Er gaan ook verhalen dat door de sterke afname van NO2 en SO2 en andere emissie in de jaren 80, en dus minder condensatiekernen in de lucht, er minder mist voorkwam en ook minder bewolking werd gevormd dan voorheen. Gevolg was stijging van instraling en het begin van een stijging van de gemiddelde temperatuur die in eerste instantie sterker was dan op grond van wereldtemperatuurstijging te verwachten was. Dit effect werd later uitgevlakt doordat de wereldtemperatuur sneller steeg dan die van Nederland.