Ik heb nog nooit zo'n lap tekst gezien bij de guidance meerdaagse verwachting van het KNMI bij de modelbeoordeling en onzekerheden.
Grootschalig gezien laten de EC-clusterscenario's t/m +360 (5 augustus) voortdurend slechts blokkades zien boven Europa, zo ook deze run. Met name boven Noord-Europa is een grote positieve anomalie te zien in de 500 hPa geopotentiaal. Dit is in lijn met de EC-maandverwachting van donderdag j.l., die nog enkele weken positieve temperatuurafwijkingen van 3-6°C voorziet in ons land en voor komende week in het zuidoosten zelfs afwijkingen van 6-10°C berekent. Dat laatste zien we al een aantal runs duidelijk terug. In het oosten van het land is de kans op 34-36°C in de tweede helft van de week circa 50%. De minima komen in de nachten dan niet meer beneden de 20°C en met name de nachten naar vrijdag en naar zaterdag lijkt de afkoeling z'n betekenis nauwelijks waardig. Het waarschuwingscriterium van 3 dagen op rij Tx>30 en Tn>18 wordt op basis van deze run vrijwel zeker gehaald in het oosten en zuidoosten. Ten opzichte van het zomerweer van de laatste weken/maanden zal komende week in veel opzichten anders aanvoelen. Een manier om het te duiden is door te kijken naar de zogenaamde Wet Bulb Globe Temperature, een van de meest gebruikte hittestressindices. De WBGT is een waarde die probeert in te schatten wat het effect is van temperatuur, luchtvochtigheid, windsnelheid en zonnestraling op mensen. Het blijkt dat ten opzichte van gisteren de WBGT donderdag a.s. een graad of 3 hoger ligt in het oosten van het land. De benaderde waarde van circa 25/26°C ligt nog beneden de voorgeschreven grenzen (die rond 29°C liggen, een waarde waarbij het goed is om te overwegen je aan te passen aan de omstandigheden.). Dit is voornamelijk toe te schrijven aan een grote dauwpuntsdepressie van circa 20°C. In het westen van het land is deze kleiner, maar wordt het weer minder warm waardoor de WBGT niet veel afwijkt van de waardes in het oosten. Wel is het zo dat deze waardes voor binnen, of buiten in de schaduw gelden. Nemen we directe zonnestraling ook mee dan wordt de grens van 29°C wel degelijk overschreden (bij een Tx van 36°C komen we zelfs uit boven de 32°C qua WBGT). De grootste hitte lijkt iets getemperd te worden, maar een echte omslag blijft ver weg. Het hittegolfgetal van Tijm wordt berekend door van de reeks van dagen met een maximumtemperatuur boven de 25 graden alle waarden boven de 25 graden bij elkaar op te tellen. Een temperatuur van 25,6°C draagt 0,6 bij aan het hittegolfgetal, een temperatuur van 31,2°C draagt 6,2 bij. De nummer 1 in de ranglijst is de hittegolf die eindigde op 9 juli 1976 met een hittegolfgetal van 96,3 in De Bilt. In het zuidoosten en oosten lagen die waardes nog flink hoger. Op basis van dit EPS is de kans op een top3-notering voor de Bilt nu ongeveer 24%, in het oosten bijna 80%. Kijken we naar de droogte dan gaat het recordjaar 1976 dinsdag of woensdag gepasseerd worden. Door de toenemende warmte verdampt er nog meer vocht. Weliswaar nemen de neerslagkansen toe, gemiddeld verdampt er volgens het EPS in het oosten zo'n 30 mm t/m 5 augustus, terwijl in die zelfde periode door de meerderheid van het ensemble nauwelijks 10 mm regen verwacht wordt. Ook deze run laat nu fronten doorkomen. Niet alleen in de oper gebeurt dat, maar ook in een groter deel van het ensemble. Dat wil echter niet zeggen dat er een einde komt aan de warmte en droogte.