De figuur die het KNMI maakt is vooral bedoeld voor de landbouw. De verdamping wordt berekend voor kort gras was voldoende vocht krijgt om te kunnen groeien en verdampen. Dat is natuurlijk een geïdealiseerde situatie. Op de meeste plaatsen zal er in de zomer als het een tijd niet regent een neerslagtekort ontstaan in de bodem. Het gras gaat dan minder groeien en minder verdampen, maar hier wordt geen rekening mee gehouden: het is maar een model.
Over droogte is altijd heel veel discussie. Het is ook niet eenduidig te berekenen. Elke plek is anders. Het ligt aan de bodemsoort, aan de vegetatie, aan het peilbeheer (polders), aan het reliëf, aan het waterverbruik (o.a. beregening), aan allerlei parameters van het weer die niet meegenomen worden in de verdamping van Makkink, zoals windkracht en luchtvochtigheid.
De berekening van het KNMI geldt dus voor landbouwgrond, liefst ook met een soort van peilbeheer. Dat heeft niet veel geheugen. Tekorten worden aangevuld, neerslagoverschot wordt afgevoerd. Zo kun je in het voorjaar wel op 0 beginnen. Voor gebieden zonder ideaal peilbeheer gaat het niet op. Daar kun je inderdaad in het voorjaar beginnen met een tekort uit het vorige jaar. Daar zou je ook een berekening voor kunnen bedenken, maar elke situatie is verschillend.
Mijn eigen benadering lijkt op die van het KNMI, maar ik laat een neerslagoverschot of tekort geleidelijk aan uitdoven, als een simulatie voor peilbeheer. Dat geeft het volgende resultaat:
http://www.logboekweer.nl/Neerslagoverschot/DeBilt_NOV.pdf
Zoals je ziet is hier het neerslagtekort sinds december overgegaan in een neerslagoverschot. Maar daarmee is niet elke situatie beschreven.