Een beetje op de gok naar Noordwest Overijssel gereden. Volgens de berekening zou daar genoeg ijs moeten liggen. Na wat zoeken kwamen we in de Weerribben terecht. Dat was niet verkeerd. Een groot deel van de smallere sloten door de moerasbossen en rietlanden bleek goed begaanbaar.
De sneeuw is natuurlijk een grote spelbreker voor het schaatsen. Op plekken waar witte sneeuw lag bleek het ijs erg onbetrouwbaar, waarschijnlijk minder dan 4 cm. Daar is na dinsdag niks meer bijgekomen.
Maar op de smalle vaarten was overal water in de sneeuw getrokken, en hard opgevroren. Daar was prima over te schaatsen. De sneeuw draagt dan zelf een beetje bij aan de ijsdikte, maar belangrijker is dat de sneeuw niet meer isoleert. Het ijs kan dan verder aangroeien.
Waarom al dat water in de sneeuw? Even rekenen. IJs van 4 cm steekt als het vrij drijft 4 mm boven de waterspiegel uit. Als er 4 cm sneeuw opvalt, = 4 mm waterequivalent, dan wordt het ijs naar beneden gedrukt, en trekt er water in de sneeuw.