De regels voor het strandjutten zijn vanouds onderdeel van het strandrecht. Ze zijn vastgelegd in de Wet op de strandvonderij (1931) en de Wrakkenwet (1934). De Wet op de strandvonderij schrijft voor hoe moet worden omgegaan met gestrande of aangespoelde zaken. Alle voorwerpen die in Nederland op het strand gevonden worden, dienen naar de politie te worden gebracht of naar een strandvonder. De hoofdstrandvonder, in de regel de burgemeester, en de hulpstrandvonders waken over het strand. Vlieland heeft als enige gemeente in Nederland een strandjutter in dienst. Op dit eiland is op de Vliehors een reddinghuisje te vinden dat gevuld en omgeven is met gejutte spullen.
Vaak werd het recht op aangespoelde goederen door de overheid aan de meestbiedende verpacht. Daarentegen beriepen de bewoners van de Waddeneilanden zich op het recht om in vrijheid gebruik te kunnen maken van duinen, stranden en andere gemeenschapsgronden. Op Terschelling werd dit recht ook wel oerol genoemd.
Vandaar het Oerol Festival.