Op woensdag 21 januari 1987 trad op zeer grote schaal dooimist op. Het was een hallucinante ervaring, na een van de meest spectaculaire vorstperiodes die ik ooit had meegemaakt. Het was de (voorlopige) afsluiter van twee weken totaalwinter ("voorlopig", want de vorst en het schaatsplezier zouden nog eens terug komen een weekje later).
Die spectaculaire vorstperiode was bij ons ingevallen op dinsdagavond 6 januari 1987. 's middags was de wind naar het noordwesten gedraaid en er werden winterse buien aangevoerd, die later op de avond overal in sneeuwbuien overgingen. De volgende 3 dagen waren allemaal ijsdagen, met lichte vorst overdag en matige 's nachts en af en toe nog wat sneeuwbuitjes (maar niet veel). En in de loop van zaterdagochtend draaide de wind naar het noordoosten, scherpte verschrikkelijk aan en volgde er een reeks van ijsdagen die hun gelijke niet kennen, i.h.b. door de extreem lage maximale temperaturen. De 5 dagen van zondag 11 januari 1987 tot en met donderdag 15 januari 1987 heb ik bij mij thuis achtereenvolgens de volgende maxima gemeten -10,2 / -9,7 / -10,4 / -11,7 / -10,1.
Ik had dat nog nooit meegemaakt (ook niet in de winters van 1985 en 1986), zo'n vijfdaagse met (op één dagje nét niet) strenge vorst als maximum. Het rare aan die periode was echter dat de minima niet zo spectaculair diep zakten, in die vijfdaagse geen enkele keer onder de -16° (wat toch mocht worden verwacht als de maxima niet boven de -10 kwamen). Ik heb dat nooit kunnen verklaren, maar ik vermoed dat dit te maken had met de aard van de kou: dit was hét schoolvoorbeeld van zuivere transportkou terwijl het aandeel stralingsvorst misschien wat minder was (tijdens die 5-daagse kwam er immers ook nogal wat bewolking voor en bovendien stond er een zeer scherpe no-wind).
Maar goed, nog eens een volle week later, na heel wat onvervalst schaatsplezier, valt de dooi in op die woensdag 21 januari 1987, toen het kwik voor het eerst in 14 dagen even boven nul kwam. Ik was die dag nog gaan schaatsen op de Damse vaart en het viel toen op dat er in de loop van de namiddag bij een temperatuur van om en bij de 1°C toch al heel wat water op het ijs begon te komen. Normaal zou dat in droge lucht bij die temperatuur niet het geval zijn. Maar de luchtsoort die ons toen bereikte was verzadigd van het vocht, zelden gezien overigens. En dus kon bij zulke relatief lage dooitemperaturen het dooiproces versneld zijn werk gaan. En dan de mist ... tegen de avond was het zicht al beperkt tot nauwelijks 50m en het viel daarbij op dat in de buurt van ijs de mist dikker was. Het was een schoolvoorbeeld van dooimist.
Overigens zette de dooi niet echt goed door. Na enkele dagen normale temperaturen (om en bij de +5° en soms lichte vorst 's nachts) viel de winter een week later opnieuw in om ons nog een 10-tal dagen prachtig open schaatsweer te bezorgen.
Quote selectie