Komende nacht bereikt ons op 5,5 kilometer hoogte een gebied met temperaturen tot -36°C. Samen met het zeewater voor onze kust - dat nu zo'n 4 à 5°C bedraagt - is dit verschil groot genoeg (rond 40°C) voor spontane convectie boven zee. Er is sprake van een CAPE rond de 200 à 300 J/kg en de LI is licht negatief.



Een extra trigger bij dit alles is ook nog eens mogelijke kustconvergentie die komende avond/nacht zal optreden. Boven de Noordzee is de windrichting namelijk westelijk en de windkracht circa 7 Beaufort, maar boven land is de windrichting zuidwestelijk en de windkracht 4 Beaufort. Dit verschil in zowel richting als kracht veroorzaakt komende nacht een sterke convergentielijn boven onze kuststrook. De kans op clusterende regen- en onweersbuien is daarom zeker aanwezig in de nacht naar dinsdag, waarschijnlijk met de focus op het Waddengebied en het uiterste westen van de Belgische kust.

Morgenochtend zal de kustconvergentie verdwijnen, maar daarmee komt aan de onstabiliteit zeker nog geen eind. Sterker nog, met het oplopen van de temperaturen boven land a.g.v. de dagelijkse gang zal het gebied met CAPE en negatieve LI zich van de kustregio's naar het binnenland verplaatsen. De organisatiegraad hiervan ligt wel lager dan bij de kustbuien in de nacht, dus het zal dan vooral om geïsoleerde exemplaren gaan. Desalniettemin kan het even flink losgaan. De buienkans blijft landinwaarts de gehele ochtend en een flink deel van de namiddag aanhouden.


Pas aan het einde van de middag zorgt een trekrug voor een opwarmende bovenlucht, waardoor de buienkansen afnemen.