Hoewel april in het begin een aantal warme lentedagen kende was het tijdens de late Pasen eind april flink koud. Matige vorst in grote delen van het land en in het noorden lag er ook nog tijdelijk een sneeuwdek van zo'n 6 centimeter. Mei verliep vrij nat, maar tegelijkertijd ook aardig warm, dankzij een aantal mooie zomerdagen die -tussen de wisselvalligheid door- ook de ruimte kregen. Juni begon warm, maar kende vervolgens een terugval in de temperatuur met een noordwestelijke stroming die vaak gepaard gaat met stratus en te koel weer. Juli was gewoon slecht, de enige enigzins warme periode was in de 1e decade en eindigde op 10 juli met zware onweersbuien in het westen van het land. In augustus volgde ook nog een korte periode van zomerweer maar overheerste het vooral koele maar vrij droge weer.
Al met al een zomer waar menigeen van zou gruwen mocht dat zich nu voordoen.