In juni zien we vaak een koele periode optreden onder de naam 'Schaapscheerderskou'. Dit kan met name voorkomen tussen 5 en 20 juni. In deze periode is het vaak bewolkt en relatief koud en kan er zelfs nog nachtvorst optreden. Zomerweer in juni houdt zelden de hele maand stand. Meestal draait de wind na de eerste zomerse of tropische dagen van zuid naar noordwest of noord. De zee is dan nog relatief koud, terwijl er door de verhitting van het vasteland een opstijgende luchtbeweging ontstaat die een lagedrukgebied doet ontstaan boven Midden-Europa. Aan de achterzijde van die depressie stroomt aanzienlijk koelere lucht uit het Noordzeegebied Europa binnen. Boven de nog relatief koude Noordzee ligt in deze tijd van het jaar vaak een grijs wolkendek of een gebied met mist, dat met de noordwestelijke stroming naar West-Europa toe komt. De felle junizon maakt dan plaats voor een grijs wolkendek en zeker in de wind is het ronduit koud.
Vaak zie je na deze periode een omslag in het weer. In ons klimaat is dat regelmatig een zonale stroming (westcirculatie of zuidwestcirculatie). Maar die lijkt er niet te komen. De kans is dan groot dat het nog langere tijd stabiel blijft onder hogedruk invloeden. Maar hoe lang dat duurt is niet te voorspellen.