Interessant stuk op guidance meerdaagse KNMI, wordt ook gesproken over de droogte. En over een andere meetmethode m.b.t. hitte/warmtegolf.
Beoordeling lange termijn door meteoroloog
Geldig van zaterdag 30 juni tot donderdag 12 juli
Een gordel van hogedrukgebieden bevindt zich vanaf de Atlantische Oceaan naar Scandinavië. Lagedrukgebieden liggen nabij de Golf van Biskaje en boven Oost-Europa. Hierin komt lange tijd geen verandering. Pas in de tweede helft van komende week lijkt de gordel doorbroken te worden, waarna het eerstgenoemde lagedrukgebied het continent op kan komen. Dit laag blijft echter wel ten zuiden van ons land. Aan het einde van de operationele run lijkt de uitgangssituatie opnieuw op de kaarten te verschijnen.
De eerste dagen wordt er vrijwel geen lagere en middelbare bewolking berekend en met name zaterdag en zondag zullen de Tx in combinatie met wat minder wind waarschijnlijk hoger komen te liggen dan berekend wordt. Het opdringen van het lagedrukgebied in de tweede helft van volgende week zorgt ervoor dat vooral in het zuiden van het land de neerslagkansen toenemen. De neerslagkansen zijn t.o.v. 24 uur geleden wel afgenomen. Het patroon van de afgelopen maanden met daarin dominerende hogedrukgebieden is nog niet ten einde. We zien t/m +360 louter geblokkeerde clusterscenario's voorbijkomen. Spoedig komt dit jaar dan ook bij de droogste 5% terecht. De wind zit veelal in de noord- of noordoosthoek, waardoor echte hitte uitblijft. Een manier om een zomerse periode als deze in perspectief te plaatsen is door te kijken naar het zogenaamde hittegolfgetal van Tijm. Dit is de som van alle aaneengesloten positieve waardes van Tx-25. In de ranglijst staat de periode die eindigde op 9 juli 1976, gevolgd door de tweede helft van juli 2006. Als we hier het meest recente ECEPS op loslaten kunnen we twee dingen concluderen: de laatste 2 runs zijn warmer geworden en uitgaande van een bias van 1°C in de Tx is er 25% kans op een top10-notering voor de komende periode.
Zonnig, droog en zomers warm, in het noorden blijven de maxima iets achter bij een noordenwind.
Aanvankelijk zomers warm, in het zuidoosten en oosten lokaal tropisch warm. De kans op maxima (ruim) boven normaal blijft in het oosten en zuidoosten groot (70%), in het noorden neemt deze af naar 40%. De kans op een bui blijft vrij klein met dagelijks circa 20-30%, in het zuiden 30-40%.
Paraaf meteoroloog: zwagers