
Dan de weerkaarten. Op die van 18-1-63 om 1 uur zien we de storing boven het noorden van Polen liggen. De kern van het hogedrukgebied boven Schotland. Opvallend weer die lange oostelijke stroming, nu van de Balkan tot midden op de oceaan.

Dan de weerkaart van 13 uur: de storing ligt, als een zwak front dwars over ons land, mooi overeenkomend met de winddraaiing in Rotterdam om 13 uur. Zie hoe intussen de druk gestegen is boven Scandinavië en gedaald in zuid Europa.

Alle weergegevens afkomstig van het KNMI.
Met dank aan het boek: De Elfstedentocht 1909 - 1985, c 1985 De friese Pers Boekerij, Leeuwarden.
Tenslotte , deels overlappend qua teks, hieronder nog uit mijn dagboek 1963:
-----------------
Vrijdag 18 januari 1963:
Het is al vaker gezegd : de elfstedentocht 1963 werd op de meest barre winterdag van 1963 gehouden. Hoe zag het weer er uit die dag? Om 6 uur in de ochtend stonden de wedstrijdrijders te blauwbekken bij –18 graden, waarbij Joure het absolute minimum van de winter heeft : -20,8 . Gelukkig stond er bijna geen wind. Wel was er mist, die als een poedersuikerlaagje op kleding terecht kwam. Ja, er was toch een beetje wind en die kwam uit het westen. In de loop van de ochtend ging de temperatuur naar –7. Gelukkig, dat is beter. Het ijs is slecht, veel ingevroren sneeuw, bobbelijs, en scheuren natuurlijk. Maar het weer verandert, er steekt om een uur of tien een noordoostenwind op, die al spoedig de sneeuw doet stuiven. Niet alleen neemt de wind toe, ook de temperatuur gaat weer omlaag. Tegen de avond staat in het noorden een krachtige noordoostenwind bij –9. De gevolgen zijn desastreus voor deelnemers aan de tocht. Dat blijkt al uit het verschil tussen de nummer 1, Reinier Paping en nummer 2, Jan Uitham. De snel verslechterende omstandigheden maakt ieder verschil tussen rijders groter.
Ik herinner mij het verslag op de radio, waarin om half vijf gemeld werd hoe Reinier Paping met sneeuwbril en besneeuwde benen over de finish kwam. Na 22 minuten volgde Jan Uitham en nog weer 2 minuten later Jeen van den Berg als een soort verschrikkelijke sneeuwman : geteisterd door valpartijen heeft de glorieuze winner van 1954 moeten afhaken. Afzien moet dat geweest zijn, zo erg, dat hij later verklaarde, dat deze tocht op die dag eigenlijk niet gehouden had mogen worden. Maar wie wist van te voren dat het zo erg zou worden? Het KNMI in ieder geval niet; ik vraag me ook hierbij weer af : zouden de nieuwe verwachtingstechnieken het veel beter gedaan hebben? Als nummer drie binnen is, tekent zich elders een slagveld af van ploeterende wedstrijdrijders en toerrijders. Harde wind, stuifsneeuw, onzichtbaar geworden ijs, we kennen de verhalen. Van de wedstrijdrijders haalde 10% de eindstreep en van de toerrijders slechts 0,7 %. Dat jaar kregen 126 mensen het kruisje. Bij mij zette zich toen het beeld in mijn geheugen van de elfstedentocht als een loodzware monstertocht voor de heel sterken. Dat beeld bleef heel lang intact……
Wat is er meteorologisch gezien nu eigenlijk gebeurd? Het krachtige hogedrukgebied had zijn kern naar Schotland verplaatst, terwijl boven de Middellandse Zee een depressie de druk verder deed dalen. De kleine storing boven de Oostzee deed bij ons de wind wegvallen, waardoor het op veel plaatsen zeer streng vroor in de ochtend van 18 januari. Toen de storing, in de weerkaart ingetekend met een koufront, ons land voorbij trok werd hij geleidelijk opgenomen in het grote lagedrukgebied boven zuid Europa. Extra drukstijgingen boven zuid Scandinavië deden de rest : de wind nam snel toe, en in de avond van de 18-de lag heel Nederland in een krachtige noordoostelijke stroming.
De volgende dag zouden wij dat in het zuidwesten goed merken.
In Friesland zou het bar en boos blijven: bij matige tot strenge vorst zou de wind de volgende dag nog verder toenemen en uitgerekend op deze dag was de Elfmerentocht gepland.
Koudegetal: 188,5
-----------