Vanmorgen viel het me op hoe groot de verschillen tussen EC en GFS waren na +96h. Waar EC nog steeds met een serieuze warmte-opstoot komt na dinsdag, begint GFS steeds meer te twijfelen (wat te zien is aan het toegenomen aantal 'koele' leden in dit model). Ik vond het merkwaardig, maar nu ben ik erachter gekomen hoe die enorme verschillen tot stand komen.
De modellen hebben een lijlaag, dat zich begin volgende week voor de Noorse kust ontwikkelt, nog niet helemaal in de smiezen. Sommige weermodellen berekenen dit laagje meer uitgesproken dan andere. En dat heeft nogal consequenties.
Voor het aanhouden van het warme weer in onze contreien moet het lijlaag zo sterk mogelijk zijn. Dit zorgt ervoor dat de noordelijke stroming de pas wordt afgesneden, waardoor hogedruk zich als het ware oostelijk om het laag heen kan krullen en vervolgens een Scandihoog kan vormen. Stroming gaat dan naar de oosthoek en het zomerse weer keert terug. Wanneer het lijlaag echter minder uitdiept, heeft de noordelijke stroming vrij spel en kunnen de koelere bovenluchten (T850) recht op de Benelux af worden gevuurd.
Als we de grootschalige modellen onder de loep nemen, zien we dat EC, GEM en UKMO voor de warmte optie kiezen. In deze modellen ontwikkelt het lijlaag zich het sterkst en wordt de noordelijke stroming op tijd de pas af gesneden, waarna zich een Scandihoog vormt. Bij GFS en ICON is er amper sprake van een lijlaag van betekenis en kan de polaire lucht onze omgeving bereiken.
Kijk en vergelijk...
De 'warme' modellen:



De 'koude' modellen:

