Het 'oplichten' ervan is vrijwel alleen zichtbaar als je van boven én onder een hoek op een dergelijke luchtlaag kijkt. In dit geval kijk je er bijna vanaf de zijkant in waardoor de laag voor het waarnemend oog op enige afstand op z'n dikst is. Mie-verstrooiing krijgt dan de overhand. De toenemende concentratie aerosolen met een diameter vergelijkbaar met die van de golflengte van zichtbaar licht net onder de inversie zorgt er immers voor dat in toenemende mate alle golflengten verstrooid worden. Daarmee kleurt de vuile luchtlaag net onder de inversie dus regelmatig wit/witgrijs. Kijk je er onder een loodrechte hoek doorheen zul je dat minder uitgesproken waarnemen. Alleen zeer heiige lagen onder langdurig aanwezige scherpe inversies kunnen ook in laatst genoemde situatie alsnog een witte waas opleveren.