Je ziet dat het front een tweetal activatiepunten (lees: zwakke golven) heeft; één ter hoogte van Noorwegen en de ander ter hoogte van de Benelux. Kijkend naar het hoogtepatroon kun je vaststellen dat beide golven geinduceerd worden op de kop van een 1) shortwave in het geval van de Noorse golf en 2) aan de voorzijde van de langgolvige trog zelf in geval van 'onze' golf. Je kan er dan ook twee al dan niet uitgesmeerde PVA maxima terugvinden en dus oplaaiende frontale activiteit, ook aan de warme zijde.
(Prog-)temps tonen aan de warme zijde een zwakke 'warme neus' op de midlevels, veelal tussen 800 en 750hPa, de laag waaruit de convectie gevoed wordt, terwijl op nadering van de hoogtetrog zwakke CA bovenin en dus destabilisatie plaatsvindt. Tel daarbij de frontale forcering en de zwakke bovenluchtdivergentie onder de RI op en je hebt je elevated convectie.