Natuurlijk is het aangenaam buiten - eigenlijk zowat het best denkbare weer om te fietsen (eigenlijk al ietsje te warm voor me, ik heb liever een graad of 12). En zolang ik mezelf voor de gek kan houden met de idee: "wow, wat een heerlijke aprilmaand beleven we", kan ik het knagende gevoel van "het gaat steeds sneller en steeds heftiger mis" nog onderdrukken.
Maar objectief gezien is de herhaling van té warme maanden (de laatste te koude maand volgens het 30-jarig gemiddelde was maart 2018) ongezien en hoogst beangstigend. Uiteraard is de frequentie en het gemak waarmee warmte-records verpulverd worden, dat ook.
Maar het meest beangstigend is nog dat er nog steeds mensen dit relativeren. Deze zijn in mijn ogen ofwel gewoon dom, ofwel niet degelijk geïnformeerd. Het klimaat dondert de afgrond in, en de mensheid staat erbij een kijkt ernaar, al dan niet met de ogen toe.
Dom, laf en egoïstisch. Het enige sprankeltje hoop is dat de jeugd is opgestaan en wel degelijk wat effect lijkt te bekomen. Maar ik vrees dat het te laat is, en de terugkoppelingeffecten van de opwarming (methaan dat vrijkomt door het smelten van de permafrost, minder weerkaatsing van het zonlicht door de sterke afname van de ijskappen) al in werking zijn getreden, of dat de komende 20 jaar sowieso zullen doen. Want de broeikasgassen van de voorbije 20 jaar, die al in de atmosfeer zitten, hebben pas effect op de temperatuur aan de oppervlakte met vertraging. Sowieso komt er dus nog een halve graad of meer bij, en is die 1,5° opwarming tegenover het pre-industriële niveau een utopie.
De jonge generaties hebben alle recht om woest te zijn.