op gebouwd. Onze oorsprong ligt niet voor niets een heel stuk zuid(oost)elijker. Intelligentie en daarmee ons groeiende aanpassingsvermogen maakte ons uiteindelijk in staat om tot diep in de poolgebieden te overleven. Maar in werkelijkheid zit het niet in de natuur om langdurige winterkou als prettig te ervaren. Uiteindelijk eist het z'n tol. Stammen levend op hoge breedtes vieren niet voor niets elk jaar massaal de terugkeer van de lente en de zomer. De winter is simpelweg afzien.
Hoewel onze winters mak zijn, ervaart een meerderheid dat hier nog steeds zo. Dat wij de luxe hebben om winterweer vanuit een warm gestookt huis vanaf de zijlijn te kunnne bekijken maakt dat er hier zowaar winterliefhebbers rondlopen. Maar in werkelijkheid functioneert het lichaam het best tussen pak 'm beet 15 en 25 graden. Al reageert ieder individu daar anders op natuurlijk (genen/afkomst is belangrijk).
Misschien is alle weer wel nutteloos.
Of heeft alles juist een functie? Voor het geval van vrieskou kan je in ieder geval zeggen dat veel mensen er iets aan hebben; schaatsplezier bijvoorbeeld. Kou waar je niets (meer) aan hebt noem ik ook nutteloos.
Wat daar op af te dingen is weet ik niet, of het zou moeten zijn dat dat nut niet voor iedereen geldt.
Wat jouw betoog betreft: natuurlijk zijn wij naakt niet bestand tegen kou. Sinds de mens zich kan kleden os er fundamenteel iets verandert. Binnen het gematigde klimaat is de mens vrijwel altijd in staat om buiten aktiviteiten te ontplooien. Tegen de extremen kunnen wij ons beschermen. Goed gekleed kan vrieskou zelfs aangenaam zijn.
De welvaart is m. i. daardoor ook ontwikkeld in de gematigde streken. Zeer koude en zeer warme gebieden zijn voor de mens minder geschikt. En bovendien: tegen kou, mits niet te extreem, kun je je kleden.
Groet,
Cees
Quote selectie
( 275)