Wat begon als een uiterst sombere en kille 'herfst'dag, nam gelukkig rond de middag een flinke wending. Zo was de hemel het grootste deel van de voormiddag bedekt met laaghangende bewolking bij temperaturen die gedaald waren naar 11,0 graden, waarna een kortdurende bui in het Brusselse (in Malderen is er nauwelijks iets gevallen, getuige hiervan de pluviometerstand van 0,0mm) een reeks opklaringen voorafging welke het weer een enigzins zomers tintje gaf. De zon kwam er regelmatig aan te pas en het kwik liep uiteindelijk op tot 19,0 graden. Op dit ogenblik neigen we zelfs naar een heldere hemel, maar toch mogen we niet te optimistisch worden (of moeten we het proberen te blijven) want de vooruitzichten zijn niet meteen rooskleurig. Zo zal het hogedrukgebied onder wiens beschermende vleugels we nu rusten, zich terugtrekken naar het westen en zo de weg vrijmaken voor rechtstreeks polaire tot arctische lucht die in het tweede deel van de week onze streken zal inpalmen. Diverse weermodellen laten ook de rest van de maand juni in abnormaal lage temperaturen verlopen, zo zou er na het weekend invloed komen van aktieve regenzones waarna het hogedrukgebied terug haar vertrouwde stek ten westen van ons zal innemen en er opnieuw een inval komt van arctische lucht. Beide invallen kunnen zelfs gepaard gaan met grondvorst, maar om met een positieve noot te besluiten, lijkt er bij de meeste modellen consistentie te bestaan over een zomerprikje tijdens de komende maandwisseling...
Tijdens de nachtelijke uurtjes is de wind bijna volledig gaan liggen zodat we het ochtendlandschap terugvonden onder een dunne nevelige waas waarin het felle licht van de opkomende zon voor adembenemende lichteffekten zorgde. Vanuit het noorden dreven er wat Stratocumulusveldjes voorbij, maar deze maakten slechts een kleine fraktie van het hemelgewelf uit, en ze verdwenen in de loop van de voormiddag. De zon won snel aan kracht, en bracht wat lichte thermiek op gang zodat zich kort voor de middag kleine stapelwolkjes vormden die voor een fraaie zomerse lucht zorgden. De temperaturen waren vrij aangenaam met maxima tot 20,7 graden, en dit in schril contrast met de ochtendminima die weer naar 4,4 graden gezakt waren. De wind hield zich terug op in noordelijkerichtingen en deed het kalmpjesaan met hooguit 12,9 km/h. De stapelwolkjes zonken traditiegetrouw in elkaar toen de zon tegen de avond aan kracht verloor en maakten tenslotte plaats voor een bijna heldere hemel waarin echter af en toe wat Cirrus of een condensatiespoor van vliegtuigen viel te ontwaren. De avondlijke afkoeling is deze keer minder nadrukkelijk dan gisteren, maar terrasjesweer wordt het in de (late) avond nog niet.
Opnieuw kregen we tijdens de ochtendlijke uurtjes af te rekenen met flink wat bewolking. Deze zorgde ervoor dat de minima terug erg hoog uitvielen (15,4 graden), maar dat de temperatuursstijging overdag erg moeizaam op gang kwam. Het bewolkte weertype hield het grootste deel van de voormiddag stand maar tegen de middag slaagde de zon er alsnog in om voorzichtig wat gaatjes in het vormeloze wolkendek te prikken. Dit werkje zette hij na de middag op het gemakske verder waardoor we vooral na 14H van een aangenaam zomers weertype konden genieten waarin slechts wat Cumulus mediocris overbleef. Vanuit het oosten kwam tegelijkertijd warmere lucht onze richting uit waardoor de temperaturen ondanks de zwaarbewolkte start op een erg warme 25,9 graden uitkwamen. De lucht was echter erg heiig waardoor we niet echt van een sfeervolle azuurblauwe hemel konden spreken. Bovendien gingen de stapelwolken in de late namiddag nog eens flink opbollen waardoor de zon de eerste was die het moest ontgelden, gevolgd door het kwik dat weer een stapje achteruit zette. Het bleef droog te Malderen, maar vermoedelijk zijn er niet zo ver uit de buurt een aantal buien naar beneden gedenderd vermits de wind een vlagerig karakter kreeg, wat lijkt te wijzen op typische valwinden die zich bij nabije buien hebben voorgedaan en het resterende eindje naar Malderen zonder veel moeite konden afleggen. De rukwindjes haalden een pieksnelheid van 20,9 km/h uit het noorden. De rust keerde en paar uur later weer (al is die nooit echt onderbroken geweest) en de stapelwolken stortten als kaartenhuisjes in elkaar zodat het grootste deel van de avond opnieuw quazi helder verliep. Wel koelde het wat sneller af dan gisteren terwijl de wind niet helemaal is gaan liggen.
Het saaie en troosteloze herfstweer van gisteren was duidelijk geen ééndagsvlieg want ook vanochtend hield een extra dik Stratus- wolkendek ons vast in haar beklemmende greep. Bij het wolkendek hoorde opnieuw de nodige neerslag die het ene moment uit regen bestond en het andere moment uit motregen. De grootste intensiteit werd pas tegen de late namiddag en vroege avond bereikt toen de neerslag een buiig karakter kreeg en de egale Stratusbewolking overging in Stratus fractus met daarboven Altostratus en Nimbostratus. De neerslag bleef voor de rest van de avond aanhouden waarbij er af en toe nog wat tussenperiodes waren met iets lichtere regen of motregen. De temperaturen vertoonden weer het typische patroon van hoge minima en lage maxima: vandaag was dat respektievelijk ... en ... graden, terwijl de wind eerder zwak was met snelheden tot ... km/h uit het ... . Tegen middernacht bereikte het neerslagtotaal ... mm.
Het leek vanochtend in Kansas wel herfst bij veel Stratusbewolking en temperaturen die waren weggezakt naar een tiental graden. Tijdens de chase richting Nebraska was het bij de eerste pitstop echter gevoelig warmer met een 35 tal graden en dauwpunten die vlot boven de 20 graden stegen. De zon kwam er vlot door nadat de bewolking overging in Stratocumulus en scherp werd begrensd door opklaringen. Dit werd prompt gevolgd door de ontwikkeling van stapelwolken die flink uitgroeiden. De cap was echter bijzonder sterk waardoor de stapelwolken niet meer verder doorgroeiden en al snel weer gingen inzakken. Het lange wachten in het dorpje Sydney was dus vruchteloos en de bewolking ging al snel weer over in kleine Stratocumulus castellanusveldjes met wat Cirrus erboven. 's Avonds sloeg het weer echter compleet om en kregen we een onverwacht onweer dat met flinke regen, veel bliksem en lichte hagel alsnog toesloeg in Nebraska. Het onweer trok vervolgens vrij snel weg en de rust daalde definitief neer over de vochtige omgeving.
Wie er vroeg genoeg bij was, kon vanochtend nog met volle teugen genieten van de weldadige zomerwarmte bij 22,9 graden alvorens het meedogenloze koufront onze tropische stemming weer van tafel veegde. De frontpassage vond reeds voor de middag plaats, waardoor de zon nog niet krachtig genoeg was en er dus nog niet genoeg energie was om voor felle onweersbuien te zorgen. De neerslag die in Malderen volgde, bestond dan ook uit gewone regen die op sommige momenten echter vrij pittig was. Met de afkoeling bleek het uiteindelijk nog mee te vallen want toen het een uurtje later weer droog werd, voelde het nog steeds erg klam en drukkend aan. De wind was ondertussen naar het oosten gedraaid, en gaf hiermee aan dat we nog niet van de buien en regen verlost waren. De stroming was immers zuidelijk en dat betekent dat er nog een lagedrukgebiedje op ramkoers lag. De bewolking bestond uit dunner wordende Altostratus en Stratus fractus waarna we weer wat opklaringen te zien kregen. Dit stond garant voor een paar uurtjes rustig en droog zomerweer waarna we de Stratus fractus opeens zagen uitgroeien tot Cumuluswolken die het steeds hogerop gingen zoeken. Hier volgde een korte maar erg krachtige stortbui op, maar voor iemand doorhad wat er gebeurde was het alweer droog. Er volgde een mengelmoes van Cumuluswolken, Stratus fractus, Cirrus, Altocumulus en Stratocumulus. Tussen al deze rommel tekende zich op het einde van de namiddag een flinke buienwolk af die ten zuiden van ons langstrok. Deze werd gevolgd door zich ontwikkelende buienwolken die over Malderen trokken, maar daarbij iets te vroeg waren zodat er uiteindelijk niet meer dan acht regendruppels in de onmiddellijke omgeving van het weerstation neerploften. Het klaarde vervolgens grotendeels op vanuit het westen en we zagen de Cirrus en Cirrostratus van het wegtrekkende koufront nog in het oosten hangen. Het koelde nu snel af en er stak een verkloekende bries op die de laatste restjes zomerwarmte vakkundig wegblies met snelheden tot 33,8 km/h uit het west- zuidwesten. De wegtrekkende bewolking zorgde later voor een erg fraaie zonsondergang toen er evenwijdige van OZO naar WNW lopende Stratocumulusbanden in ontstonden die amberkleurig oplichtten in de laatste zonnestralen. Daarna voelde het ronduit kil aan bij een ondertussen naar 15 graden gedaalde temperatuur terwijl het neerslagtotaal op een voor de plantjes bevredigende 5,8 mm is uitgekomen. De minima die afgelopen nacht op 14,2 graden uitkwamen, werden net niet scherpgesteld.
Restanten van pseudo- onweersbuien zorgden vanochtend voor een betrokken weersbeeld terwijl het een erg zwoele nacht was bij temperaturen die nauwelijks onder 15 graden zijn gezakt. Af en toe viel er wat lichte regen, en toen het overdag weer opwarmde werd de lucht al snel weer onstabiel. Dit resulteerde in nieuwe onweersbuien die zich nu ook over het midden en noorden van de Benelux verspreidden.Niet dat het erg veel verschil maakte voor Malderen, want we pikten slechts de staartjes of junioren onder de buienwolken mee die niet meer dan 1,2 mm opleverden. In Brussel kwamen enkele stevige wolkbreuken voor terwijl het uiteindelijk de oostelijke helft van Nederland was die het zwaarst werd getroffen met plaatselijk flink wat wateroverlast. Er kwam zelfs een enkele melding binnen van hagelstenen als golfballen terwijl de rust tijdens de late namiddag definitief over Malderen neerdaalde. We kwamen reeds aan de achterzijde van het koufront terecht waardoor het kwik tot staan werd gebracht op 24,5 graden en er plots een koele westenwind opstak. Dit proces ging gepaard met veel nevel en Stratusbewolking terwijl de zichtbaarheid erg slecht werd. Door het tegenlicht zagen deze wolken er zeer dreigend uit, maar er viel uiteindelijk geen druppel regen meer uit. Naarmate de avond vorderde, werd de bewolking minder dreigend en schakelden we over op somber en grijs herfstweer dat eerder aan een doordeweekse novemberdag deed denken. Ook het kwik moest flink inleveren en tegen zonsondergang was het ronduid kil bij een naar 12,6 graden gezakte temperatuur. De wind (die overdag snelheden tot 25,7 km/h uit het west- noordwesten haalde) zwakte geleidelijk af en er volgde een rustige en droge maar nog steeds betrokken nacht.
We werden in de vroege uurtjes gewekt door het donderend geraas van stortbuien die met tropische intensiteit over Malderen werden uitgekieperd. Daarna vorlgde een erg druilerige voormiddag waarbij het met tussenpozen hard regende, licht motregende en dan weer droog werd. Het was wachten tot de middag vooraleer er iets tevoorschijn kwam dat zonder al te veel vergissingen als een opklaring kon beschreven worden. Dit gold ook voor de zon, maar veel meer dan wat stroboscoopflitsen hoefden we er niet van te verwachten. Bovendien was de lucht nog onstabiel en kwam het tot een aantal pittige buien die vooral tijdens de namiddag actief waren. Er werd duidelijk zachtere lucht aangevoerd en het kon aldus opwarmen van 11,7 graden 's ochtends naar 20,2 in de namiddag. Veel wind stond er gelukkig niet op een enkele uitschieter tot 35,4 km/h uit het zuid- zuidwesten na. Naar de avond toe werden de opklaringen breder en kregen we mooie wolkenlandschappen te zien die zich tegen een diepblauwe lucht aftekenden. Deze bestonden vooral uit Cumulus, Stratocumulus en Cirrus densus die wellicht van een voorbijtrekkend buiencomplex afkomstig was. De atmosfeer was immers nog steeds onstabiel en ook tijdens de avond zagen we regelmatig dreigende wolkenmassa's overtrekken terwijl de radar actieve buien detecteerde. In Malderen bleef het niettemin rustig en het was ook nog eens aangenaam zacht bij temperaturen die ruim boven 15 graden bleven steken. Comfortabele omstandigheden dus voor een ritje naar de pluviometer waar zich 9,6 mm regenwater in bleek te bevinden.
Het was opnieuw kraakhelder vanochtend, en net als gisteren duurde het tot na de middag eer de eerste stapelwolken ontstonden. De aangevoerde lucht was duidelijk zachter want het werd niet eens kouder dan 10,8 graden afgelopen nacht terwijl het na de middag zelfs echt warm ging aanvoelen. Het kwik steeg verder naar een hoogzomerse 28,7 graden en de stapelwolken groeiden uit tot flinke afmetingen zonder dat ze echter meer dan 2/8 van het luchtruim bedekten. Uiteindelijk was het niet verwonderlijk dat één van deze Cumuluswolken verder uitgroeide tot een warmte-onweer dat laag boven de zuidelijke horizon te zien was. Na een tijdje zagen we zelfs een tweede onweerswolk ontstaan met een typische aambeeldvormige top maar ze bleven allebei op veilige afstand en een lang leven was ze zeker niet beschoren daar het puur om thermische onweersbuien ging. De avond begon rustig en zwoel maar omstreeks 20H30 stak er opeens een krachtige wind op die verschillende paramotors en andere sportvliegers verraste die op een rustige avond hadden geanticipeerd om nog maar te zwijgen over de barbecueënde bevolking enkele honderden meters lager. Gelukkig was het een tamelijk zachte wind die na verloop van tijd weer ging liggen. De maximale snelheid bedroeg 19,3 km/h uit noord- noordoostelijke richting. De rest van de avond verliep in zachte omstandigheden waarin we het neerslagtotaal van 0,0 mm konden optekenen.
Het was vanochtend helder bij frisse minima van 8,6 graden, maar in het zuidwesten verschenen net als gisterenavond weer Cirrus en Altocumuluswolken, die vervolgens tamelijk snel de rest van het luchtruim gingen veroveren. Ook de condesatiestrepen van vliegtuigen losten niet meer op al had de zon niet al te veel moeite om er ondanks dit alles toch nog zomersfeer in te blazen. Ondanks de toenemende bewolking hoefden we ons als zonneklopper geen zorgen (meer) te maken want we kregen kennelijk te maken met een zwak hoogtefront dat enkel voor een tijdelijke toename van de sluierbewolking zorgde. Kort na de middag werd de lucht weer blauwer en de Cirrus schaarser waardoor de zon zowat het maximum van dodelijke UV stralen naar ons toezond dat in deze tijd van het jaar mogelijk was, en dit bij aangename temperaturen die reeds opliepen tot 27,0 graden. Er stak een zijdezacht noord- noordoostelijk briesje op en tegen het einde van de namiddag verschenen er opnieuw sluierwolken vanuit het zuidwesten. Deze waren meteen de voorbode van warme en zeer onstabiele luchtmassa's die onze richting uitkwamen waardoor de periode van stabiel en aangenaam zomerweer beperkt lijkt te blijven tot nog geen 24 uur. Hoe dan ook de warmte kunnen we gelukkig langer bij ons houden en als voorsmaakje daarvan konden we tijdens de avond weer het gevoel van een zwoele, tropische zomernacht ervaren. We sloten af met een neerslagtotaal van 0,0 mm.
Tijdens de nacht is er aanmerkelijk koelere lucht binnengestroomd en vanochtend voelde het zelfs ronduit koud aan met een vrij stevige westenwind terwijl het helemaal is opgeklaard. De minima zijn op 13,1 graden uitgekomen en tijdens de voormiddag was er neging tot vorming van stapelwolken. Verder dan wat mooiweerwolkjes kwam het echter niet en we konden van een uitermate zonnige dag genieten waarbij het in de zon nog steeds erg warm aanvoelde. Samen met de diepblauwe, zuiders aandoende hemel was het zomergevoel nog lang niet verdwenen, en het kwik presteerde ook nog lang zo slecht niet met maxima van 22,1 graden. Tijdens de late namiddag losten de stapelwolken op en kregen we een bijzonder fraaie, donkerblauwe lucht te zien zoals we ze in Malderen maar zelden kunnen aanchouwen. De westenwind voelde hierbij heerlijk luchtig aan al werden er wel volop pollen gevormd waardoor de hooikoortspatienten het deze keer wel zwaar te verduren kregen. Kort voor zonsondergang koelde het razendsnel af en raakten we dat zomergevoel dan toch nog kwijt. We sloten af met een neerslagtotaal van 0,0 mm.
Het was vanochtend echt wel schrikken om het daglicht niet in een grijze maar een blauwe hemel te zien terug keren. Niemand zou dit nog verwacht hebben maar het kan dus wel degelijk en je zou van de verbazing haast vergeten de minima van 13,6 graden op te tekenen. Hier en daar was nog wat Cirrus densus te zien en ten westen van ons een rij met dreigende stapelwolken die fel oplichtten in de eerste zonnestralen. Deze wolken zonken echter al snel in elkaar en we evolueerden naar een overwegend helder weertype waarbij we alleen nog een paar Cirrusplukjes, een bankje Altocumulus castellanus, een vleugje Cirrostratus en enkele condensatiestrepen te zien kregen. Het was opnieuw zwoel en drukkend en het warmde snel op terwijl er een paar onschuldig lijkende rafelige stapelwolkjes werden gevormd in de wat heiige blauwe lucht. Het was puffen en zweten bij maxima van 29,2 graden, zeker op momenten dat de noordoostenwind eventjes ging liggen. Op het einde van de namiddag zagen we opeens flinke stapelwolken ontstaan ten zuiden van ons (Brussel) en verscheen er ook Cirrus densus. Net als gisteren was dit een onweerscomplex dat zich in een mum van tijd wist te ontwikkelen maar deze keer hing het de hele tijd ten zuidoosten van Malderen terwijl het gisteren net ten noorden van ons bleef steken. De onweersliefhebbers werden echter beter bediend dan gisteren want deze keer kregen we ook in Malderen flink wat plensregens te verwerken. De blikseminslagen waren dikwijls ook erg dichtbij met een aantal daverende dreunen al bleef het zwaartepunt van het onweer altijd netjes ten zuiden van ons. Later ontstonden nieuwe onweerscellen ten westen van ons, welke zich tot een complex organiseerden dat in noordelijke richting trok over Gent waar het tot hagel en wateroverlast kwam. Boven Malderen sterfde de onweersactiviteit uit en gingen de buien over in een gezapig regentje dat langzaam afnam tot het uiteindelijk weer droog werd. Wel konden we nog genieten van de imposante stapelwolken en aambeelden vooral ten noorden van ons terwijl het erg zacht bleef. Ondanks de regen die er viel zijn we toch niet verder dan ongeveer 3,0 mm geraakt.
Tijdens het tweede deel van de nacht slaagde een eerste reeks buien er in om ons te bereiken, wat gepaard ging met een flink aantrekkende wind. Het leek wel volop herfst en we hadden het vrolijke gezang van de merels een paar uur later hard nodig om ons te vergewissen dat dit helemaal niet het geval was. Het daglicht keerde weer in een betrokken hemel en na een paar uur volgde er een nieuwe reeks buien. Veel stelde het echter niet voor, al telde de inpact van elke regendruppel minstens voor tien door de nijdige westenwind die door merg en been sneed waarbij steeds koudere lucht werd aangevoerd. Overdag bereikte de storm een hoogtepunt en werd er op verschillende plaatsen lichte schade vastgesteld waarbij het natuurlijk niet hielp dat veel bomen volop in blad stonden bij deze windsnelheden. Na de passage van de regenzone volgde een aantal buien, maar voor de uitgedroogde vegetatie was het hierdoor een soort van Russische roulette waardbij ze meestal verloren door steeds net naast de buien te grijpen. Maar uiteindelijk hadden we in Malderen niet al teveel te klagen daar we toch nog 5,5 mm wisten bijeen te sprokkelen terwijl veel meetstations niet eens de helft daarvan haalden. Naar de avond toe werd de aangevoerde lucht wat stabieler en kregen we mooie wolkenluchten te zien met forse stapelwolken erin die zich aftekenden tegen een diepblauwe polaire hemel. Aanvankelijk waren daar ook nog ijskappen van buienwolken tussen te zien en het had daardoor nogal wat weg van een typische voorjaarsbuien dag. En de temperaturen deden ook sterk in die richting denken, want we haalden niet meer dan 21,9 graden terwijl de minima tijdens de avond werden opgetekend met 13,0 graden daar we vanochtend nog in vrij zachte lucht zaten. De wind bleef ook na zonsondergang en het vallen van de nacht doorrazen waardoor het een alles behalve gezellige bedoening was om nu nog in de buitenlucht te vertoeven, behalve met een flink glas warme chocomelk misschien.