Na een week strenge vorst ging ik met mijn vader schaatsen op de Vecht. We begonnen bij de brug bij Fort Uitermeer bij Weesp. Omdat het zo hard gevroren had kon je nu overal schaatsen en we zagen dan ook geen enkel probleem toen we de Vecht af reden naar het zuiden toe. We kwamen tot bij Overmeer, aan de zuidkant van Nederhorst den Berg. Daar was een zwakke plek veroorzaakt door kwel of stroming, niet of nauwelijks zichtbaar.
Mijn vader zakte als eerste door het ijs. Ik zag het gebeuren, keerde om en wilde hem er uit trekken. Met als gevolg dat ik er ook doorheen ging. Het viel niet mee om er uit te komen. We lagen tot onze nek in het water en het ijs brokkelde af. Er was wel wat bekijks, maar hulp kwam er niet. Gelukkig konden we na een paar minuten er toch zelf weer uitkomen, en we konden opwarmen in één van de huizen langs de kant.
Ik ben meer dan eens door het ijs gezakt, maar dit was de enige keer dat het toch wel kritisch was. Aan de andere kant een geruststelling dat we er zelf toch uit konden komen. Ijspriemen hadden we toen nog niet.