Afgelopen nacht kregen we van hetzelfde witte laken weer een winterse broek uitgedeeld, al was het niet meteen overtuigend te noemen daar het gevormde sneeuwdekje maar een dikke centimeter mat. De temperatuur steeg dan ook nog eens tot een eind boven het vriespunt (van -0,5 tot +6,1 graden) waardoor er al snel niks meer te merken was van het sneeuwdek, al doken er nog enkele buien op van stofhagel die vooral in de late namiddag aktiever leken te worden. De zon kregen we echter ook te zien, al was deze maar zwak vertegenwoordigd vandaag. Dat het weer op korte afstanden erg kan verschillen is vandaag duidelijk gebleken: zo is er in de omgeving van het Malderse weerstation enkel wat stofhagel, regen en een klodder natte sneeuw gevallen, terwijl er 300 meter naar het oosten een centimeter sneeuw ligt en het landschap ronduit winters oogt. De overgang van besneeuwd naar onbesneeuwd landschap bedroeg slechts zo'n 20 meter. Mogelijk kan er ook hier weer een dekje gevormd worden want de temperatuur daalt en de buienaktiviteit is er nog niet uit. Bij dit alles kregen we een noordelijk briesje tot 18 km/h en is er 0,8 mm neerslag gevallen. Ook de komende dagen blijft de winter heersen, doch de vorst zal minder streng zijn en de maxima iets hoger.
Van de hoge wolkensluiers die gisteren de zuidelijke helft van de hemel bleven domineren was vandaag niets meer te bespeuren. Het gewolk kwam deze keer echter uit de andere richting, namelijk onder vorm van forse stapelwolken die vanuit het noorden kwamen opzetten. Geholpen door wat thermische pulsen van de aan kracht winnende maartzon groeiden deze wolken verder door om kort voor de middag de eerste buien op Malderse bodem te droppen; ze bestonden uit smeltende sneeuw gevolgd door korrelhagel, waarbij de bolletjes op sommige momenten een halve centimeter dik werden, maar door hun lichte structuur waren ze nauwelijks hoorbaar bij het neerkomen. Een tweede bui zorgde opnieuw voor dergelijke hagelbolletjes kort na de middag, maar deze keer minder intens en van kortere duur. Later in de namiddag schrompelden de stapelwolken (en de sneeuwresten) geleidelijk ineen en kreeg de zon weer ruime kansen om ons een lenteachtige sfeer te bezorgen, geholpen door een tot 7,1 graden verder stijgende temperatuur maar tegengewerkt door een ongure, tot 31 km/h aanspannende westen tot noordwestenwind. Van de minima kunnen we nog niet zeggen dat ze lenteachtig overkwamen bij -2,3 graden in de vroege ochtend. De winterse neerslag leverde vandaag uiteindelijk 0,8 mm op en kan morgen nog aangevuld worden met nieuwe voorjaarsbuien die in de noordwestelijke stroming aangevoerd worden. Een eindje ten westen van ons boven de oceaan begint echter een aktieve depressie te wringen en deze zal in het tweede deel van de komende werkweek voor een veel zachter weertype zorgen, met perioden van meer continue regenval en minder ruimte voor opklaringen.
Voorbije nacht kregen we het reeds zwaar te verduren te Malderen toen zware regenbuien, behorend bij een koufront het land ovespoelden. Tijdens de ochtend regende het nog lichtjes na maar uiteindelijk kregen we vanuit het westen weer opklaringen te zien. Slechts een korte adempauze want in de stukjes blauwe lucht waren reeds de aambeeldvormige toppen van een erg aktief buienlijntje te zien. Deze buien naderden snel in de strakke stroming (tot 48,3 km/h uit het west- zuidwesten)en tegen de middag werden de hemelsluizen aldus weer wagenwijd opengezet. Ze werkten duidelijk op electrische bediening want op verschillende plaatsen in het land detekteerden de radars onweersaktiviteit en er kwamen tevens verschillende meldingen van hagel binnen op weersfora. Toen de buienlijn voorbij was getrokken, vonden ze hierboven dat het welletjes geweest is en zorgde een mobiel wigje voor drukstijgingen en erg fraai lenteweer. Brede opklaringen kenmerkten een groot deel van de namiddag terwijl de bewolking beperkt bleef tot stapelwolkjes die de hemel een mooi uiterlijk verleenden. In de late namiddag kwam er vanuit het westen weer Cirrus en Cirrostratus opzetten, en deze waren de vroege voorboden van een nieuwe regenzone die ons de komende 24 uur zal zoet (of nat) houden. Tijdens de avond was er nog niet zoveel van te merken buiten een sterk aanwakkeren van de wind kort voor middernacht. Het neerslagtotaal van het onweer en de buien voor de middag bereikte 7,2 mm terwijl de temperaturen zich ophielden tussen 6,9 en 12,7 graden.
Na een erg koude en heldere vriesnacht waarbij het kwik daalde tot een ijzige -2,1 graden (met spekgladde wegen tot gevolg), konden we vandaag vooral tijdens de voormiddag nog genieten van de charmes van de maartse buien. In de hogere luchtlagen werd echter geleidelijk warmte aangevoerd door toedoen van een naderende regenzone en de buien verdwenen hierdoor vrij snel. Er volgde een halfbewolkte namiddag waarbij veel Cumulus en Cumulus fractus te zien was terwijl de tussenkomst van de zon ervoor zorgde dat het kwik geleidelijk opliep naar 9,7 graden. Tegen de avond losten de Cumuluswolken op maar leek er vanuit het noorden wat meer Stratocumulusbewolking op te zetten terwijl er ook wat hoge bewolking verscheen. Een voorbode van een heel wat somberder weertype dat de komende 24 uur boven ons hoofd hangt. Voor het zover was, konden we nog genieten van een mooie sterrenhemel tijdens de avond terwijl de eerste invloeden van het naderende warmtefront de temperatuursdaling wat afremde. Niettemin kwam het kwik nog vrij dicht bij het vriespunt tijdens de late uurtjes. De laatste buien die we vandaag te zien kregen, bleken goed voor 0,4 mm vers hemelwater terwijl ze werden vergezeld van een tamelijk gure noordenwind met snelheden tot 22,5 km/h.
Uiteindelijk zijn we dan toch nog aan de achterzijde van het slome koufront terecht gekomen. De Maartse buien leken echter in rook te zijn opgegaan, want er was niets dan een strakblauwe, wolkeloze lucht te zien. Niets leek de pret van de zonnekloppers onder ons te kunnen bederven, ware het niet dat een flinke depressie ten oosten van Italië daar duidelijk anders over dacht. Deze bracht namelijk een oostelijke stroming op gang waardoor het front in de loop van de dag weer naar Malderen werd geduwd. Gelukkig ging dit proces erg langzaam waardoor we de sluierbewolking slechts langzaam weer zagen toenemen vanuit het oost- noordoosten. De zon had er weinig problemen mee, met uitzondering van een Altocumulus- band die wat dikker uitviel en in haar lengte voorbijschoof. Na de middag ging de bewolking geleidelijk over in Altostratus, maar de verwaterende zon kon alsnog wat thermiek op gang brengen. Dit zorgde al snel voor mooiweerswolkjes (Cumulus) die door hun opvallend hoge basissen een typisch zomers uitzicht hadden. De noordenwind deed met haar snelheden tot 25,7 km/h echter meer aan winter denken terwijl de zon verder afzwakte. Hogere temperaturen dan -0,9 tot 10,7 graden hoefden we dan ook niet te verwachten. Tijdens de avond nam de Altostratus geleidelijk af, en waren we getuige van een prachtige zonsondergang toen het wolkendek langs onder werd beschenen via de opklaringen die zich net boven de westelijke horizon voordeden. De lucht werd onstabieler waardoor de mooiweerswolkjes rond zonsondergang overgingen in flinke stapelwolken die later in het bleke maanlicht voorbijdreven. Opvallend hierbij was de enorme snelheid waarmee ze in de noordelijke stroming werden voortgejaagd, vermoedelijk een gevolg van een aftakking van de Straalstroom die op de hoogtekaarten duidelijk herkenbaar was. Hoe imponerend het er ook mocht uitzien, de wolken hadden weinig potentie waardoor het zo goed als droog bleef. Wel kwam er veel Stratus fractus opzetten waardoor de sterrenkijkers onder ons eveneens van een kale reis terugkwamen. Het neerslagtotaal van het ganse etmaal bedroeg 0,0 mm.
Langzaam maar zeker sluipten de wolkenbanden van de zuidwaarts afzakkende depressie dichterbij, zodat er meer Stratocumulusbewolking zichtbaar werd. Niettemin was het slechts halfbewolkt bij zonsopgng en kon het onder de open hemel probleemloos verder afkoelen naar -3,3 graden. De bewolking nam geleidelijk verder toe, maar in het westen ontstond een wolkeloos gebied dat zich omstreeks 10H verder oostwaarts leek uit te breiden. De rest van de hemel was ondertussen volledig betrokken, en aangezien de zon nog niet in het westen stond, hadden we niet veel aan deze opklaringen. De stratocumulusvelden waren gedeeltelijk overgegaan in Stratus en er was ook Stratocumulus castellanus te zien, welke aangaf dat we met onstabiele zeelucht te maken kregen. Op sommige plaatsen kwam het inderdaad tot buien die vooral uit sneeuw of korrelhagel bestonden, maar op zich weinig voorstelden en op de radar nauwelijks zichtbaar waren. De opklaringen trokken verder landinwaarts zodat we kort voor de middag terug wat zonneschijn kregen. Nieuwe wolkenvelden deden echter al snel hun intrede vanuit het noordwesten, en brachten terug enkele verdwaalde sneeuwvlokjes met zich mee. Ze werden gevolgd door nog een paar schaarse opklaringen tijdens de namiddag, maar voor de rest was het al Stratus, Cumulus en Stratocumulus wat de klok sloeg. De temperaturen bleven bovendien flink achter met maximaal 6,7 graden, en met die westenwind tot 30,6 km/h erbij voelde het nog eens extra koud aan. Op het einde van de namiddag en tijdens de avond ging het lichtjes regenen uit het ondertussen weer in Altostratus overgegane wolkendek. De laatste zonnestralen die er nog door raakten kregen een opvallend amberkleurige gloed, iets dat we deze winter al bijzonder veel gezien hebben. De neerslag werd geleidelijk intenser terwijl hij later op de avond overging in smeltende sneeuw. Het grootste deel van de neerslag bleef echter vloeibaar terwijl er enkel in de noordoostelijke helft van Nederland een sneeuwdek(je) werd gevormd. De half- winterse neerslag hield voor de rest van het etmaal aan en wist het dagtotaal op 3,0 mm te brengen.
De gisteren reeds besproken storing zorgde vanochtend inderdaad voor zachtere minima waardoor we het bij ochtendtemperaturen rond 2 graden vorstvrij hielden. Voordat die bewolking binnendreef, is het echter nog afgekoeld tot -1,9 graden waardoor we niet van een vorstvrije dag kunnen spreken. Als keerzijde voor de 'zachtere' ochtend moesten we met een somber en kil weertype rekening houden waarbij de erg lage maxima van 7,0 graden en een ijzige noord- noordoostenwind tot 20,9 km/h eerder aan winter deden denken. Enkel kort na de middag dreven er wat opklaringen binnen uit de tijdelijk in Stratocumulus overgaande bewolking maar daarna sloot het wolkendek zich weer als een koude betonnen graftombe boven onze hoofden. Het weersverloop voor de rest van de dag was hiermee bezegeld al bleef het ondanks dit alles droog zodat we met een dagtotaal van 0,0 mm konden afsluiten.
Het is ondanks de bewolking flink afgekoeld afgelopen nacht en zo ontwaakten we bij temperaturen die rond 1,5 graden schommelden. Het was druilerig, kil en somber, maar plots werden we opgeschrikt door lichtflitsen die uit alle richtingen leken te komen. Dit bleek al snel daglicht te zijn dat op enorme sneeuwvlokken weerkaatste na een zeer plotse weersomslag die zich zonet heeft voorgedaan. De depressie die over ons trok zoog polaire lucht met zich mee, maar doordat het zeewater te warm was voor sneeuw kreeg enkel een smalle strook die in het verlengde van het nauw van Calais lag, ermee te maken in de vorm van 'aflandige zeelucht'. Malderen lag net op de rand van die zone en op sommige momenten leek het wel een echte sneeuwstorm. De temperatuur daalde naar 1,2 graden, en daarna warmde het weer op terwijl het droger werd en de sneeuw overging in een soort van fijne korrelhagel. Dan volgde er slechts motregen of lichte regen terwijl de hemel in het noordwesten wat lichter kleurde. Dit was het begin van een erg sombere nawinterdag waarin een egaal Altostratus wolkendek en lage temperaturen voor een gure, kille en saaie sfeer zorgde. We kwamen in de kern van de depressie terecht en daardoor zwakte de wind af van 38,6 km/h uit het west-zuidwesten naar windstil in de loop van de namiddag. De temperatuur steeg naar 8,7 graden en in het oosten van Nederland dreven opklaringen binnen die echter niet tot in Malderen konden doordringen. Ook na zonsondergang viel er regelmatig regen, en dit vulde het dagtotaal aan tot 4,6 mm wat een peulenschil bleek te zijn tegenover de dagtotalen die in de stationaire wolkenband van de depressie opliepen tot meer dan 50 mm. Dit was vooral over het zuidwesten van het land het geval en ging daar gepaard met ruim 5 cm sneeuw die er echter ook in regen is overgegaan.
Ondanks de snelle afkoeling waren de temperaturen nog ruim positief omstreeks 5H met 4,5 graden. Maar plots ging de afkoeling nóg sneller en zijn we uiteindelijk toch nog weggezakt naar minima van 2,6 graden bij zonsopgang. Met dit (beperkte) wintergevoel werd overdag gelukkig al snel komaf gemaakt want het transport van subtropische lucht was nu pas echt goed op gang gekomen met snelheden tot 32,2 uit het zuid- zuidwesten. Door lijwerking van de Alpen die in onze aanvoerrichting lagen, kreeg het kwik nog een extra warmtepuls maar als tegenprestatie kregen we geleidelijk met bewolking te maken. Het ging eerst om dunne sluierwolkjes die vanuit het zuiden kwamen binnendrijven en de zon nog niet afzwakten. Later dreef er dikkere Altostratus en Altocumulusbewolking binnen al ging het nog niet om een gesloten wolkendek. Daarna nam de bewolking zelfs flink af zodat de zon nog een laatste stuiptrekking kon laten zien. De maxima van 18,9 graden werden hiermee niet meer bijgesteld aangezien de zon toen nog maar net boven de horizon stond. Later dreef er meer bewolking binnen waardoor de warmte redelijk goed werd vastgehouden en het slechts langzaam afkoelde. Volgens de radar zit er wat lichte neerslag in de bewolking verderop maar deze bereikt de grond niet (spookregen) en dit gebied zou ons bovendien pas morgen bereiken. Dat we een neerslagtotaal van 0,0 mm kunnen bijschrijven was dan ook te verwachten.
(Nepal) het was vanochtend terug helder, koud en nevelig terwijl de lucht een melkachtige kleur had door de dikke brij van wierook, uitlaatgassen, stof en zand. Toen we de valei van Kathmandu uitreden nam de smog snel af in betekenis en konden we terug een blauwachtige kleur herkennen in de hemel boven ons. Toch hadden we niet het gevoel in gezonde lucht terecht te komen want het verkeer op de wegen buiten de hoofdstad braakte voortdurend enorme stofwolken uit waardoor de vegetatie langs de weg nauwelijks herkenbaar was door de dikke stoflaag die erop lag. Enkele kilometers hoger zag het er properder uit met mooie Cumuluswolken die gevormd werden en later plaats maakten voor een heldere lucht op het einde van de namiddag. Op de tussenstop halverwege tussen Kathmandu en Pokhara was het aangenaam en mild zomerweer waarbij de avondlijke afkoeling veel minder uitgesproken was.
(Nepal) Het was vanochtend helder en het heeft enkele graden gevroren waardoor de sneeuw was aangekoekt tot een glibberige, harde massa. De aan de zon blootgestelde sneeuw ging echter al snel smelten waardoor de tocht naar Chame op veel plaatsen een natte bedoening werd. Bewolking was er nauwelijks te zien, er ontstonden slechts wat Cumulus fractus wolkjes en de rest was stuifsneeuw dat in wolken van de bergtoppen en flanken werd geblazen. Aanvankelijk bevonden we ons in een tunnel in anderhalve tot twee meter dikke sneeuw maar bij de afdaling werd de laag geleidelijk dunner tot er slechts een tiental centimeter overbleef. De zon zorgde echter voor nieuwe lawines en losrakende rotsblokken waardoor het ook voorbij de sneeuwgrens nog een levensgevaarlijke onderneming was om de terugtocht verder te zetten. In Chame zelf lag geen sneeuw meer en was het zelfs eventjes zomer onder de krachtige zon, maar deze verdween al snel achter de bergen waardoor het kwik in razend tempo naar het vriespunt zakte.
(Indonesie) Tijdens de nacht zijn er enkele malse regenbuitjes gepasseerd en de dag ging van start onder laaghangende Stratus fractus en Stratocumulus bewolking. Net als eergisteren en de voorbije dagen loste deze bewolking grotendeels op tijdens de voormiddag om plaats te maken voor massieve Cumulus congestus bewolking. In de hogere luchtlagen was hier en daar nog wat Cirrus densus te zien. Kort daarna kwam het tot een felle regenbui (geen onweer) waarbij het op de ene plaats in Palangkaraya min of meer droog bleef terwijl de straten enkele honderden meters verder in rivieren veranderden. De zeer scherp begrensde regenbui zakte in elkaar al leek het regengordijn in het westen juist dikker te worden. Hoe dan ook bleven er nog flinke stapelwolken over die op hun beurt uitgroeiden tot buien. Daarbij kwam het nu wel tot onweer al was het geen oorverdovend klankspektakel zoals gisteren meer. De aandacht ging nu volledig naar de regen die tijdelijk met bakken naar beneden kwam. Daarna keerde de rust weer al bleef het wel betrokken door Cumulus congestus, Cirrus densus en restanten van arcussen en updrafts die overal verstrooid achterbleven. De late namiddag en avond verliepen in droge omstandigheden waarbij de aangename koelte opviel.
Aan de achterzijde van het koufront konden we vandaag kennis maken met een vriendelijk weertype waarbij diepblauwe luchten en stapelwolken elkaar afwisselden. Vanuit het westen kwam echter al snel Cirrus en Cirrostratus opzetten en er doken ook Stratocumulusbanden op waardoor de zon het moeilijk kreeg. Maar tussen deze banden door kon ze toch nog voluit gaan en zat het lentegevoel er goed in. Het is door de opklaringen afgekoeld naar ... graden wat natuurlijk nog steeds erg zacht is voor de tijd van het jaar. Het vrolijke maartzonnetje liet het opwarmen tot ... graden tijdens de vroege namiddag. De wind kromp naar zuidwestelijke richtingen en begon aan te wakkeren terwijl er tijdens de namiddag snel dikkere Altostratus kwam opzetten met Stratus fractus eronder. Er volgde een periode van matige regenval en na een paar uur ging de bewolking weer over in Altostratus translucidus waarbij de neerslag lichter werd en op een licht buitje na definitief ophield tijdens de avond. De wind die ondertussen tot bijna stormachtig was aangewakkerd met ijzige rukwinden is tijdens de avond weer snel afgezwakt waardoor we de dag alsnog in rustige omstandigheden konden afsluiten waarbij de resterende bewolking uit Cumulus fractus en nog wat Cirrostratus en Altostratus bestond. We zijn uitgekomen op een neerslagtotaal van ... graden.