Winterbulletin no 24 Door Cees van Zwieten
(4–3-2018)
Beter laat dan nooit
Het is vrijwel zeker dat dit het laatste winterbulletin is van dit seizoen, nu deze winter zijn kunstwerk heeft afgeleverd en voltooid. Vandaag is vooral in het noorden van het land nog enige tijd geschaatst. De dooi viel in de loop van de dag het hele land binnen waarbij Terschelling en Vlieland de prijs kregen voor de hardnekkigste winter: rond het middaguur kwam de temperatuur daar boven 0. Op dat moment was het kwik in Rotterdam gestegen tot ruim 6 graden en in Maastricht tot bijna 12 graden. Om 14 uur zat ik in de zon bij ongeveer 10 C; wat een snelle overgang van winter naar lente! Want vrijdagochtend stond ik nog bij -6 in de krachtige oostenwind bij het ijs.
Het is niet zo uitzonderlijk dat maart nog wat winterweer vertoont. Vijf jaar geleden nog was maart bijzonder koud en in 2008 viel er op de paasdagen (23 en 24 maart) hier en daar een pak sneeuw. In 2005 pakte de winter ook nog heel laat triomfantelijk uit; de vorst viel vanuit het noordoosten op 27 februari het land binnen, toen met een krachtige stroming zeer koude lucht over Scandinavië en Finland naar west Europa kwam. De wind viel daarna snel weg, wat tot gevolg had dat het in de ochtend van 28 februari matig en plaatselijk streng vroor. Twente -12,2 was de topper. Ook ontstond een complex lagedrukgebied in onze omgeving dat de oorzaak was van zeer zware sneeuwval in het noorden van het land, tot plaatselijk meer dan 30 cm. In het zuiden viel op 2 maart ook een pak sneeuw, maar daar waren de gemeten hoeveelheden niet zo uitzonderlijk. Toen op 3 maart drogere lucht uit het noordoosten binnen kwam klaarde het op en de temperatuur ging extreem omlaag. Vrijwel overal werden recordwaarden gemeten met in Marknesse de spectaculaire waarde van -20,7. Marknesse ligt in het gebied waar de overvloedige sneeuw viel en die dikke laag verse sneeuw maakte de uitzonderlijk snelle uitstraling mogelijk; om 15 uur gaf de thermometer -1,5 aan, vervolgens om 18 uur -5,8 en om middernacht al -18,6.
Iets verder terug vinden we in maart 1987 vooral in het noorden van het land een vorstperiode die begon met zware ijzel en sneeuw op 1 en 2 maart. Er volgde een extreem koude week met in Eelde drie maal strenge vorst en een serie van 6 ijsdagen. In Eelde werd in maart een koudegetal van 54,1 opgebouwd. De vorst bleef tot 15 maart, toen met westenwind de koude lucht uit het hele land verdreven werd. Die winter had dat jaar al eerder voor extreme kou gezorgd in het midden van januari; op herhaling was er een korte vorstperiode rond 1 februari en in de derde fase kwam een uitzonderlijk koude eerste helft van maart, uniek voor de recente historie.
Wat heeft deze winter ons nu opgeleverd? Naast veel sneeuw op 10 en 11 december natuurlijk die vorstperiode van 9 dagen, van 23 -2 t/m 3-3, die heftig was door de zware transportkou, die gepaard ging met veel ijsvorming in de Waddenzee en sneeuwval met stuifsneeuw op de Waddeneilanden. Het koudegetal van deze vorstperiode staat op 26,7. De hele winter heeft een koudegetal van 31,5. Daarmee staat dit jaar op de 35-ste plaats van onderen af; dat wil zeggen dat er 34 winters zachter waren sinds 1901. Kijken we naar de laatste 30 jaar, dan zien we 2018 in het midden staan: 15 winters waren kouder en 14 zachter. Een andere manier is om naar de gemiddelde temperatuur over de drie wintermaanden te kijken, wat ons voor 2018 het predikaat (iets) te zacht oplevert. De drie wintermaanden gaven een gemiddelde temperatuur van 3,8 tegen de normale waarde van 3,4. Daarmee is dan de kou van 1 t/m 3 maart gemist in de statistiek; en die dagen gaven een gemiddelde van -3,4. Het was weer eens een winter van “beter laat dan nooit”, want van alle koudepunten werd slechts 0,5 voor 1 februari bijeen gesprokkeld. Op 6 en 7 februari kwam er 4,8 bij en de rest kennen we.