Tot en met zaterdag is de onzekerheid in de evolutie van de grootschalige synoptische setting vrij gering. Echter, de kleinschalige laagjes en de zwakke frontale structuren maken een gedetailleerde verwachting voor onze omgeving vanaf woensdag bijzonder lastig. Ook of de neerslag in de vorm van regen of (natte) sneeuw valt hangt van de precieze configuratie en timing van lagedrukgebiedjes en fronten af. In de nachten vriest het meest licht, afhankelijk van een eventueel sneeuwdek, opklaringen en wind zou het soms ook matig kunnen vriezen. De maxima liggen meest enkele graden boven nul. De kans op sneeuw neerslag ligt woensdag rond 70%, donderdag rond 50%. Vrijdag en zaterdag ligt de neerslagkans rond 60%, maar daar zitten dan ook EPS-leden met gewoon regen tussen. De Oper geeft op zaterdag lokaal meer dat 5 cm sneeuw, het is daarmee wel een uitschieter. Op de langere termijn zien we in een meerderheid van het ensemble de mogelijke vorming van een hoogterug/hogedrukuitloper richting het Europese vasteland. Waar deze dan precies komt te liggen is nog erg onzeker, de windrichtingpluim geeft op deze termijn een grote variatie. De meerderheid van de leden houdt de temperatuur rond of iets onder het langjarig gemiddelde, de kans op (meest lichte) vorst in de nacht en vroege ochtend blijft ongeveer 60%. Het aantal minder koude, of later zelfs zachte leden neemt geleidelijk wel wat toe. De neerslagkans neemt af naar ca. 30%.
knmi
(welliswaar oude run)
Oftewel alles afhankelijk van de positie van de laagjes. afwachten.