1 februari 1963 : De winter wordt lang.
Deze datum roept herinneringen op aan de watersnoodramp 10 jaar eerder. Weerfanaten zullen zich ook de kou-inval van 1956 herinneren, toen het op deze dag 9 tot 12 graden bleef vriezen in de middag. Zo extreem is het in 1963 niet maar het is wel bijzonder koud en niet alleen in Nederland. Bovendien duurt de kou al 6 weken, met kleine onderbrekingen, en het eind van deze winter lijkt nog niet in zicht.
Voor een strenge winter is het eigenlijk gemiddeld winterweer. Af en toe een beetje zon, hier en daar valt een klein beetje sneeuw en de wind waait zwak tot matig uit het noordoosten. In de nacht en ochtend overal matige vorst en middagtemperatuur van -3 of -4. Niet spectaculair, wel een consolidatie en versterking van de winter en de ijstoestand.
Nieuws uit het Nieuwsblad van het Noorden
De isolatie van de waddeneilanden.
De zeesleper Stortemelk heeft zich een weg kunnen banen door het ijs in de Waddenzee; in twee uur werd de route van Terschelling naar Harlingen afgelegd. Op de terugweg naar Terschelling werd olie en gastanks meegenomen. Op Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog werd weer met Beavers gevlogen voor de voorziening van de belangrijkste producten, zoals brandstof, groente en veevoer. Ondanks dat wordt de toestand wat betreft brandstof op Schiermonnikoog steeds moeilijker.
Opnieuw twee branden: in Drachten brandde een schuur af waarin 2000 slachtkuikens omkwamen. De brand werd vermoedelijk in de nacht veroorzaakt door oververhitting van twee kachels. Bij een andere brand werden bewoners boven een stoffenzaak in Bussum ternauwernood gered doordat een overbuurvrouw alarm sloeg. Het gebeurde midden in de nacht; de oorzaak wordt niet vermeld.
De Friese Koerier meldt opnieuw de slachtoffers van de kou in Europa : 1300. Veel landen gaan gebukt onder uitzonderlijke kou of sneeuwval. Zo sneeuwde het op Mallorca. Op Linsoa, een eiland op 160 km uit de noordafrikaanse kust ligt sneeuw. In Engeland viel 15 cm sneeuw en daar zijn dorpen ingesneeuwd en hebben gebrek aan brandstof; in Hongarije, Frankrijk en Italië komen hongerige wolven uit de bossen naar de dorpen. In Duitsland heerst kolenschaarste en er zijn scholen, winkels en fabrieken gesloten. Een illustratie van de kou in Frankrijk: Lyon om middernacht: -15, Bordeaux -8 en Marseille -9.
Het weerbericht van het KNMI
Veranderlijke bewolking met plaatselijk enige sneeuw. Matige en aan de kust tijdelijk krachtige noordoostelijke wind. Matige en in de nacht hier en daar strenge vorst.
(Wat zouden we er nu niet voor over hebben om één zo'n dag mee te maken)
Uit het dagboek 1963:
——————
1 februari:
Het lijkt vandaag een beetje op een herhaling van 18 januari : een van de Oostzee afkomstige storing deed de wind gisterenavond afnemen en tijdelijk naar west draaien. Daarbij viel een beetje sneeuw en het bleef natuurlijk vriezen. Door drukstijgingen boven Scandinavië is de aanvoer van koude lucht verzekerd. Een nieuwe depressie bij Spitsbergen tast het hogedrukgebiedje aldaar aan, maar “De vorst houdt aan”, aldus het KNMI. Dat ziet er dus goed uit voor onze tocht morgen.
—————
De weerkaart van 1-2-63 om 1 uur. Het wordt eentonig met dat enorme hogedrukgebied bij IJsland met een uitlopen over Scandinavië die nog wat versterking ondergaat. In West en midden Europa zijn een paar storingen te zien. Deze brengen ons af en toe bewolking en een beetje sneeuw. De noordoostenwind blijft waaien en zeer koude lucht aanvoeren.
Op de weerkaart van 13 uur zien we dat de druk boven midden Scandinavië is gestegen. Bij Polen ligt een storing die onze kant op komt.