De doctrine luidt alsvolgt:
“In koude winters, zijn de meeste zachte oplossingen ook koud. In zachte winters echter zijn de koude oplossingen meestal ook zacht. In koele zomers zijn de meeste warme oplossingen ook koel en in warme zomers zijn de koele oplossingen meestal ook warm”.
Het kan heel simpel gezegd worden dat deze doctrine nooit enige voorspellende waarde kan hebben, omdat het uitgaat van seizoensklassificaties als "koud" en "zacht". Dergelijke klassificaties vallen echter pas toe te kennen als een seizoen over is. Daarbij komt het feit dat in deze doctrine eigenlijk ook weinig schokkends staat: het is volstrekt logisch dat tijdens een zachte periode de "koudste" oplossing ook vrij zacht zal zijn. Dit wel echter nog niet zeggen dat koude perioden niet kunnen voorkomen of dat een dergelijke "koude" oplossing niet kan uitkomen.
De manier waarop de doctrine is samengesteld, qua taalgebruik, is dusdanig slim dat je er bijna altijd wel mee weg kan komen. Dat is trouwens ook een van de klassieke kenmerken van pseudo-wetenschappelijke beweringen: vage formulatie die voor ruime interpretatie vatbaar is. In dit geval komt het vooral omdat er gebruik gemaakt wordt van relatieve termen.
Het volgende punt van aandacht is dat uit de doctrine niet valt op te maken wat er precies met "oplossingen" bedoelt wordt en over welk tijdsbestek dit gaat. Als we het in het hedendaagse tijdperk met ensembleverwachtingen gebruiken dan zijn oplossingen de ensembleleden, echter de doctrine is van het pre-ensemble tijdperk. Het woord "oplossingen" moet dus wel ergens anders op slaan. Waar dan op? Daar is geen antwoord op te vinden.
Tot slot een perfecte demonstratie van het feit dat deze doctrine lang niet altijd opgaat vind je
hier. Daarin wordt uiteengezet hoe de diverse oplossingen van het ensemble uiteindelijk ertoe geleid hebben dat de "koudste" oplossingen de ware werden. Men kan nu beargumenteren dat de doctrine dus ook van toepassing was, maar het weerwoord is dan simpel: de doctrine is dusdanig geformuleerd dat je met enig creatief interpretatievermogen altijd wel de doctrine geldend kan maken. Met andere woorden: de doctrine is volstrekt waardeloos en tegelijk een ideale manier om zonder eigen argumenten met de vinger naar een bewering te wijzen waarmee men bijna altijd wel het gelijk naar zijn of haar kant kan trekken. Pseudo-wetenschap tot den top dus.
Quote selectie